
Het verslag
Het jaarverslag 2025 is online te raadplegen. Het is ook mogelijk een pdf te downloaden.
Voorwoord
Voorwoord
In 2025 bestond WML honderd jaar. Honderd jaar betrouwbaar drinkwater voor heel Limburg, voor alle huishoudens en bedrijven in de provincie. Dat is geen vanzelfsprekendheid, maar het resultaat van vakmanschap, kennis en samenwerking. Diezelfde ingrediënten zijn hard nodig voor de jaren die komen. Want de opgave is groot: de vraag naar drinkwater stijgt, de kwaliteit van de bronnen staat onder druk en de investeringen die nodig zijn om de Limburgse drinkwatervoorziening langjarig veilig te stellen, vragen om keuzes die nú gemaakt worden.
In deze publicatie doen we niet alleen verslag van de resultaten over 2025, maar kijken we ook vooruit hoe we de Limburgse drinkwatervoorziening voor de toekomst veilig kunnen stellen. Want de beslissingen die we vandaag nemen, zijn in grote mate bepalend voor het drinkwater van morgen.
Waardecreatiemodel
Waardecreatiemodel
Drinkwater: van waarde voor Limburg
WML is onderdeel van een vitale sector in de samenleving en werkt vanuit een duidelijke maatschappelijke opdracht: het duurzaam beschikbaar stellen van kwalitatief goed, betaalbaar en voldoende drinkwater, vandaag én voor toekomstige generaties. De drinkwatervoorziening is cruciaal voor volksgezondheid, welzijn én welvaart. Dit is de waarde die WML toevoegt aan Limburg en die komt tot uiting via dit waardecreatiemodel.
Dit waardecreatiemodel is in 2025 opgesteld en krijgt de komende jaren verder vorm. Het model brengt de strategische koers van WML in beeld, in lijn met onze strategie ‘Onze toekomst in drinkwater. Missie, visie en doelstellingen 2024 – 2028.’ Dit model laat schematisch zien hoe WML op een duurzame, geïntegreerde wijze waarde creëert voor de Limburgse samenleving: voor onze klanten, bedrijven, partners, het milieu en leefomgeving en de eigen organisatie. Het is daarmee ondersteunend in transparantie en verantwoording naar klanten, aandeelhouders en partners.

Toelichting bij dit model
Het waardecreatiemodel brengt samenhangend in beeld hoe wij beschikbare hulpbronnen inzetten – zoals natuurlijk, menselijk en financieel kapitaal en samenwerkingsverbanden – en deze omzetten via onze kernactiviteiten in concrete prestaties en maatschappelijke effecten. Daarbij kijken wij nadrukkelijk verder: we houden rekening met de belangen van huidige en toekomstige generaties.
Duurzaamheid en continuïteit spelen een sleutelrol binnen onze strategie en ook dit komt in het model tot uiting. De bescherming van drinkwaterbronnen, een robuuste infrastructuur, deskundige en betrokken medewerkers en een financieel gezonde bedrijfsvoering zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door risico’s en kansen integraal af te wegen, werkt WML actief aan het borgen van de leveringszekerheid, waterkwaliteit, betaalbaarheid en een verantwoorde omgang met natuurlijke hulpbronnen.
Keuzes en overwegingen worden transparant in beeld gebracht en ondersteunen bij het afleggen van verantwoording over onze prestaties. Het model maakt de samenhang inzichtelijk tussen onze ambities, onze activiteiten en onze impact en daarmee onze bijdragen aan maatschappelijke doelen, zoals klimaatadaptatie, vergroten van biodiversiteit en volksgezondheid.

Interviews
Gebouwd op gisteren, gericht op morgen
In 2025 bestond WML honderd jaar. Honderd jaar betrouwbaar drinkwater voor heel Limburg, voor alle huishoudens en bedrijven in de provincie. Dat is geen vanzelfsprekendheid, maar het resultaat van vakmanschap, kennis en samenwerking. Diezelfde ingrediënten zijn hard nodig voor de jaren die komen. Want de opgave is groot: de vraag naar drinkwater stijgt, de kwaliteit van de bronnen staat onder druk en de investeringen die nodig zijn om de Limburgse drinkwatervoorziening langjarig veilig te stellen, vragen om keuzes die nú gemaakt worden. Directeur-bestuurder Joyce Nelissen over wat er nodig is om Limburg ook de komende honderd jaar van betrouwbaar drinkwater te kunnen voorzien.
De beslissingen van nu bepalen het drinkwater van morgen
100 jaar WML, een mijlpaal. Maar u kijkt vooral vooruit. Waarom?
“Het jubileum was mooi, en ik ben trots op en dankbaar voor wat we als organisatie in een eeuw hebben opgebouwd. Maar de wereld om ons heen verandert sneller dan ooit. Klimaatverandering, bevolkingsgroei, een verslechterende waterkwaliteit in onze bronnen, woningbouwambities en andere maatschappelijke ontwikkelingen, zijn nú aan de orde van de dag. Dat is de werkelijkheid van vandaag. En die werkelijkheid vraagt om vooruit denken, scenario-analyses en aanscherping van de langetermijnprognoses. Want de beslissingen die we nú nemen, bepalen in grote mate de drinkwatervoorziening voor komende generaties.”
Wat zijn de grootste uitdagingen?
“De vraag naar drinkwater neemt toe: door bevolkingsgroei, klimaatverandering, economische ontwikkelingen en woningbouwambities. Tegelijk staat de kwaliteit van de bronnen onder druk. In de Maas en in het grondwater treffen we steeds meer vervuilende stoffen aan. Die zuiveren wij er voortdurend uit om er betrouwbaar drinkwater van te blijven maken van hoge kwaliteit. Maar ook de normen worden strenger en toename van ongewenste stoffen vragen extra zuiveringsstappen. En elke extra zuiveringsstap kost geld, energie en tijd.”

Wat zijn de grootste uitdagingen?
“De vraag naar drinkwater neemt toe: door bevolkingsgroei, klimaatverandering, economische ontwikkelingen en woningbouwambities. Tegelijk staat de kwaliteit van de bronnen onder druk. In de Maas en in het grondwater treffen we steeds meer vervuilende stoffen aan. Die zuiveren wij er voortdurend uit om er betrouwbaar drinkwater van te blijven maken van hoge kwaliteit. Maar ook de normen worden strenger en toename van ongewenste stoffen vragen extra zuiveringsstappen. En elke extra zuiveringsstap kost geld, energie en tijd.”
Hoe urgent is dat precies?
“Tot 2030 hebben we in Limburg voldoende drinkwater beschikbaar, mits we onze geplande maatregelen kunnen uitvoeren. Maar voor de periode daarna hebben we in kaart gebracht dat er aanvullende maatregelen moeten worden genomen. Daar zijn we nu mee bezig samen met de Provincie Limburg vanuit het Programma Limburgs Drinkwater.”
De vanzelfsprekendheid voorbij
U stelt dat de vanzelfsprekendheid van drinkwater voorbij is. Wat bedoelt u daarmee?
“Water komt al meer dan honderd jaar uit de kraan. Dat heeft bij veel mensen het gevoel gecreëerd dat dat altijd zo zal blijven. Dat is niet vreemd, maar dit is niet meer gegarandeerd. Tien jaar geleden had niemand voorzien dat er een tekort aan stroomcapaciteit op het elektriciteitsnet zou kunnen ontstaan. Met drinkwater dreigt iets soortgelijks als we nu niet handelen. De bron is niet onuitputtelijk en de kwaliteit staat onder druk. Ook vraagt de drinkwaterinfrastructuur, de zuiverings- en productielocaties en de leidingen, continu onderhoud en vernieuwing.”
Tegelijkertijd wilt u ook dat Limburgers vertrouwen op WML en het Limburgse drinkwater. Hoe doet u dat?
“Door open en eerlijk te communiceren. Drinkwater komt morgen nog gewoon uit de kraan, daar zorgen wij voor. Maar we vinden het belangrijk dat mensen begrijpen met welke uitdagingen we te maken hebben. En waarom de keuzes die nu gemaakt moeten worden over vergunningen, bronbescherming en investeringsruimte van invloed zijn op de drinkwatervoorziening voor de komende decennia, voor de generaties na ons. Bewustzijn creëren, dat is belangrijk, om enerzijds bewuster omgaan met drinkwater te stimuleren om de vraag te beïnvloeden maar anderzijds bewustzijn voor het vergroten van het aanbod door nieuwe, aanvullende bronnen voor drinkwaterproductie te creëren.”
Financierbaarheid van de investeringsopgave
WML investeerde in 2025 ruim 81 miljoen euro in infrastructuur. Hoe financiert WML dat?
“Die investeringen worden deels gefinancierd met eigen vermogen en deels met externe financieringen die WML aantrekt. De vermogenskosten die hiermee gemoeid zijn maken deel uit van het drinkwatertarief. De investeringsopgave, die voortvloeit uit onze leveringszekerheidsplicht voor de komende decennia zoals nieuwe pompstations, vervanging van verouderde leidingen, uitbreiding van zuiveringscapaciteit, mogelijk nieuwe winlocaties, neemt verder toe. Om deze structureel te kunnen blijven financieren moet de financiële positie van WML sterk genoeg zijn nu en in de toekomst.”
Waar zit de knel?
“De hoogte van het drinkwatertarief is wettelijk bepaald, en daarmee ook de ruimte die drinkwaterbedrijven hebben om resultaat te maken om investeringen te bekostigen. Die ruimte wordt begrensd door een wettelijk vastgesteld percentage, de vermogenskostenvoet, dat eens per drie jaar wordt vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Voor de periode 2025–2027 is dat percentage van de WACC (Weighted Average Cost of Capital) weliswaar verhoogd naar 4,32%, maar dekt enkel rentestijging en inflatie. Het biedt echter nog geen structurele oplossing voor de sterk stijgende investeringsbehoefte van de sector.”
U zet zich nationaal in voor voldoende investeringsruimte voor de drinkwatersector. Waarom?
“De openbare drinkwatervoorziening in Nederland dient te worden geborgd voor de toekomst, ten behoeve van de volksgezondheid, welzijn én welvaart in Nederland. De hiervoor genoemde ontwikkelingen impliceren echter een forse stijging van de investeringen voor de totale drinkwatersector. Denk aan uitbreiding van zuiveringsinstallaties, bouwen van aanvullende productielocaties en leggen van nieuwe infrastructuur naast het instandhouden van alle ondergrondse en bovengrondse assets. De verwachte investeringen van de sector als geheel zullen de komende 20 jaar stijgen van 1,2 naar 4,2 miljard euro per jaar.
Dat betekent dat Drinkwaterbedrijven in staat moeten worden gesteld om deze investeringen te kunnen financieren. Als we immers nu niet investeren, dan heeft dat effect op de drinkwatervoorziening voor de toekomst. Dat blijf ik bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat benadrukken namens en met andere drinkwaterbedrijven en onze branchevereniging Vewin.”
Elkaar nodig
WML werkt samen met Provincie Limburg, Waterschap Limburg, gemeenten, Rijkswaterstaat, LLTB, andere drinkwaterbedrijven en Belgische en Duitse partners. Waarom is die samenwerking zo belangrijk?
“Water houdt zich niet aan regiogrenzen. Een vervuiling bovenstrooms in Wallonië, zoals in 2025, heeft ook consequenties voor de kwaliteit van het Maaswater in Limburg. Klimaatverandering die grondwatervoorraden doen dalen, raakt niet alleen WML maar ook boeren, natuur en industrie. Dat kan niet worden opgelost door één partij alleen. Wij kunnen onze infrastructuur versterken, maar als de bron niet beschermd wordt en het watersysteem niet in balans is, lossen we het probleem structureel niet op. Samen met Provincie Limburg, Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat, gemeenten, regionale stakeholders en andere drinkwaterbedrijven werken we aan die structurele oplossingen.”
Kunt u een concreet voorbeeld geven?
“Een goed voorbeeld is wat er in 2025 gebeurde met het Maaswater. In Wallonië loosde een bedrijf een bestrijdingsmiddel in de Maas. WML detecteerde de vervuiling in een vroeg stadium en kon tijdig maatregelen nemen. Maar dit soort incidenten laat precies zien hoe kwetsbaar een grensoverschrijdende rivier is als drinkwaterbron, en hoe afhankelijk we zijn van goede samenwerking met Rijkswaterstaat en andere drinkwaterbedrijven die dezelfde bron gebruiken. Dat vraagt om permanent contact en gezamenlijke waakzaamheid én actie.”
En op grotere schaal: het Programma Limburgs Drinkwater. Wat is de betekenis daarvan?
“Dit programma, dat Provincie Limburg samen met WML heeft ontwikkeld en vastgesteld in 2025, is wat mij betreft het meest concrete bewijs dat we de urgentie samen voelen. Het geeft inzicht in de drinkwatervraag voor de periode 2030 tot 2050 en beschrijft welke maatregelen nodig zijn om duurzaam aan die vraag te kunnen voldoen: nieuwe winlocaties, bronbescherming én capaciteitsuitbreiding van de productielocaties.”
Slotvraag
Als u over tien jaar terugkijkt, wat moet er dan zijn gelukt?
“Dan wil ik kunnen zeggen dat we de basis hebben gelegd voor de drinkwatervoorziening tot 2050. Dat de maatregelen uit het Programma Limburgs Drinkwater in uitvoering zijn. Dat de investeringen die nu worden gedaan, in pompstations, leidingen, zuivering, bronbescherming, hun vruchten beginnen af te werpen. En dat WML nog steeds een betrouwbare organisatie is die elke dag werkt om drinkwater te produceren en te leveren. Niet vanzelfsprekend. Maar bewust, met vakmanschap van onze watermakers en met het oog op de generaties na ons.”

Ons werk in 2025
De toekomst van Limburgs drinkwater
De uitdagingen
Er stroomt elke dag schoon en betrouwbaar drinkwater uit de kraan. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het allerminst. De drinkwatersector heeft te maken met diverse uitdagingen die vragen om brede afwegingen. Een overzicht van de uitdagingen die momenteel spelen.
Verslechterende waterkwaliteit
De bronnen waaruit WML drinkwater maakt, worden steeds meer vervuild. Stoffen uit de industrie, landbouw en huishoudens dringen door in het grond- en oppervlaktewater. Dat maakt zuivering complexer, duurder en water- en energie-intensiever.
Dit wringt met de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), die juist als hoofddoel heeft dat grond- en oppervlakte water ecologisch gezond en chemisch schoon moet zijn in 2027, waardoor drinkwaterbedrijven een zo gering mogelijke zuiveringsinspanning hoeven te doen om schoon drinkwater te kunnen leveren.
Met welke specifieke uitdagingen heeft WML in 2025 gehad en hoe hebben we hierop geanticipeerd? Lees het hier.
Stijgende vraag
De vraag naar drinkwater neemt toe door sociaaleconomische ontwikkeling, klimaatverandering, bevolkingsgroei en de woningbouwopgave. Scenario-analyses laten zien dat de huidige productiecapaciteit bij ongewijzigd beleid na 2030 onvoldoende is om aan de watervraag die er dan is te voldoen. Vanuit de lange termijnvisie en planvorming vraagt dit het realiseren van nieuwe winlocaties, het beschermen van drinkwaterbronnen, het verbeteren van waterkwaliteit, het tijdig investeren in en vernieuwen van de infrastructuur én het versterken van de financieringsruimte. WML kan dit niet alleen en neemt haar verantwoordelijkheid door actief de samenwerking op te zoeken met provincie, gemeenten, waterschap en Rijk.
In 2025 is het Programma Limburgs Drinkwater vastgesteld. Een strategisch traject van Provincie Limburg en WML om de drinkwatervoorziening veilig te stellen tot 2050. Lees het hier.
Druk op het watersysteem
Het Limburgse watersysteem — de Maas, beken en grondwater — staat onder toenemende druk door klimaatverandering: langdurige droge zomers zorgen voor piekverbruik terwijl de aanvulling van grondwatervoorraden onder druk staat. Dit leidt ook tot toenemende druk op de beschikbaarheid van voldoende water van geschikte kwaliteit voor de drinkwaterproductie. WML werkt samen met regionale overheden en partners aan een watertransitie om water beter en langer vast te houden.
Financiering
De financieringsruimte is van cruciaal belang. De investeringsruimte van WML wordt begrensd door de wettelijk vastgestelde WACC (Weighted Average Cost of Capital), de norm die bepaalt hoeveel vermogenskosten mogen worden doorberekend in het drinkwatertarief. Die norm is jarenlang te laag geweest voor de benodigde investeringen. Een tijdelijke verhoging voor 2025-2027 door de minister van IenW is een eerste stap geweest, maar de drinkwatersector pleit voor een structurele oplossing. Zonder voldoende financieringsruimte kunnen noodzakelijke investeringen voor instandhouding en uitbreiding van de infrastructuur en zuiveringen niet worden gedaan.
Welke investeringen en stappen heeft WML in 2025 gerealiseerd? Lees het in:

Toenemende druk op drinkwaterbronnen
De kwaliteit van de bronnen waaruit WML het Limburgse drinkwater maakt, staat onder groeiende druk. Vervuiling en klimaatverandering beïnvloeden zowel de kwaliteit van het grondwater als die van het oppervlaktewater nadelig. Hoe gaat WML ermee om en wat zijn concrete voorbeelden uit 2025?
Een vraaggesprek met Willem van Pol, afdelingshoofd Onderzoek & Advies.
Vervuiling in de Maas: Propamocarb
In 2025 is er een langdurige innamestop van de Maas geweest door vervuiling. Kan je dat nader uitleggen?
“Langere periodes van droogte zorgen voor lagere waterafvoer en hogere concentraties van vervuilende stoffen. In 2025 hebben we te maken gehad met een uitzonderlijk lange innamestop toen een vervuiling met de pesticide Propamocarb gemeten werd door Rijkswaterstaat in Eijsden waar de Maas Nederland binnenstroomt. Door die verontreiniging van de Maas kon er geen water uit de rivier worden ingenomen om drinkwater van te maken. Hierdoor slonk de voorraad in ons spaarbekken en waren we begin september genoodzaakt over te schakelen op een andere bron om drinkwater van te maken: diep grondwater. Begin november bevestigden metingen dat de Maas weer aan alle normen voldeed en we de inname konden hervatten.
De situatie heeft opnieuw laten zien hoe kwetsbaar oppervlaktewaterbronnen zijn voor externe verontreinigingen. Vooral door samenwerking, ook over de grenzen heen, en aanscherping van het bronbeschermingsbeleid kunnen we sneller handelen en ernaar toe werken om herhaling in de toekomst te voorkomen. Een voorbeeld is RIWA-Maas, een vereniging van drinkwaterbedrijven die de Maas als bron gebruiken, waar WML ook onderdeel van uitmaakt. RIWA streeft naar een dusdanige kwaliteit van het oppervlaktewater dat een eenvoudige zuivering volstaat om daaruit drinkwater te bereiden.”
Is de bron van de vervuiling gevonden?
“Ja, Rijkswaterstaat heeft er veel werk in gestoken om de vervuiler op te sporen, in samenwerking met ons en hun Belgische partner Service Public de Wallonie. De vervuiler is gelokaliseerd en er is proces-verbaal opgemaakt tegen een bedrijf in de regio Luik.”
Toename micro-organismen: toepassing van UV-desinfectie
In Zuid-Limburg is sinds 2025 een UV-desinfectie actief in de zuivering. Waarom is dat?
"We hebben in dit gebied te maken met grondwaterwinningen zonder een volledig afsluitende klei- of leemlaag erboven die het water beschermt. Deze gronden zijn van kalksteen en brengen uitdagingen met zich mee. Zo zijn ze vatbaarder voor klimaatverandering als het gaat om droogte en natte periodes. De afgelopen twee jaar zijn relatief natte jaren geweest met hoge grondwaterstanden. Dat kan, in combinatie met een aantal andere factoren in het gebied, leiden tot verontreiniging in de winning. Om dat te voorkomen, is extra zuivering via UV-desinfectie nodig. Deze hebben we in 2025 gerealiseerd. Op die manier kunnen we toch drinkwater van perfecte kwaliteit blijven leveren. Dit is een voorbeeld dat de impact van de klimaatverandering steeds merkbaarder wordt "
De Kaderrichtlijn Water: waterkwaliteit staat onder druk
De Kaderrichtlijn Water schrijft voor dat het Nederlandse oppervlaktewater uiterlijk in 2027 in goede staat moet zijn. Hoe realistisch is dat?
“De Limburgse beken en rivieren verkeren binnen de KRW bijna allemaal in een matige tot onvoldoende toestand, vooral ecologisch, met structurele knelpunten door nutriëntenbelasting. Onderzoek wijst uit dat Nederland de KRW-doelen voor 2027 niet gaat halen. Het is essentieel dat er geïnvesteerd wordt in samenwerking tussen Rijksoverheid, provincies, gemeentes, waterschappen en bedrijven om die doelen uiteindelijk wel te halen en de waterkwaliteit in Nederland substantieel te verbeteren. We treffen als drinkwaterbedrijven zelf maatregelen, omdat we verantwoordelijk zijn voor het leveren van schoon drinkwater. Maar er moet meer gedaan worden aan de kwaliteit van de bronnen en daarvoor is samenwerking essentieel. De urgentie is er. Meer dan ooit.”
WML werkt samen met overheden en andere partijen aan betere bronkwaliteit, want voorkomen blijft effectiever dan zuiveren.


Drinkwater voor Limburg
Plannen voor de komende decennia
De drinkwatervraag groeit, bronnen staan steeds meer onder druk en het realiseren van maatregelen is complex vanwege uitdagingen op het vlak van stikstof, vergunningen, netcongestie en regelgeving. Dit leidt tot een lange doorlooptijd voor vergunningverlening en realisatie van maatregelen. Terwijl wachten geen optie is. Daarom werken Provincie Limburg en WML samen aan de drinkwatervoorziening op de korte én lange termijn. De beslissingen van vandaag bepalen het drinkwater van morgen.
De urgentie
De drinkwatervoorziening in Limburg staat voor verschillende uitdagingen. Tot 2030 is er in Limburg voldoende drinkwater beschikbaar, mits WML haar geplande maatregelen op tijd kan realiseren. En juist het realiseren van grootschalige infrastructurele projecten staat onder druk door ontwikkelingen als stikstof, netcongestie en complexe regelgeving. Daarnaast nemen waterkwaliteitsuitdagingen toe.
Op de lange termijn groeit de drinkwatervraag in Limburg. Sociaaleconomische ontwikkeling, bevolkingsgroei, klimaatverandering en de woningbouwambitie in Limburg zorgen samen voor een toename van de drinkwatervraag. Tegelijkertijd vereist de verslechterende waterkwaliteit om intensievere zuiveringstechnieken, waardoor extra water en energie nodig zijn om eenzelfde hoeveelheid drinkwater te produceren. Verschillende ontwikkelingen raken dus de vraag naar, en het aanbod van drinkwater. De onzekerheid naar de toekomst neemt toe.
Om deze ontwikkelingen en impact op de drinkwatervoorziening op te vangen is samenwerking noodzakelijk. Provincie Limburg en WML werken daarom samen aan de toekomstbestendige inrichting van de drinkwatervoorziening. Dit gebeurt onder andere via het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen en het Programma Limburgs Drinkwater.
Het gaat om een vitale publieke voorziening die we samen moeten veiligstellen. Nu en in de toekomst.
Concrete stappen in 2025
In 2024 heeft Provincie Limburg het Regionale Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 vastgesteld, om de drinkwaterbeschikbaarheid tot 2030 te borgen. In het actieprogramma zitten concrete projecten om aan de watervraag te voldoen. Het realiseren van grootschalige infrastructurele projecten duurt vaak meerdere jaren. Door aanpassingen in de zuiveringen of het winveld kan WML op een aantal locaties de drinkwatercapaciteit verhogen. Voorbeelden zijn de nieuwbouw van locatie Grubbenvorst en de winning en zuivering van locatie Beegden. Lees hier meer.
De uitdagingen nemen na 2030 verder toe. Daarom is in 2025 het Programma Limburgs Drinkwater vastgesteld. Dit& is een strategisch traject van Provincie Limburg en WML om de drinkwatervoorziening veilig te stellen tot 2050. Er wordt gezocht naar 12-18 miljoen m3/jaar vergunningscapaciteit om aan de drinkwatervraag te voldoen én genoeg reserveruimte te hebben voor calamiteiten. In 2025 hebben Provincie Limburg en WML gewerkt aan het inzichtelijk maken van mogelijke maatregelen. Dit heeft geleid tot een onderzoeksprogramma voor de periode 2026-2028. Op deze manier leggen Provincie Limburg en WML nu al de basis voor de drinkwatervoorziening van de toekomst.
Gezamenlijk belang voor Limburg
Deze gezamenlijke plannen met Provincie Limburg zijn essentieel voor een toekomstbestendige drinkwatervoorziening in Limburg. De samenwerking is intensief en constructief. Beide partijen spreken dezelfde taal: drinkwater is een vitale publieke voorziening die we samen moeten veiligstellen vanuit de wettelijke zorgplicht.
Alle regionale overheden en waterpartners zijn hierbij onmisbaar. Het realiseren van de benodigde maatregelen is zonder hen niet mogelijk. Dit is in ieders belang: voldoende drinkwater is essentieel voor de volksgezondheid, samenleving en economie in Limburg. Voor de Limburgers van nu én voor de generaties na ons. Het is een onderdeel van de grote wateropgaven waar we in Limburg gezamenlijk aan werken.

Elke druppel telt
WML inspireert tot waterbewustzijn.
WML zet zich in op het gebied van slim watergebruik, voert publiekscampagnes en stimuleert gedragsverandering. Van educatie op scholen tot waterscans voor bedrijven: WML bereikt in 2025 een breed publiek met de boodschap dat bewust omgaan met drinkwater begint bij jezelf.
Nationale Kraanwaterdag: water door de ogen van kinderen
Op de Nationale Kraanwaterdag in 2025 stond WML stil bij wat drinkwater betekent voor de volgende generatie. Op scholen in heel Limburg kregen leerlingen les over de watercyclus, de weg van bron tot kraan en waarom zuinig zijn met water belangrijk is.
Bij Discovery Museum Kerkrade heeft WML een vernieuwde interactieve tentoonstelling gerealiseerd. In 2025 bezochten al vele honderden kinderen de tentoonstelling. Hun reacties laten zien dat bewustwording vroeg begint. Kleine veranderingen in gewoontes maken al een verschil. WML investeert daarom bewust in educatie van de jongste generaties.
Ik wist niet dat water zo lang ondergronds zit voordat het uit mijn kraan komt!
Besparingscampagnes voor huishoudens
In 2025 heeft WML wederom een campagne voor waterbesparing “Rustig aan met de kraan” ingezet. De campagne richt zich op huishoudens met praktische tips zoals: korter douchen, wasmachine pas aanzetten als deze vol is en het opvangen van regenwater om daarmee de planten water te geven. Door de inzet van diverse media, zoals radio, buitenreclame op NS-en tankstations en online advertenties heeft de campagne in 2025 een breed publiek bereikt.
Op nationaal niveau werkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met de drinkwatersector, als onderdeel van het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing, aan een brede bewustwordingscampagne voor heel Nederland. Deze campagne zal in 2026 ook in Limburg te zien zijn.
Ik ga voortaan minder lang douchen, want water is kostbaar.
Waterscans en pilots voor de zakelijke markt
Ook bij bedrijven in Limburg wordt gekeken naar opties om water te besparen. Met waterscans brengen WML-medewerkers de waterstromen van zakelijke klanten in beeld en wordt gericht advies gegeven hoe het drinkwatergebruik kan worden verminderd. Dat leidt tot gerichte adviezen over bijvoorbeeld het besparen of hergebruiken van water in het productieproces. De waterscans passen in een bredere aanpak die WML hanteert voor de zakelijke markt: de duurzame marktoriëntatie. Dit houdt in dat WML bij nieuwe aanvragen voor een drinkwateraansluiting samen met de klant aan de voorkant onderzoekt hoeveel water nodig is en welke kwaliteit water het bedrijfsproces nodig heeft. Dit zijn grote en langdurige onderzoeken. In 2025 zijn vijf van zulke waterscans uitgevoerd in diverse sectoren zoals de voedingsindustrie, de kunststofindustrie en horeca. WML heeft daarnaast een ‘waterscan light’ voor haar kleinere zakelijke klanten.
In 2025 zijn ook pilots gestart bij hotels en vakantieparken in Limburg “hoe maak je bezoekers bewust van hun drinkwatergebruik in deze omgeving?”. In 2026 wordt deze pilot gecontinueerd om te kijken of de uitkomsten hiervan aanleiding vormen voor een verdere doorontwikkeling.
Eigen bedrijfsvoering
Naast aandacht voor drinkwaterbesparing bij klanten zet WML zich vanuit het programma “Zuinig op water” in om het eigen watergebruik te verminderen en water beter vast te houden in het Limburgs watersysteem. Een voorbeeld is het nuttig gebruik van spoelwater, dat kan worden hergebruikt of worden teruggebracht in het watersysteem. In 2025 heeft WML gewerkt aan het realiseren van een infiltratievijver bij de locatie Grubbenvorst, waarmee 75.000 kubieke meter water per jaar kan worden teruggebracht naar het watersysteem. Ook is onderzoek afgerond naar de mogelijkheden voor het hergebruiken van spoelwater in IJzeren Kuilen. De resultaten van dit onderzoek zijn positief: er kan circa 150.000 m3/jaar water worden hergebruikt in het productieproces. De komende jaren werkt WML verder aan het implementeren van deze onderzoeksresultaten.
Operationele betrouwbaarheid voor de komende decennia
WML werkt hard aan de toekomstbestendigheid van de Limburgse drinkwatervoorziening. Een nieuw 40-jarig contract met de Duitse leverancier WAG en een gezamenlijke aanbesteding met Enexis ter waarde van 2 miljard euro: enkele voorbeelden uit 2025 van de operationele betrouwbaarheid van de Limburgse drinkwatervoorziening voor de komende decennia.
Flexibiliteit en weerbaarheid: Duits water tot 2070
Een relatief klein maar strategisc h relevant deel van het Limburgse drinkwater is afkomstig uit de Duitse Eifel. Zo'n 35.000 aansluitingen in oostelijk Zuid-Limburg worden al langjarig voorzien vanuit een grensoverschrijdende verbinding met waterleverancier WAG (Wassergewinnungs- und -AufbereitungsGesellschaft Nordeifel mbH). In 2025 is een nieuw contract ondertekend, voor een looptijd van maar liefst 40 jaar m.i.v. 2030. Daarmee is de grensoverschrijdende drinkwatervoorziening geborgd tot ten minste 2070. Bewust is flexibiliteit ingebouwd om tussentijds bij te kunnen sturen, zodat het contract meebeweegt met toekomstige ontwikkelingen.
De overeenkomst past in de brede strategie van WML om niet afhankelijk te zijn van één enkele bron voor drinkwater. Diversiteit in bronnen betekent flexibiliteit en weerbaarheid.

Planmatig werken aan de ondergrond: samenwerking Enexis
WML beheert ruim 8.600 kilometer drinkwaterleiding door heel Limburg. Om te bepalen waar en wanneer onderhoud aan het distributienet plaats dient te vinden, werkt WML met kennismodellen en analysetools die de conditie van het net in kaart brengen. Op basis daarvan hanteert WML een proactieve saneringsstrategie: wijkgericht, planmatig en in nauwe samenwerking met gemeenten en netbeheerder Enexis, zodat de overlast voor de omgeving zo beperkt mogelijk blijft.
Bij voorkeur wordt bij vervanging één keer gegraven. En omdat onder het Limburgse maaiveld naast drinkwaterleidingen ook gas- en elektriciteitsnetten lopen, is in 2025 de continuering van de samenwerking tussen WML en Enexis contractueel verlengd binnen Stichting Synfra Limburg. In dit verband hebben beide partijen hun gecombineerde werkzaamheden aan de Limburgse ondergrondse infrastructuur ondergebracht. De nieuwe overeenkomst kent een looptijd van twaalf jaar en een totale waarde van 2 miljard euro. Voor het drinkwaternet gaat het om circa 300 miljoen euro, uitgevoerd door negen aannemers. WML staat voor een omvangrijke saneringsopgave, Enexis voor een grote uitbreidings- en onderhoudstaak door de energietransitie. Met deze langjarige samenwerking is de capaciteit en continuïteit geborgd die nodig is om die opgave aan te kunnen.

Wat het WAG-contract en de Enexis-aanbesteding met elkaar verbindt, is de overtuiging dat betrouwbare drinkwatervoorziening vraagt om langetermijndenken, data gebaseerde besluitvorming en nauwe samenwerking met partners.
Investeren in infrastructuur
Voorwaarde voor toekomstbestendige drinkwatervoorziening
Schoon en betrouwbaar drinkwater begint bij een solide infrastructuur. Klimaatverandering, kwaliteitsissues en een toenemende vraag stellen hoge eisen aan de systemen die drinkwater produceren en transporteren. In 2025 werkte WML op meerdere fronten tegelijk aan de optimalisatie en versterking van de infrastructuur: van nieuwe pompstations en transportleidingen tot de vernieuwing van de digitale basis van de organisatie.
Renovatie pompstation Beegden: voorbereidingen in volle gang
Pompstation Beegden, gelegen in het hart van het centrale Limburgse drinkwatergebied, staat aan de vooravond van een ingrijpende renovatie en uitbreiding. Het station verzorgt de drinkwatervoorziening voor (delen van) de gemeenten Leudal, Peel en Maas, Nederweert, Maasgouw en Roermond, en vormt als knooppunt op de WPH*-ringleiding een strategisch onderdeel van de regionale distributie. Doel is een toekomstbestendige drinkwaterproductie voor deze gemeentes.
Voordat de renovatie kan beginnen, is in 2025 gestart met diverse voorbereidende onderzoeken. De uitkomsten van het onderzoek vormen de basis voor de verdere uitwerking van de renovatie van het pompstation in 2026.
* WPH = Water Productiebedrijf Heel: locatie waar van Maaswater, drinkwater wordt gemaakt.

Nieuwe leidingen: transportleiding Helden
In oktober 2025 startte WML met de vervanging van een transportleiding in het Limburgse Helden om de leveringszekerheid van drinkwater in de regio te waarborgen. De oplevering is voorzien voor begin 2027. De uitvoering in het centrum van Helden wordt gecombineerd met een gemeentelijke reconstructie van straten en een rotonde, wat de planning complex maakt maar ook de overlast voor omwonenden beperkt.

Nieuwe leidingen: transportleiding Terlinden-Rivieren-Maasstraat
Om aan de toekomstige vraag naar drinkwater in Zuidoost Limburg te kunnen blijven voldoen, is een herverdeling van de drinkwaterstromen nodig. Om dat mogelijk te maken is gestart met de aanleg van een transportleiding tussen Rivieren - Terlinden (Hoensbroek). Een uitdagend project omdat het tracé van de leiding deels door natuurgebied en dicht bebouwd gebied loopt. Daarbij is ook een aantal boringen onder (water)wegen nodig, waaronder tweemaal een kruising van snelweg A76.

Aanpassing leidingnet voor verbreding A2
Door de verbreding van de snelweg A2 tussen de knooppunten Kerensheide en Het Vonderen zijn een aantal aanpassingen en verleggingen van drinkwaterleidingen noodzakelijk. In 2025 zijn diverse hoofdleidingen verlegd en is gestart met de voorbereiding om in 2026 ter hoogte van Oud-Roosteren een grote en belangrijke transportleiding onder de snelweg te beschermen door middel van een zogenoemde mantelbuis. Die biedt bescherming tegen belasting door het verkeer, extra veiligheid bij een eventuele lekkage en houdt de transportleiding bereikbaar voor onderhoud of vervanging zonder de snelweg open te hoeven breken.

Nieuwbouw pompstation Grubbenvorst: bijna klaar
De nieuwbouw van pompstation Grubbenvorst in Lottum ligt op schema. Het project, dat de drinkwatervoorziening voor zo'n 35.000 inwoners in de regio Horst aan de Maas veiligstelt, is in volle gang sinds oktober 2023.
In 2025 is een nieuwe spoelwaterverwerkingsinstallatie opgeleverd en is het nieuwe zuiverings- en distributiegebouw zo goed als gereed. Ook zijn de nieuwe zuiveringsinstallatie en het distributiepompstation inmiddels gerealiseerd. De volledige inbedrijfstelling is voorzien rond juli 2026; het hele project, inclusief afwerking van het terrein, wordt in 2028 afgerond.

Migratie naar SAP S/4HANA
Ook investeren we in onze digitale infrastructuur, noodzakelijk voor onze bedrijfsvoering. In april 2025 heeft WML haar centrale bedrijfssysteem waarmee processen als financiën, inkoop en personeelszaken worden ondersteund, succesvol gemigreerd naar SAP S/4HANA. Deze nieuwe versie draait in een beveiligd datacenter in Europa en biedt een robuuste omgeving voor de dagelijkse bedrijfsvoering. De migratie legt tegelijk de basis voor verdere verbeteringen in de toekomst. Deze overgang en het gehele project zijn succesvol verlopen. Klanten en medewerkers hebben er zo weinig mogelijk van gemerkt, bestaande processen en functionaliteiten bleven intact en WML is vanwege de succesvolle implementatie door SAP genomineerd als Klant van het Jaar.
Datagedreven werken
Drinkwater maken en leveren is mensenwerk. Maar achter elke kraan schuilt een wereld van meetpunten, sensoren, systemen en gegevens. WML verwerkt dagelijks enorme hoeveelheden data: over waterkwaliteit, leidingdruk, verbruik, onderhoud en meer. Die data is van onschatbare waarde. Met de vorming van een speciaal datateam en de verdere ontwikkeling van digitale samenwerking heeft WML in 2025 een stevig fundament gelegd voor datagedreven werken en de verdere toepassing van AI. Voor de hele organisatie geldt dat de kwaliteit en toegankelijkheid van data de juiste aandacht krijgt.
Robuust en weerbaar
WML bereidt zich voor op extreme scenario’s

In een wereld met sterke geopolitieke ontwikkelingen en toegenomen dreigingsniveaus vraagt de weerbaarheid van vitale infrastructuur extra aandacht. Als onderdeel van de vitale sector werkt WML daarom actief aan haar crisisbestendigheid, ook voor scenario's die tot voor kort ondenkbaar leken, zoals een militaire dreiging of langdurige stroomuitval.
Weerbaarheid drinkwatervoorziening
De verhoogde geopolitieke spanningen in Europa en de wereld hebben het bewustzijn rondom de beveiliging van vitale infrastructuur sterk vergroot. Drinkwatervoorziening is vitale infrastructuur bij uitstek: zonder schoon drinkwater houdt de samenleving binnen dagen op te functioneren. WML neemt die verantwoordelijkheid serieus en zette in 2025 stappen om de eigen weerbaarheid te versterken.
Voorbereiden op extreme omstandigheden
In 2025 heeft WML geanalyseerd hoe te functioneren onder extreme omstandigheden. Aan de hand van de ‘shock box’ methodiek is in beeld gebracht hoe de drinkwaterinfrastructuur en de eigen organisatie reageren in geval van een ‘shock’, ofwel een ingrijpende gebeurtenis met grote impact op de drinkwaterinfrastructuur en organisatie, zoals langdurige grootschalige stroomuitval en fysieke aantasting van infrastructuur. De inzichten die dit oplevert, worden gebruikt om de organisatie robuuster te maken, waar nodig voorbereidingen te treffen en worden uitgewerkt in concrete (calamiteiten)plannen en versterking van de (crisis)organisatie.
WML heeft hierin nadrukkelijk op provinciaal niveau samengewerkt met partners binnen de twee Limburgse veiligheidsregio’s: gemeenten, politie, geneeskundige dienst, Defensie, brandweer. Gezamenlijk werkten we aan de scenario’s, wisselden informatie uit en stemden de plannen op elkaar af. In 2026 worden die verder uitgewerkt en volgen crisisoefeningen samen met de veiligheidsregio en gemeenten.
We hopen deze plannen nooit te gebruiken. Maar als het gebeurt dan hebben we de nodige voorbereidingen gedaan. Dat is onze verantwoordelijkheid naar de Limburgse samenleving.
Samen bouwen aan werk dat ertoe doet
WML als betekenisvolle werkgever in de regio
De arbeidsmarkt staat onder druk. Voor WML is dat geen abstract vraagstuk: het raakt direct aan de kern van de organisatie. Zonder voldoende vakbekwame medewerkers geen betrouwbaar drinkwater. Reden genoeg om zichtbaar te blijven als betekenisvolle werkgever: intern én extern, regionaal én landelijk.
Werken bij WML: meer dan een baan
In 2025 werkten ruim 400 medewerkers bij WML aan één gezamenlijke opdracht: dag en nacht betrouwbaar en veilig drinkwater leveren in Limburg. Achter elke druppel zit vakmanschap, verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Het imago-onderzoek onder medewerkers, klanten en stakeholders uit 2025 bevestigt dat WML beschikt over een sterk en betrouwbaar basisimago, gedragen door vakmanschap en maatschappelijke relevantie. WML wordt gezien als betekenisvolle organisatie. Medewerkers herkennen zich in wie WML is en waar de organisatie voor staat. Ze waarderen WML met een mooie 7,5. Klanten waarderen WML met een 7,9 en stakeholders zelfs met een 8,2.
De opgave voor de komende jaren is om beter en consistenter te laten zien wie WML is: intern én extern. Met Jong WML, een versterkte arbeidsmarktcampagne en deelname aan een sectorale wervingscampagne zet WML daarin nu concrete stappen.
Die boodschap vormt de kern van de manier waarop WML zichzelf als werkgever positioneert. Werken bij WML is meer dan een baan: het is bijdragen aan een product van levensbelang. Of je nu monteur, technicus, IT-specialist of kantoormedewerker bent: iedereen is ‘watermaker’. WML is een professionele, toekomstgerichte organisatie met een essentiële maatschappelijke opdracht. Juist die combinatie maakt WML als werkgever bijzonder.

Gerichte aanpak voor schaarse beroepen
Monteurs en technici, waaronder engineers, operators en IT-specialisten, zijn cruciaal voor de primaire processen en tegelijkertijd structureel schaars op de arbeidsmarkt. Op hen richt WML haar arbeidsmarktstrategie primair. In totaal hebben we 43 nieuwe watermakers mogen verwelkomen in 2025. Van distributiemonteurs tot procesoperators.
De aanpak is breed: eigen werving met gerichte campagnes, samenwerking met gespecialiseerde bureaus, structurele contacten met relevante mbo-opleidingen en een intern opleidingsprogramma. Zo vergroot WML niet alleen de instroom, maar investeert ze ook in de doorgroei van mensen die al bij haar werken.
Voor WML betekent dat ook investeren in digitale vaardigheden en stappen zetten op het vlak van AI. In 2025 is een AI-strategie ontwikkeld, in samenwerking met medewerkers uit de hele organisatie. AI wordt bewust ingezet ter ondersteuning van de strategische doelen van WML en om het werk van watermakers concreet te ondersteunen. WML kiest daarbij voor een zorgvuldige aanpak: starten met gerichte pilots, leren in de praktijk en opschalen wat werkt. Dit altijd met oog voor geldende (wettelijke) richtlijnen op het gebied van digitale veiligheid en privacy. Medewerkers worden gestimuleerd om geselecteerde AI-tools te gebruiken, ervaringen te delen en mee te denken over de verdere ontwikkeling. Kennis opbouwen binnen de organisatie staat daarin centraal.

Jong WML: investeren in de toekomst van de organisatie
Naast het aantrekken van nieuw talent zet WML in op het behoud van (jonge) medewerkers en vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van al het personeel. In 2025 startte WML daarvoor Jong WML: een jongerennetwerk voor alle medewerkers tot en met 35 jaar met een informatief, educatief én verbindend karakter. Gericht op kennismaking met elkaar, verdieping van vakkennis, inzicht in de bredere organisatie en kennismaking met de drinkwatersector als geheel. Ook continueerde WML het interne vitaliteitsprogramma, dit is onderdeel van de aanpak voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Dit kreeg onder andere vorm door activiteiten gericht op specifieke levensfases en hoe hiermee om te gaan, versterken van fysieke en mentale gezondheid en de balans werk-privé.

Samen sterk: een sectorale wervingscampagne
WML staat niet alleen in de uitdaging naar het aantrekken en behouden van voldoende en goed gekwalificeerd personeel. De tien drinkwaterbedrijven van Nederland, verenigd in werkgeversvereniging WWb (WerkgeververenigingWaterbedrijven), zetten gezamenlijk de schouders onder een landelijke arbeidsmarktcampagne voor de hele drinkwatersector door de positionering als een aantrekkelijke werkgever met betekenisvol werk.

Financieel verslag
2025
Aanbieding RvC en AvA
Aan de Raad van Commissarissen
Hierbij bied ik u de jaarrekening 2025 ter goedkeuring aan.
Tevens treft u het jaarverslag 2025 aan.
Maastricht, 29 mei 2026
Mevr. drs. J.J.W. Nelissen RA, directeur
Aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
Hierbij leggen wij u de door onze Raad goedgekeurde jaarrekening 2025 ter vaststelling voor. De jaarrekening bestaat uit de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2025, de geconsolideerde en enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2025, het geconsolideerde en enkelvoudige kasstroomoverzicht over 2025, de toelichting op de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2025 en de toelichting op de geconsolideerde en enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2025. Deze goedgekeurde jaarrekening is door de directeur en de Raad van Commissarissen ondertekend. De jaarrekening is gecontroleerd door EY Accountants B.V. De verklaring van EY Accountants is opgenomen op pagina 85 tot en met 88.
Conform art. 40 van de statuten van NV WML wordt het bedrag dat in de goedgekeurde winst- en verliesrekening als winst wordt aangewezen bij voorkeur aangewend tot versterking van het bedrijf en verwezenlijking van het doel van de vennootschap. In aansluiting hierop stellen wij voor het positieve resultaat ad € 20,2 miljoen ten gunste van de algemene reserve te brengen.
Wij adviseren u de vereiste vaststelling aan de jaarrekening 2025 te hechten en verzoeken u om over het jaar 2025 decharge te verlenen aan de directeur voor haar bestuur en aan de leden van onze Raad voor het toezicht.
Maastricht, 29 mei 2026
Namens de Raad van Commissarissen,
Mevr. drs. A.T. Bredée, voorzitter
Mevr. M.A.H. Clermonts-Aretz, secretaris
Directieverslag 2025
Directieverslag 2025
Algemene informatie
WML produceert en levert 24/7 betrouwbaar, veilig drinkwater van hoge kwaliteit voor heel Limburg. Dat doen we op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame wijze. We zien het als onze kerntaak, nu en in de toekomst, om drinkwater toegangkelijk te houden. We leveren drinkwater aan inwoners, bedrijven en (overheids)instellingen in Limburg middels een openbare drinkwatervoorziening. WML stelt de openbare drinkwatervoorziening veilig, beschermt bronnen en stimuleert duurzaam gebruik van water. WML, statutair gevestigd in Maastricht, is een naamloze vennootschap, waarvan de aandelen in het bezit zijn van de Limburgse gemeenten en de Provincie Limburg. De grootste aandeelhouder is de Provincie Limburg met 21,8% aandelenbezit. De overige aandelen zijn naar inwoneraantal verdeeld over de 31 gemeenten in Limburg.
WML dient een geconsolideerde jaarrekening op te stellen waarin de eigen financiële gegevens zijn opgenomen, tezamen met die van haar dochtermaatschappijen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft (artikel 1:406 BW 2). De consolidatie is om deze reden van toepassing op WML N.V., WML Wind B.V., Proceswater Limburg B.V. en Evilim Industriewater B.V. In onderstaande paragrafen is de toelichting gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening, tenzij anders aangegeven.
1.1 Participaties
WML Wind B.V. is een 100% dochteronderneming van WML en heeft als doelstelling de duurzame opwekking van energie ten behoeve van de verduurzaming van de drinkwatervoorziening en daarmee samenhangende activiteiten.
Proceswater Limburg B.V. (PWL) is een 100% dochteronderneming van WML en heeft ten doel het aanbieden van totaal watermanagement met betrekking tot water niet zijnde drinkwater.
Evilim Industriewater B.V. was een 50% dochteronderneming van WML. WML heeft in 2025 de resterende 50% van de aandelen van Evilim overgenomen van Evides Industriewater B.V.. Evilim is daarmee een 100% deelneming van WML geworden. Het doel van Evilim is het ontwikkelen en bedrijven van waterbehandelingsinstallaties (proceswater, afvalwater, hergebruik) alsmede het uitvoeren van legionella preventieactiviteiten voor industriële klanten in de provincie Limburg.
1.2 Lange termijnvisie en doelen
De kerntaak van WML is om nu en in de toekomst te zorgen voor voldoende drinkwater, van goede kwaliteit en onder de juiste druk. WML is tevens medeverantwoordelijk voor het veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Hiertoe beschermt WML-waterbronnen voor zover dit binnen haar bevoegdheden en bereik liggen en voert zij wettelijke veiligheidscontroles uit op collectieve drinkwaterinstallaties van bedrijven en instellingen.
Onze missie is dat heel Limburg op ons kan rekenen voor betrouwbaar drinkwater. Daarbij dragen we bij aan de volksgezondheid, het welzijn én de welvaart van Limburg. Vandaag en in de toekomst.
WML produceert en levert 24/7 betrouwbaar, veilig drinkwater van hoge kwaliteit voor Limburg. Dat doen we op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame wijze. We zien het als onze kerntaak, nu en in de toekomst, om drinkwater toegankelijk te houden.
In 2025 zijn o.a. de volgende activiteiten en initiatieven uitgevoerd die bijdragen aan de bedrijfsdoelen van WML:
- Nieuwbouw en renovatie pompstation Grubbenvorst. Pompstation Grubbenvorst produceert drinkwater voor zo’n 30.000 inwoners. Het pompstation en de grondwaterputten was aan renovatie dan wel nieuwbouw toe. WML heeft fasegewijs nieuwe winputten geboord, een deel van de installatie gerenoveerd en op hetzelfde terrein een nieuw pompstation gebouwd. Dit alles om de duurzame en betrouwbare drinkwatervoorziening voor de toekomst te kunnen blijven garanderen. Het project zal naar verwachting duren tot eind 2028.
- Een nieuw 40-jarig contract met de Duitse leverancier WAG voor de inkoop van ongeveer 5 miljoen m3. Deze overeenkomst past in de brede strategie van WML inzake de diversiteit in bronnen. Daarnaast heeft WML in 2025 vanuit een gezamenlijke aanbesteding met Enexis een 12-jarig contract afgesloten met aannemers voor de vervanging van het leidingnet.
- Transportleiding Helden: in 2025 is WML gestart met de vervanging van een verouderde transportleiding in Helden. De nieuwe leiding bestaat uit een grotere diameter waardoor onder andere de weerstand in het netwerk wordt verminderd en de doorstroming wordt verbeterd.
- Vaststelling van het Programma Limburgs Drinkwater in dat in samenwerking met de Provincie Limburg is opgesteld in november 2025. Het programma is een strategisch traject van Provincie Limburg en WML om de drinkwatervoorziening veilig te stellen tot 2050.
- Wederom behalen van de certificering veiligheidscultuurladder trede 3 en een auditvrijstelling voor het certificaat inzake klimaatneutraliteit vanwege vijf opeenvolgende jaren zonder bevindingen.
2. Balans
In deze paragraaf wordt de ontwikkeling in de investeringen en de financiering nader beschreven.
2.1 Investeringen
In onderstaande grafiek zijn de investeringen van zowel WML N.V. als de investeringen op geconsolideerd niveau weergegeven. Het investeringsniveau in de materiële vaste activa bedraagt in 2025 afgerond € 81,1 miljoen (geconsolideerd). Dit is een stijging van € 23,7 miljoen ten opzichte van 2024 (€ 57,4 miljoen). De stijging van de investeringen op geconsolideerd niveau wordt veroorzaakt door investeringen bij WML N.V.
Investeringen 2025-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Onderdeel | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Investeringen (WML N.V.) |
81,06 | 57,40 |
| Investeringen (geconsolideerd) |
81,10 | 57,44 |
Grafiek 1. Investeringen van 2025 en 2024
Het investeringsniveau in voornamelijk de materiële vaste activa van WML N.V. bedraagt in 2025 afgerond € 81,1 miljoen. Dit is een stijging van afgerond € 23,7 miljoen ten opzichte van 2024. De toename wordt voornamelijk veroorzaakt door enkele majeure projecten, zoals de nieuwbouw van pompstation Grubbenvorst, en de vervanging van het leidingnet.
2.2 Financiering
WML heeft in 2025 voor € 20,8 miljoen afgelost op bestaande leningen. In 2025 zijn leningen voor € 50 miljoen aangetrokken.
Ultimo 2025 bedraagt de totale vreemd vermogenspositie afgerond € 438,8 miljoen. Dit is 65% van het totale balansvermogen. Het totale vreemd vermogen is in 2025 met € 35,4 miljoen toegenomen ten opzichte van 2024. Van het totale vreemd vermogen is afgerond 21% kortlopend (tijdelijk) en 79% langlopend gefinancierd. Het gemiddelde rentepercentage van uitstaande leningen is in 2025 met 0,15% punt gestegen ten opzichte van het gemiddelde rentepercentage van 2024 (2,04%).
De ontwikkeling van de financieringsbehoefte voor de komende jaren wordt voortdurend gemonitord. Het streven van WML is om een zo vlak mogelijk herfinancieringspatroon in de toekomst te realiseren. Jaarlijks wordt een treasury jaarplan opgesteld waarin vooruitgekeken wordt naar de zekere en onzekere financieringsbehoefte en de hiermee samenhangende risico’s betreffende de financierbaarheid en rente. De ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt is en blijft voorlopig onvoorspelbaar. WML blijft de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt nauwlettend volgen
2.3 Bijzonderheid ten opzichte van 2024: immateriële vaste activa
In de balans is te zien dat voor 2025 een post onder ‘Immateriële vaste activa’ is opgenomen. Dit komt voort uit de overname in 2025 van aandelen van Evides Industriewater B.V. inzake de deelneming Evilim. WML is daarmee 100% aandeelhouder van Evilim. Op basis van de overdracht is goodwill ontstaan die is opgenomen onder de post ‘Immateriële vaste activa’.
3. Financiële ratio's
De solvabiliteit, current ratio en de leverage ratio worden zowel op geconsolideerd niveau als op vennootschappelijk niveau in onderstaande grafieken weergegeven. De toelichting op de ratio’s heeft betrekking op de WML N.V. Daarnaast wordt in deze paragraaf een toelichting gegeven inzake de realisatie van de Weighted Average Cost of Capital (WACC).
De solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. In 2025 komt de solvabiliteit op geconsolideerd niveau uit op 35,0% en ligt daarmee nagenoeg in lijn met de solvabiliteit van 2024 (afgerond 35,1%). De beperkte afname wordt veroorzaakt doordat de stijging van de rentedragende schuld en daarmee het vreemd vermogen in verhouding hoger is dan de stijging van het eigen vermogen door de toevoeging van het positieve resultaat.
De solvabiliteit voor WML N.V. bedraagt in 2025 35,2% en is daarmee gelijk aan de solvabiliteit van 2024.
Solvabiliteit in %
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Onderdeel | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Solvabiliteit in % (WML N.V.) |
35,2 | 35,2 |
| Solvabiliteit in % (geconsolideerd) |
35,0 | 35,1 |
Grafiek 2. De ontwikkeling van de solvabiliteit over de periode 2024-2025
3.2 Leverage ratio
De leverage ratio is een kengetal voor de tijdsduur die een organisatie nodig heeft om haar rentedragende schulden af te lossen. De leverage ratio wordt ook wel de ‘Net.debt/EBITDA’ ratio genoemd. In 2025 komt de leverage ratio voor WML N.V. uit op 6,0. Dit is een daling van 0,7 ten opzichte van 2024 (6,7). Deze daling is voornamelijk het gevolg van een hogere EBITDA. Het resultaat exclusief het resultaat deelneming ligt in 2025 € 8,2 miljoen hoger in vergelijking met 2024. De rentedragende schulden zijn in vergelijking met 2024 toegenomen. De daling van de leverage ratio ligt in lijn met het financieel beleid van WML en is positief voor de (toekomstige) financiering van WML.
Leverage ratio
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Onderdeel | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Leverage ratio (WML N.V.) |
6,0 | 6,7 |
| Leverage ratio (geconsolideerd) |
5,9 | 6,6 |
Grafiek 3. De ontwikkeling van de leverage ratio (Net.debt/EBITDA) over de periode 2024-2025
3.3 Current ratio
De current ratio geeft de verhouding weer tussen de activa die op korte termijn in geld omgezet kunnen worden en de verplichtingen die op korte termijn moeten worden voldaan. In 2025 komt de current ratio voor WML N.V. uit op 26,7%. Dit is een stijging van 8% ten opzichte van 2024. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door een stijging van de kortlopende vorderingen. De current ratio voldoet hiermee aan het gestelde beleid van WML.
3.4 Weighted Cost of Capital (WACC)
De vermogenskosten, bestaande uit resultaat en rentekosten, die een drinkwaterbedrijf in haar tarief mag doorberekenen worden op basis van de Drinkwaterwet gemaximaliseerd. De maximale vermogenskosten worden berekend door de Weighted Average Cost of Capital (WACC) te vermenigvuldigen met de gemiddelde wettelijke activawaarde. De WACC wordt driejaarlijks vastgesteld door de Minister van Infrastructuur & Waterstaat. Op basis van realisatiecijfers wordt door de externe accountant getoest of de toegestane vermogenskosten overschreden worden. Een eventuele overschrijding dient op basis van de Drinkwaterwet uiterlijk verrekend te worden met de tariefstelling voor het daaropvolgende kalenderjaar.
WML heeft in de tariefstelling voor 2025 de volledige wettelijke WACC-limiet van 4,32% benut ten behoeve van de financiering van de noodzakelijke investeringen. Aangezien de gerealiseerde vermogenskosten hoger liggen dan de planwaarde is de verwachting dat WML de WACC-limiet van 2025 zal overschrijden. Dit wordt in juni 2026 door de externe accountant getoetst.
4. Winst- en verliesrekening
Het geconsolideerde resultaat voor belasting in 2025 bedraagt afgerond € 20,5 miljoen. In 2024 bedroeg het geconsolideerde resultaat voor belasting € 12,2 miljoen. Het positieve resultaat na belasting bedraagt in 2025 € 20,2 miljoen. Dit resultaat draagt bij aan het vermogen voor de financiering van noodzakelijke toekomstige investeringen ten behoeve van de drinkwatervoorziening.
Het hogere resultaat voor belasting in 2025 van afgerond € 8,3 miljoen ten opzichte van 2024 wordt met name veroorzaakt door:
- Hogere opbrengsten (+ € 16,9 miljoen, door voornamelijk de tariefstijging per 2025)
- Hogere kosten (+ afgerond € 8,6 miljoen), door voornamelijk hogere afschrijvingskosten, overige bedrijfskosten, personeelskosten, en rentekosten
Bovenstaande belangrijkste afwijkingen ten opzichte van 2024 worden in onderstaande paragrafen nader beschreven.
4.1 Opbrengsten
De totale geconsolideerde bedrijfsopbrengsten in 2025 bedragen € 158,3 miljoen en zijn gestegen met afgerond € 16,9 miljoen in vergelijking met 2024 (€ 141,5 miljoen). De totale bedrijfsopbrengsten bestaan uit de netto drinkwateromzet en overige bedrijfsopbrengsten. De netto drinkwateromzet is ten opzichte van 2024 gestegen met € 17,6 miljoen door de tariefstijging per 1 januari 2025. De overige bedrijfsopbrengsten (geconsolideerd) zijn ten opzichte van 2024 gedaald met € 0,7 miljoen. In onderstaande grafiek wordt de netto drinkwateromzet opgesplitst en vervolgens nader toegelicht.
Netto drinkwateromzet 2025-2024 (in miljoen €, geconsolideerd)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | vastrecht | waterafzet | ongemeten gebruik |
|---|---|---|---|
| 2025 | 65,554 | 80,492 | 3,091 |
| 2024 | 60,135 | 68,385 | 3,061 |
Grafiek 4. De netto drinkwateromzet (geconsolideerd) van 2025 en 2024
De totale netto drinkwateromzet 2025 bedraagt € 149,1 miljoen en is afgerond € 17,6 miljoen gestegen in vergelijking met 2024. Deze stijging wordt veroorzaakt door hogere opbrengsten uit de waterlevering (€ 12,1 miljoen) en hogere opbrengsten uit het vastrecht (€ 5,4 miljoen).
De omzet uit drinkwaterlevering is in 2025 ten opzichte van 2024 gestegen met € 12,1 miljoen. Deze stijging bestaat uit:
- Circa € 9,9 miljoen hogere opbrengsten als gevolg van de stijging van het variabel tarief per m3 (inclusief belastingen exclusief Belasting op Leidingwater (BoL) en BTW). Dit tarief is in vergelijking met 2024 met circa 14,1% gestegen).
- Circa € 2,3 miljoen hogere opbrengsten als gevolg van een hogere waterafzet. De waterafzet ultimo 2025 is afgerond 2,3 miljoen m3 hoger in vergelijking met 2024. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de relatief warme en droge zomermaanden in 2025.
- In 2025 is er ten opzichte van 2024 een lagere aanvullende positieve correctie op de opbrengsten doorgevoerd op de afzet van de afgelopen jaren ten aanzien van het ‘niet in rekening gebracht gebruik’ (NIRG) van afgerond € 0,2 miljoen (2024 afgerond € 0,3 miljoen).
De opbrengsten uit het vastrecht zijn gestegen met € 5,4 miljoen ten opzichte van 2024. Deze stijging heeft twee oorzaken:
- Het aantal aansluitingen is in 2025 met 3.529 aansluitingen (Qn 1,5) gestegen ten opzichte van 2024.
- Een stijging van het vastrechttarief (Qn 1,5) van circa 8,14%;
De omzet uit ongemeten gebruik (bijvoorbeeld uit capaciteitsrecht van blusvoorzieningen en brandkraanrecht) is afgerond € 3,1 miljoen en ligt daarmee in lijn met 2024 (afgerond € 3,1 miljoen).
4.2 Kosten
De som der bedrijfslasten inclusief de rentelasten (afgerond € 137,9 miljoen) is met afgerond € 8,6 miljoen gestegen ten opzichte van 2024 (€ 129,3 miljoen). De belangrijkste oorzaken hiervan zijn:
- Hogere overige bedrijfskosten + € 3,5 miljoen
- Hogere afschrijvingskosten + € 2,6 miljoen
- Hogere personeelskosten + € 1,1 miljoen
- Hogere rentekosten + € 0,7 miljoen
- Hogere kosten uitbesteed werk + € 0,5 miljoen
Deze kostenontwikkelingen worden nader beschreven.
De som van de overige bedrijfslasten is in 2025 afgerond € 31,7 miljoen en is hiermee € 3,5 miljoen hoger dan in 2024 (€ 28,2 miljoen). De stijging kent voornamelijk de volgende oorzaken:
- Een stijging van de materiaalkosten (+ € 0,9 miljoen) door hogere kosten voor chemicaliën en de regeneratie van actief kool.
- Een stijging van de dotatie aan de voorziening debiteuren (+ € 0,8 miljoen) vanwege eenmalige correctie inzake bij klanten in rekening gebrachte herinnerings- en boetekosten (+ € 0,4 miljoen) en een extra dotatie aan de voorziening vanwege een hoger debiteurensaldo (+ € 0,3 miljoen).
- Een stijging van de kosten van onderhoudscontracten (+ € 0,7 miljoen) door structureel hogere kosten van IT-licenties door o.a. geografische en telefonie applicaties.
- Een stijging van de overige kosten (+ € 0,7 miljoen) door een afwaardering van grond als gevolg van een bestemmingswijziging (+ € 0,3 miljoen) en kosten voor de publieke evenementen inzake het 100-jarig jubileum WML (+ € 0,2 miljoen, open dag en symposium). Daarnaast heeft er in 2024 een eenmalige vrijval plaatsgevonden van € 0,2 miljoen inzake ‘Duurzaam Schoon Grondwater’.
De afschrijvingen in 2025 zijn afgerond € 2,6 miljoen hoger in vergelijking met 2024. In het kader van de jaarlijkse herziening van het activabestand is een inhaalafschrijving uitgevoerd op het oude geografische informatiesysteem aangezien deze is vervangen door een nieuw systeem (+ € 1,8 miljoen). Daarnaast zijn er in 2025 meer IT-projecten geactiveerd.
De totale personeelskosten (inclusief sociale lasten en pensioenlasten) bedragen in 2025 afgerond € 37,4 miljoen en liggen daarmee € 1,1 miljoen hoger in vergelijking met 2024 (€ 36,3 miljoen). De stijging van de personeelskosten wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten als gevolg van de cao-verhoging van gemiddeld 3,75%.
De rentelasten stijgen ten opzichte van 2024 met € 0,7 miljoen. De gemiddelde rentevoet van de leningenportefeuille in 2025 bedraagt 2,2% en is licht gestegen ten opzichte van 2024 (2,0%). De stijging van de rentekosten komt daarnaast door een hogere rente van kasgeldleningen.
Het uitbesteed werk bedraagt in 2025 afgerond € 8,7. Dit is een stijging van € 0,5 miljoen ten opzichte van 2024. Dit wordt met name verklaard door een stijging van de laboratoriumkosten (+ € 0,3 miljoen) en leidingaannemers (+ € 0,2 miljoen) als gevolg van een stijging van de prijzen.
In onderstaande grafiek zijn de kosten van 2025 en 2024 schematisch weergegeven.
Kosten 2025-2024 (in miljoen €, geconsolideerd)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Waterinkoop | 5,9 | 5,9 |
| Elektrische energie | 7,6 | 7,7 |
| Milieubelasting | 1,2 | 0,9 |
| Uitbesteed werk | 8,7 | 8,2 |
| Personeelskosten | 37,4 | 36,3 |
| Afschrijvingen | 37,3 | 34,7 |
| Overige bedrijfskosten | 31,7 | 28,2 |
| Rentekosten | 8,1 | 7,4 |
Grafiek 5. De totale lasten (geconsolideerd) van 2025 en 2024
5. Kasstroom
De netto kasstroom 2025 is als volgt opgebouwd:
Kasstroom uit operationele activiteiten: + € 51,3 miljoen
Kasstroom uit investeringsactiviteiten: - € 82,5 miljoen
Kasstroom uit financieringsactiviteiten: + € 32,7 miljoen
Netto kasstroom: + € 1,6 miljoen
WML heeft in 2025 uit de operationele- en investeringsactiviteiten een negatieve kasstroom gerealiseerd van € 31,2 miljoen. De kasstroom uit operationele activiteiten bedroeg in 2025 € 51,3 miljoen. Dit is het resultaat uit gewone bedrijfsvoering gecorrigeerd met het totaal aan afschrijvingen en mutaties in werkkapitaal. De investeringen in immateriële en materiële vaste activa leiden vervolgens tot een negatieve kasstroom uit investeringsactiviteiten van € 82,5 miljoen. Zie toelichting onder het kopje ‘investeringen’. De positieve kasstroom uit financieringsactiviteiten van € 32,7 miljoen wordt veroorzaakt door het feit dat in 2025 de nieuwe financiering, inclusief mutatie rekening courant, hoger was dan de aflossingen van de langlopende schulden.
6. Fianciële instrumenten
WML maakt alleen gebruik van de traditionele bancaire financieringsinstrumenten (leningen). In het treasury beleid heeft WML-procedures en gedragslijnen vastgelegd ten behoeve van het gebruik van financiële instrumenten. WML handelt niet in financiële instrumenten. WML kent een aantal financiële risico’s die voortvloeien uit haar normale bedrijfsuitoefening. Het beleid van WML is erop gericht de negatieve gevolgen van onvoorziene omstandigheden uit de financiële risico’s te mitigeren. De volgende risico’s onderkennen we:
6.1 Kredietrisico (debiteurenrisico)
Debiteurenrisico is het risico dat een debiteur een vordering niet zal voldoen. De meeste vorderingen zijn van beperkte omvang en verdeeld over een zeer groot aantal debiteuren. WML ziet hier geen concentratie van risico’s. Maatregelen die worden toegepast om het debiteurenrisico te beperken zijn: een actief incassobeleid met eigen incasseerders, het gebruik van kredietlimieten voor zakelijke partijen, de inzet van meerdere incassomethoden en het toepassen van een zorgvuldig afsluitbeleid.
6.2 Valutarisico
Valutarisico is het risico dat wordt gelopen bij waardeveranderingen in financiële instrumenten of een transactierisico als gevolg van inkopen in buitenlandse valuta’s. WML loopt geen significante valutarisico’s.
6.3 Prijsrisico
Het marktprijsrisico op de inkopen wordt in de eerste plaats beperkt door langdurige contracten voor strategische artikelen. WML gebruikt hiervoor geen afgeleide financiële instrumenten (‘derivaten’). Marktprijsrisico’s worden, indien mogelijk en economisch gerechtvaardigd, gemitigeerd. Voor relatief omvangrijke kostenposten, zoals de inkoop van energie, heeft WML meerjarige contracten afgesloten, waarbij de omvang van tussentijdse prijsstijgingen, middels het deels vooraf vastleggen van de prijzen, wordt beperkt. WML heeft niet de mogelijkheid noch de intentie om energie tegen de vastgezette prijzen door te verkopen aan derden en derhalve is er geen sprake van een afgeleid financieel instrument. WML onderkent geen transacties waarbij de prijzen sterk volatiel zijn en acht de inzet van derivaten niet nodig. Alle verkopen geschieden op basis van vaste prijzen die deels afhankelijk zijn van het watergebruik van de klanten.
6.4 Liquiditeitsrisico
WML is een kapitaalintensief bedrijf. Het financieringsbeleid is gericht op het ontwikkelen en onderhouden van een optimale financieringsstructuur, rekening houdend met de huidige activa en het investeringsprogramma. Uitgangspunten zijn toegang tot de kapitaalmarkt en flexibiliteit tegen acceptabele financieringskosten. Om te voorkomen dat WML niet in staat is te voldoen aan haar financiële verplichtingen wordt groot belang gehecht aan het beheersen van alle risico’s met betrekking tot de toegang tot de kapitaalmarkt. Daarnaast wordt de liquiditeitsbehoefte gepland op basis van lange, middellange en korte termijn kasstroomprognoses. Deze kasstroomprognoses omvatten onder meer operationele kasstromen, investeringskasstromen, te betalen interest en aflossing van schulden. De wijze waarop de financieringsinstrumenten worden beheerd is vastgelegd in een Treasury Statuut dat is vastgesteld door de Raad van Commissarissen van WML. Bij het opnemen van gelden is het tegenpartijrisico zeer beperkt. Ten aanzien van het uitzetten van gelden is het algemene uitgangspunt dat er geen uitzettingen plaatsvinden. Indien er toch sprake is van een uitzetting, dan wordt rekening gehouden met de beoordelingscriteria zoals deze in het Treasury Statuut zijn geformuleerd. Op grond hiervan moet een tegenpartij een kredietwaardigheids-kwalificatie hebben die ten minste gelijk is aan een rating ‘AA’ volgens Standard & Poor’s.
6.5 Renterisico
Renterisico is het risico dat wordt gelopen bij waardeveranderingen in financiële instrumenten als gevolg van een renteverandering in de markt. Het renterisico wordt beheerst door de treasury commissie. Het renterisicobeleid is gericht op het beheersen van de netto financieringslasten door fluctuaties in de marktrente. Hiertoe wordt uitgegaan van een bepaalde bandbreedte voor de verhouding tussen lang- en kortlopende leningen. Indien alle overige variabelen constant blijven, zal een algemene stijging van de Euribor (over een periode van twaalf maanden) met 100 basispunten naar schatting leiden tot een daling van het resultaat met € 0,3 miljoen. Ultimo 2025 is 100% van de langlopende financiering gebaseerd op vaste rentecondities.
6.6 Reële waarde
De reële waarden van de financiële instrumenten op de balans zijn opgenomen onder handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, handelsschulden en overige te betalen posten en benadert de boekwaarde daarvan. De reële waarde van de overige in de balans verantwoorde financiële instrumenten is opgenomen bij de toelichting op de langlopende schulden.
7. WML Governance
De vennootschap wordt, onder toezicht van een Raad van Commissarissen (RvC), bestuurd door een directie, bestaande uit een of meerdere directeuren. De leden van de directie worden benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA). Het aantal directeuren wordt vastgesteld door de RvC. Thans heeft WML één directeur/bestuurder.
De directie van WML werkt met een Managementteam (MT). Het MT van WML adviseert de directeur bij de besluitvorming. Het MT bestaat in 2025 uit 5 leden, te weten:
- De directeur-statutair bestuurder;
- Drie sectormanagers (Sector Klant & Operatie, Sector Strategie & Infra en Sector Bedrijfsondersteuning)
- Bestuurssecretaris
Daarnaast wordt het MT geadviseerd door:
- Afdelingshoofd Onderzoek & Advies
- Concerncontroller
Het contact tussen de RvC en het MT van WML wordt vormgegeven door middel van aanwezigheid en betrokkenheid bij de voorbereiding en invulling van vergaderingen en werkbezoeken van de RvC.
8. Risicomanagement
De drinkwatersector opereert in een omgeving die steeds complexer en dynamischer wordt. Factoren zoals klimaatverandering, toenemende drinkwatervraag, druk op bronnen in kwantiteit en kwaliteit, digitalisering en strengere wet- en regelgeving hebben directe impact op de continuïteit van de drinkwatervoorziening. Robuust risicomanagement is noodzakelijk om de leveringszekerheid blijvend te waarborgen.
WML volgt sinds 2005 vrijwillig de Nederlandse Corporate Governance Code. De Nederlandse Corporate Governance Code vereist van onder meer beursgenoteerde bedrijven dat deze een op de vennootschap toegesneden intern risicobeheersings- en controlesysteem hebben. Aangezien de directie van WML en de RvC grote waarde hecht aan helder en transparant ondernemingsbestuur volgt WML deze code vrijwillig.
8.1 Ontwikkeling in 2025
Door de vitale rol van drinkwaterbedrijven dienen drinkwaterbedrijven aan diverse (wettelijke) verplichtingen te voldoen en is er veel extern toezicht/verplichtingen door onder andere het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Inspectie Leefomgeving en Milieu en externe auditoren. Daarnaast vindt risicomanagement breed binnen WML plaats.
Vanwege de complexere en dynamischere omgeving en de potentiële impact van kwalitatieve risico’s heeft WML besloten een verdere doorontwikkeling op risicomanagement in te zetten. In het kader hiervan zijn de volgende activiteiten uitgevoerd:
- Risicomanagementbeleid WML op- en vastgesteld
- Uitgebreide herijking strategische en tactische risico’s
- Herijking positionering risicomanagementproces binnen WML (stafdienst Risk & Control)
In 2026 vindt verdere implementatie plaats van het vastgestelde beleid.
8.2 Risicomanagementbeleid WML
Het risicomanagementbeleid is gericht op de interne bedrijfsvoering en op de externe ontwikkelingen. De risico’s van beide ontwikkelingen worden opgenomen in een risicoregister. WML gebruikt de volgende definitie van risicomanagement:
Risicomanagement omvat alle (integrale) activiteiten en processen die gericht zijn op het continu identificeren, analyseren, evalueren, mitigeren en verantwoorden van risico’s in relatie tot de vastgestelde missie, visie en organisatiedoelstellingen van WML.
Risicomanagement is gericht op proactief handelen in plaats van reactief. Mocht een risico toch optreden dan is of zijn er (een) maatregel(en) bedacht om het negatieve gevolg zoveel mogelijk te beperken. Succesvolle uitvoering van risicomanagement faciliteert het maken van weloverwogen strategische keuzes en maakt ongewenste gebeurtenissen in de uitvoering en/of negatieve effecten hiervan inzichtelijk, zodat deze adequaat beheerst kunnen worden. Goed risicomanagement leidt tot risicobewustzijn, inzicht en overzicht, gedeelde expertise en een weloverwogen risicobereidheid.
Het risicomanagement van WML is door middel van het specifiek voor WML ontwikkelde risicomanagement raamwerk (figuur 1) opgebouwd. Dit raamwerk is een samenvoeging van de raamwerken van ‘The Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission’ (COSO), ISO 31000 norm en ‘The International Organisation of Supreme Audit Institutions’ (INTOSAI) in verband met WML’s relatie tot de publieke sector. Met onderstaand WML specifieke raamwerk beschikt WML over een raamwerk dat aansluit op de typologie en structuur van haar organisatie.

Het raamwerk beschrijft en definieert de verschillende elementen van een robuust intern beheersingssysteem. Het raamwerk geeft in de kubus de directe relatie weer tussen:
- De doelstellingen van de organisatie (bovenvlak)
- Het risicomanagementproces/de beheersingscomponenten) (voorvlak)
- De activiteiten/ organisatieonderdelen waarvoor de interne beheersing benodigd is (zijvlak)
8.3 Risicomangementproces (voorvlak raamwerk)
Het risicomanagementproces van WML is samengevat in het gele vlak van het WML-raamwerk in figuur 1.
De risicocultuur beïnvloedt de besluitvorming van RvC, directie, sector- en afdelingsmanagers en medewerkers. Een sterke risicocultuur draagt bij aan het maken van de juiste beslissingen bij het verwezenlijken van de organisatiedoelen. Principes vormen de uitgangspunten van het risicomanagementbeleid en geven richtlijnen over de kenmerken van doelmatig en doeltreffend risicomanagement en de nut en de noodzaak ervan. Ze zijn noodzakelijk om o.a. de richting, cultuur en houding ten aanzien van risicomanagement te bepalen. WML volgt hierin de acht principes van de ISO 31000 norm voor effectief risicomanagement.
WML is een drinkwaterbedrijf dat 24/7 betrouwbaar, veilig drinkwater van hoge kwaliteit produceert en levert aan inwoners en bedrijven in Limburg. Dat doet WML op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame wijze. WML draagt met het produceren en leveren van drinkwater bij aan de volksgezondheid, het welzijn en de welvaart van Limburg. Drinkwater is een eerste levensbehoefte en van groot belang voor de volksgezondheid. De drinkwatervoorziening behoort tot de top-vitale infrastructuur in Nederland. Vanwege deze vitale rol in de samenleving is leveringszekerheid van groot belang. Risico’s mitigeren zit verweven in de kernhouding van drinkwaterbedrijven. Dit is ook terug te zien in de risicobereidheid van drinkwaterbedrijven.
Vanwege onze kerntaak is de risicobereidheid ten aanzien van onze leveringszekerheid van kwalitatief drinkwater defensief. Dit houdt in dat WML in hoge mate beheersmaatregelen inzet om risico’s die zijn geïdentificeerd in primaire bedrijfsprocessen en de hieraan ondersteunende secundaire bedrijfsprocessen zoveel mogelijk te mitigeren. De opzet, het bestaan en de werking van deze beheersmaatregelen worden periodiek gemonitord middels het interne controle proces.
Potentiële risico’s worden geïnventariseerd en geordend naar de mogelijke risicosoorten en niveaus (strategisch, tactische en operationele risico’s), worden geanalyseerd en geëvalueerd op basis van de verwachtingswaarde (kans x impact), om vervolgens op basis van de scores en de risicobereidheid beheersmaatregelen te bepalen.
De beheersmaatregelen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in de reguliere processen van WML, zoals in de Planning & Controlcyclus en diverse rapportages en producten die worden opgesteld door de stafdienst Risk & Control. Middels een integraal WML Auditplan, bestaande uit interne audits en externe audits/verplichtingen (zoals de ISO 9001 audit), vindt door de onafhankelijke stafdienst Risk & Control, toetsing plaats op de beheersing van risico’s, door de werking van maatregelen, naleving van regels, procedures en richtlijnen, die binnen WML zijn vastgesteld, te auditen. Dit geldt ook voor de opzet en het bestaan van IT gerelateerde beheerprocessen en beheersmaatregelen, de zogenoemde ‘IT General Controls’ en ‘Application Controls’. Op basis van de audit-resultaten kan geconcludeerd worden dat de geautomatiseerde omgeving binnen WML ruimschoots voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat deze voldoende zijn gewaarborgd voor een betrouwbare gegevensverwerking.
8.4 Risicoprofiel
Macro-economische ontwikkelingen
Grote veranderingen leggen druk op verschillende aspecten van de samenleving, zoals ruimte, grondstoffen, digitale ontwikkelingen, watersystemen, energie en landbouw. De huidige samenleving vraagt om integrale, vaak complexe keuzes. Na jarenlange relatieve rust heeft de drinkwatersector en zo ook WML sinds een aantal jaar te maken met een uitdagende omgeving. Daarin is de vanzelfsprekendheid van drinkwater aan het verdwijnen en zijn de uitdagingen voor de drinkwatersector fors: onder andere door klimaatverandering, verslechtering van de kwaliteit van bronnen en veranderingen in het politieke en maatschappelijke speelveld. Wijzigende wet- en regelgeving op onder andere bodem en natuur (o.a. stikstof) zijn van invloed op de vergunningenprocedures en zorgen voor een langere doorlooptijd en onzekerheid in de uitvoer en realisatie van projecten. Ook is er sprake van een schaarste aan energie (netcongestie), een sterke publieke opinie over (de toepassingen van) drinkwater, en neemt de complexiteit van de (inter)nationale opgaven toe. Dit vraagt om regie door de politiek en bevoegde gezagen.
De beschikbaarheid, benutbaarheid en kwaliteit van drinkwaterbronnen, grond- en oppervlaktewater en de financierbaarheid van noodzakelijke drinkwaterinfrastructuur staan steeds meer onder druk. WML heeft als taak het Limburgse drinkwatersysteem duurzaam veilig te stellen om aan de wettelijke leveringsplicht te kunnen blijven voldoen. Dit vraagt anderzijds om invulling van de zorgplicht door overheden. Alleen dan kunnen we onze publieke waarde blijven realiseren: bijdragen aan volksgezondheid, welzijn én welvaart.
Een belangrijk strategische risico, vanuit bovenstaande onderkend, heeft betrekking op de leveringszekerheid (kwalitatief en kwantitatief). Vanuit de leveringszekerheid bestaat het risico dat de beschikbaarheid en benutbaarheid van drinkwaterbronnen worden beperkt door de toenemende druk op het zoetwatersysteem, grondwater en de verslechtering van de kwaliteit van de bronnen, van zowel grondwater als oppervlaktewater.
Ook de invloed van ontwikkelingen op gebied van (geo) politiek, omgeving en wet- en regelgeving is een strategisch risico voor WML. Wijzigende interpretatie van wet- en regelgeving en maatregelen van derden kunnen serieuze gevolgen hebben voor de drinkwatersector, op zowel de primaire processen (bijv. het productieproces) als de secundaire processen (bijv. het financieel beleid). Enkele voorbeelden van wijzigingen en onzekerheden in wet- en regelgeving zijn: de nieuwe normeringen rondom PFAS, de financieringsruimte voor de WACC, interpretaties inzake de zorg- en leveringsplicht, ruimtelijke ordeningsvraagstukken en toenemende omgevingsdruk/natuurwetgeving.
De financierbaarheid van de investeringen van WML staan onder druk vanwege onvoldoende WACC-ruimte die vanuit wetgeving bepaald wordt. De financieringsruimte die drinkwaterbedrijven mogen gebruiken in haar tariefstelling (WACC) blijft en groot risico voor de financiering van de noodzakelijke investeringen in drinkwaterinfrastructuur en verdere verduurzaming. Indien de WACC onvoldoende ruimte biedt, bestaat het risico dat de ratio’s van WML verslechteren, de absolute schuld stijgt en de financiering van de noodzakelijke investeringen onder druk komen te staan.
De Structurele krapte op de arbeidsmarkt en daarmee risico op onvoldoende beschikbaar gekwalificeerd personeel is ook voor WML aan de orde.
Risico’s uit hoofde van beveiliging van assets en data hebben een hoge prioriteit, focus en aandacht binnen WML. Dit geldt voor zowel de fysieke beveiliging als de informatiebeveiliging (cybersecurity).
9. Overige thema's
9.1 Toepassing gedragscode
Een gedragscode is opgenomen in het stelsel van beheersmaatregelen van WML. Alle medewerkers met een WML dienstverband ontvangen bij aanvang van dit dienstverband de WML-gedragscode. Met ondertekening van de arbeidsovereenkomst verklaart de werknemer zich ook bekend en akkoord te zijn met de bepalingen uit de Gedragscode, welke als bijlage wordt gevoegd bij de arbeidsovereenkomst. Indien medewerkers de gedragscode niet respecteren, volgen er passende maatregelen. Deze maatregelen worden beschreven in de richtlijn sanctioneren.
9.2 Diversiteitsbeleid WML: man-vrouw verhouding
Conform Titel 9 BW 2 worden grote ondernemingen verplicht om streefcijfers ten aanzien van het aantal mannen en vrouwen in management (subtop), het bestuur en het toezichthoudende orgaan op te nemen in het bestuursverslag. WML heeft in 2022 een diversiteitsbeleid vastgesteld. In onderstaande tabel zijn de streefcijfers en de realisatiecijfers van 2025 weergegeven. De streefscores zijn in 2025 gehaald.
| Omschrijving | Streefcijfers 2025 | Realisatiecijfer 2025 |
|---|---|---|
| Bestuur | 30% vrouw | 100% vrouw |
| RvC | 30% vrouw | 40% vrouw |
| Subtop | 30% vrouw | 57% vrouw |
De subtop bestaat uit het managementteam van WML bestaande uit: de directeur, de bestuurssecretaris, de sectormanager Klant & Operatie, de sectormanager Strategie & Infra, de sectormanager Bedrijfsondersteuning, afdelingshoofd Onderzoek & Advies (adviserend MT lid) en de concerncontroller (adviserend MT lid).
Voor het plan van aanpak voor het bestuur en de RvC wordt verwezen naar het Reglement Bestuur en Toezicht waarin diversiteit is genoemd in art. 5.2.2 betreffende profielschets:
"Daarnaast wordt rekening gehouden met de diverse relevante aspecten van diversiteit zoals nationaliteit, leeftijd, geslacht en achtergrond inzake opleiding en beroepservaring."
Ten aanzien van de thema’s risicobeheersing, milieu- en personeelsaangelegenheden, algemene toekomstverwachtingen, onderzoek en ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt voor aanvullende achtergrond- en detailinformatie verwezen naar het WML-jaarverslag 2025.
‘In Control’-verklaring
‘In Control’-verklaring
WML wil middels een verantwoorde bedrijfsvoering de levering van betaalbaar en betrouwbaar drinkwater borgen, vandaag en in de toekomst. WML beschikt hiervoor over een intern risicobeheersings- en controlesysteem, waarmee de realisatie van strategische en operationele doelstellingen, de naleving van wet- en regelgeving en de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving wordt bewaakt. Dit systeem is beschreven in het hoofdstuk ‘Directieverslag’. De directie is verantwoordelijk voor de opzet en werking van dit interne risicobeheersings- en controlesysteem, dat jaarlijks wordt geëvalueerd en aangepast om aan te blijven sluiten op de behoefte in de WML organisatie en om ondersteunend te zijn in de realisatie van de bedrijfsdoelen. De directie heeft de opzet en werking ervan gedurende 2025 beoordeeld, mede op basis van interne informatie en rapportages, beoordelingen en rapportages van toezichthouder Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de externe ISO auditor en de externe accountant.
Het interne risicobeheersings- en controlesysteem van WML is in 2025 herijkt en verankerd in een stelsel van risico inventarisaties, beheersmaatregelen en interne controle en rapportage activiteiten. Het stelsel kan geen absolute zekerheid geven dat de strategische doelstellingen gerealiseerd worden of dat materiële fouten, verliezen, fraude of overtreding van wet- en regel-geving in de bedrijfsprocessen en financiële verslaggeving worden voorkomen. Met het stelsel zijn we in staat om de kans van optreden van deze risico’s te minimaliseren en in het geval van optreden deze tijdig te signaleren en hierop gericht actie te ondernemen.
De directie is van mening dat het interne risicobeheersings- en controlesysteem van WML in 2025 ten aanzien van beheersingsdoelstellingen voor strategische en operationele doelen, de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving en naleving van wet- en regelgeving in het algemeen naar behoren heeft gewerkt en dat het een redelijke mate van zekerheid geeft dat de financiële verslaggeving geen onjuistheden van materieel belang bevat en WML haar strategische en operationele doelstellingen en naleving van wet- en regelgeving heeft bewaakt.
Op grond van bovenstaande zijn we van mening dat we voldoen aan de bepalingen in de paragraaf ‘principe 1.2 Risicobeheersing’ van de vrijwillig door WML toegepaste Code Corporate Governance.
Het hiervoor vermelde is besproken met de Raad van Commissarissen van WML, in aanwezigheid van de externe accountant.
Maastricht, 29 mei 2026
mevr. drs. J.J.W. Nelissen RA, Directeur WML
Jaarrekening
Kerncijfers geconsolideerd
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Algemeen | |||
| Aantal aansluitingen | 584.159 | 580.883 | |
| Lengte hoofdleiding in km | 8.586 | 8.585 | |
| Eigen productie x 1.000 m3 | 74.672 | 73.009 | |
| Inkoop water x 1.000 m3 | 5.103 | 5.195 | |
| Waterafzet x 1.000 m3 | 71.905 | 69.678 | |
| Tarief | |||
| Gemiddeld drinkwatertarief WML per m3 (excl. BTW en BOL) x € 1 | 2,22 | 1,99 | |
| Personeel | |||
| Aantal medewerkers in dienst ultimo (fte) | 409 | 410 | |
| Gemiddelde leeftijd medewerkers | 49 | 50 | |
| Verzuimpercentage | 6,34 | 7,19 | |
| Gemiddeld aantal fte's per 1.000 aansluitingen | 0,70 | 0,71 | |
| Financieel | |||
| Netto omzet x € 1.000 | 149.137 | 131.581 | |
| Resultaat x € 1.000 | 20.164 | 11.696 | |
| Investeringen in materiële vaste activa x € 1.000 | 81.096 | 57.437 | |
| Kasstroom uit operationele activiteiten x € 1.000 | 51.317 | 47.249 | |
| Rente x € 1.000 | 8.140 | 7.405 | |
| Rentedragende schuld per aansluiting in € | 665 | 616 | |
| Rentedekking (o.b.v. operationeel resultaat) | 3,5 | 2,6 | |
| Rentepercentage langlopende leningen | 2,2 | 2,0 | |
| Afschrijvingen x € 1.000 | 37.303 | 34.715 | |
| - materiële vaste activa | 37.298 | 34.715 | |
| - immateriële vaste activa | 5 | - | |
| Afschrijving in % van aanschafwaarde van de materële vaste activa | 3,02 | 2,97 | |
| Rente en afschrijving in € per aansluiting | 77,79 | 72,95 | |
| Solvabiliteit in % | 35,0 | 35,1 | |
| Current ratio in % | 31,8 | 22,9 | |
| Leverage | 5,9 | 6,6 | |
| Interest coverage ratio | 3,5 | 2,6 | |
| Aanschafwaarde materiële vaste activa x € 1.000 | 1.236.194 | 1.168.129 | |
| Boekwaarde materiële vaste activa x € 1.000 | 644.364 | 600.861 | |
| Boekwaarde in % van de aanschafwaarde | 52 | 51 | |
| Boekwaarde per aansluiting in € | 1.103 | 1.041 | |
| Vewin Benchmark | |||
| Kosten per aansluiting in € (afgerond) | nnb | 222 | |
| - Belastingen | nnb | 1 | |
| - Vermogenskosten | nnb | 30 | |
| - Afschrijvingen | nnb | 55 | |
| - Operationele kosten | nnb | 135 | |
Geconsolideerde balans per 31 december 2025
(vóór resultaatbestemming) / (alle tabellen x € 1.000)
| Activa | REF. | Jaarrekening 2025 | Jaarrekening 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| VASTE ACTIVA | ||||
| Immateriële vaste activa | ||||
| Goodwill | ||||
| 1 | ||||
| Materiële vaste activa | ||||
| Bedrijfsgebouwen en terreinen | ||||
| Machines en installaties | ||||
| Hoofd- en aansluitleidingen | ||||
| Watermeters | ||||
| Windturbines | ||||
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | ||||
| Materiele vaste activa in uitvoering | ||||
| 2 | ||||
| Financiële vaste activa | ||||
| Deelnemingen en overige kapitaalbelangen | ||||
| 3 | ||||
| VLOTTENDE ACTIVA | ||||
| Voorraden | ||||
| Voorraden | 4 | |||
| Werken in uitvoering | ||||
| Vorderingen | ||||
| Debiteuren | 5 | |||
| Vorderingen op verbonden partijen | 6 | |||
| Overige vorderingen | 7 | |||
| Liquide middelen | 8 | |||
| Passiva | REF. | Jaarrekening 2025 | Jaarrekening 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| EIGEN VERMOGEN | ||||
| Gestort en opgevraagd kapitaal | 9 | |||
| Algemene reserve | 10 | |||
| Winst lopend boekjaar | ||||
| Aandeel van derden in het groepsvermogen | 11 | |||
| VOORZIENINGEN | ||||
| Voorziening REB | 12 | |||
| Voorziening jubilea | 13 | |||
| LANGLOPENDE SCHULDEN | ||||
| Langlopende leningen | 14 | |||
| Huurkoopverplichting De Planck | 14 | |||
| Langlopende schuld aan personeel spaarrek. | ||||
| Langlopende schulden | ||||
| KORTLOPENDE SCHULDEN | ||||
| Aflossingsverplichting langlopende leningen | 14 | |||
| Aflossingsverplichting huurkoop De Planck | 14 | |||
| Kasgeldleningen | ||||
| Kredietinstellingen | 15 | |||
| Vooruitontvangen op waterleveringen | ||||
| Nog te verrekenen afrekeningen | ||||
| Leveranciers en handelskredieten | ||||
| Schulden aan verbonden partijen | 16 | |||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 17 | |||
| Schulden ter zake van pensioenen | ||||
| Overige schulden | 18 | |||
Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2025
(alle tabellen x € 1.000)
| REF. | Jaarrekening 2025 |
Jaarrekening 2024 |
||
|---|---|---|---|---|
| Netto omzet | 19 | |||
| Overige bedrijfsopbrengsten | 20 | |||
| Som der bedrijfsopbrengsten | ||||
| Waterinkoop | 21 | |||
| Elektrische energie | ||||
| Milieubelasting | ||||
| Uitbesteed werk | 22 | |||
| Lonen en salarissen | 23 | |||
| Sociale lasten | 23 | |||
| Pensioenlasten | 23 | |||
| Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa | 24 | |||
| Overige bedrijfskosten | 25 | |||
| Som der bedrijfslasten | ||||
| Operationeel resultaat | ||||
| Rentelasten en soortgelijke kosten | 26 | |||
| Totaal rentelasten en soortgelijke kosten | ||||
| Totaal aandeel resultaat deelnemingen | - |
|||
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | ||||
| Vennootschapsbelasting | 27 | |||
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen | ||||
| Waarvan aandeel van derden | ||||
| Resultaat toekomend aan de rechtspersoon (WML) |
Geconsolideerde kasstroomoverzicht over 2025
(alle tabellen x € 1.000)
| REF. | Jaarrekening 2025 |
Jaarrekening 2024 |
|
|---|---|---|---|
| Operationeel resultaat | |||
| Gecorrigeerd voor: | |||
| Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa | 24 | ||
| Totaal aandeel resultaat deelnemingen | ( |
||
| Behaalde boekwinsten op de verkoop van materiële vaste activa | 2 | ( |
( |
| Resultaat deelnemingen | ( |
||
| Dotatie en vrijval van voorzieningen: | |||
| Dotatie (vrijval) voorziening REB | 12 | ||
| Dotatie (vrijval) voorziening overige vorderingen | 7 | ( |
|
| Dotatie (vrijval) voorziening dubieuze debiteuren | 5 | ||
| Dotatie (vrijval) voorziening incourante voorraad | 4 | ||
| Onttrekkingen aan voorzieningen: | |||
| Onttrekking aan de voorziening jubilea | 13 | ( |
( |
| Onttrekking aan de voorziening dubieuze debiteuren | 5 | ( |
( |
| Mutatie werkkapitaal: | |||
| Voorraden (exclusief de voorziening voor incourante voorraden) | 4 | ( |
( |
| Werken in uitvoering | ( |
( |
|
| Debiteuren (exclusief de voorziening dubieuze debiteuren) | 5 | ( |
|
| Overige vorderingen en vorderingen op verbonden partijen (exclusief de voorziening overige vorderingen) | 6/7 | ( |
|
| Kortlopende schulden (exclusief de kortlopende aflossingsverplichtingen van langlopende schulden en overlopende rente) | ( |
||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | |||
| Betaalde interest en vennootschapsbelasting | ( |
( |
|
| Kasstroom uit operationele activiteiten |
Geconsolideerde kasstroomoverzicht over 2025 (vervolg)
| REF. | Jaarrekening 2025 |
Jaarrekening 2024 |
|
|---|---|---|---|
| Investeringen in materiële vaste activa | ( |
( |
|
| Desinvesteringen in materiële vaste activa (verkoopwaarde) | |||
| Aankoop aandelen Evilim Industriewater B.V. | ( |
||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ( |
( |
|
| Opname langlopende schulden | 14 | ||
| Aflossingen langlopende schulden | 14 | ( |
( |
| Mutatie kasgeldlening | ( |
||
| Mutatie Rekening courant | ( |
||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | |||
| Netto kasstroom | ( |
||
| De geldmiddelen bestaan uit: | |||
| Liquide middelen | 8 | ||
| Totaal geldmiddelen | |||
| Mutatie geldmiddelen | ( |
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 2025
Grondslagen voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteits-veronderstelling en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW, de Beleidsregels toepassing WNT en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Algemeen
Activa en passiva worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingprijs. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt de waardering plaats tegen de historische kostprijs. Toelichting op posten in de balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.
Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouw¬baar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.
De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, de functionele valuta van de onderneming. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.
Gebruik van schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt, schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
De voornaamste schattingen hebben betrekking op:
- de inschatting van de levensduur van materiële vaste activa;
- de bepaling van bijzondere waardeverminderingen van materiële vaste activa (in 2025 geen bijzondere waardevermindering aan de orde);
- de inschatting van de incourantheid van debiteuren, vorderingen op deelnemingen en overige vorderingen (geen significante wijzigingen in dit schattingsproces aan de orde in 2025);
- de gehanteerde aannames voor de berekening van de voorziening jubilea, waaronder: discontovoet, verwachte salarisgroei, blijfkans en re-integratiekans (gedurende het boekjaar 2025 zijn geen significante wijzigingen aan de orde in de gehanteerde aannames);
- de opbrengsten uit waterleveringen zijn deels gebaseerd op schattingen omtrent nog af te rekenen verbruik. Bij de opbrengstenverantwoording wordt gebruik gemaakt van productiegegevens (geproduceerd drinkwater en ingekocht drinkwater) en een verwacht percentage voor ‘niet in rekening gebracht gebruik’ (verder NIRG). Voor boekjaar 2025 is rekening gehouden met een NIRG van 7,25%. Correcties uit voorgaande jaren worden verantwoord in het boekjaar waarin alle afrekeningen zijn verwerkt.
Grondslagen voor de consolidatie
In de geconsolideerde jaarrekening staan de financiële gegevens van WML en haar groepsmaatschappijen, waarin WML direct of indirect een beslissende invloed uitoefent op het zakelijke en financiële beleid. De activa, passiva en de resultaten van deze groepsmaatschappijen worden volledig in de consolidatie opgenomen. In het geval dat het belang in de geconsolideerde vennootschap minder dan 100% bedraagt, wordt een aandeel van derden in het eigen vermogen en in het resultaat opgenomen. De resultaten van de groepsmaatschappijen die in de loop van het boekjaar zijn verworven of afgestoten, worden in de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen vanaf de datum van toetreding tot de groep respectievelijk tot de datum van afstoting. De grondslagen voor de balans en resultaatbepaling, alsmede het boekjaar, van de groepsmaatschappijen zijn overeenkomstig aan die van WML. Belangen in geassocieerde deelnemingen worden niet betrokken in de consolidatie. Intercompany-transacties, balansposten en ongerealiseerde winsten op transacties tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd.
Hieronder staat een overzicht van de goepsmaatschappijen en geassocieerde deelnemingen.
Groepsmaatschappijen (geconsolideerd)
- WML Wind B.V.
- Proceswater Limburg B.V.
- Evilim Industriewater B.V
Geassocieerde deelnemingen (niet geconsolideerd)
- KWH Water B.V.
- AquaMinerals B.V
- Aqualab Zuid B.V
Transacties in vreemde valuta’s
WML heeft slechts in beperkte mate te maken met transacties in vreemde valuta. Transacties luidend in vreemde valuta’s worden in de functionele valuta omgerekend tegen de geldende wisselkoers per de transactiedatum. In vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen worden per balansdatum in de functionele valuta omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoers. Niet-monetaire activa en passiva in vreemde valuta’s die tegen historische kostprijs worden opgenomen, worden in euro’s omgerekend tegen de geldende wisselkoersen per de transactiedatum. De bij omrekening optredende valutakoersverschillen worden als last in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Financiële instrumenten
Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen, effecten en schulden, als financiële derivaten verstaan.
Alle aan- en verkopen volgens standaard markconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop de groep de bindende overeenkomst aangaat.Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost.Handels- en overige vorderingen
Handels- en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Leningen en overige financiële verplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten
Leningen, overige financiële verplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten worden tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd op basis van de effectieve-rentemethode.
Grondslagen van waardering van activa en passiva en van bepaling van het resultaat
Immateriële vaste activa
Betaalde goodwill bij aankoop aandelen van deelnemingen wordt geactiveerd en over een periode van 10 jaar afgeschreven.
Materiële vaste activa
De bedrijfsgebouwen en -terreinen, machines en installaties, hoofd- en aansluitleidingen, watermeters, windturbines, andere vaste bedrijfsmiddelen en materiële vaste activa in uitvoering worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen.
De kostprijs van de activa die door de onderneming in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de directe kosten van vervaardiging en uit geactiveerde uren van medewerkers.
De bijdragen die WML van derden ontvangt als vergoeding voor de aanleg van hoofd- en aansluitleidingen worden in mindering gebracht op de onder materiële vaste activa verantwoorde uitgaven inzake de aanleg van deze leidingen.
De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs op basis van het moment van ingebruikname volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste activa in uitvoering wordt niet afgeschreven. Investeringen in saneren van leidingen worden gezien de omvang van het aantal projecten en het relatief stabiele investeringsniveau tweemaal per jaar geactiveerd, te weten op 30 juni en 31 december van het boekjaar.
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd indien zij de gebruiksduur van het object verlengen.
De materiële vaste activa waarvan de vennootschap krachtens een financiële leaseovereenkomst de economische eigendom heeft, worden geactiveerd. De uit de financiële leaseovereenkomst voortkomende verplichting wordt als schuld verantwoord. De in de toekomstige leasetermijnen begrepen interest wordt gedurende de looptijd van de financiële leaseovereenkomst ten laste van het resultaat gebracht.
Financiële vaste activa
Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van WML gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer de onderneming garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt primair ten laste van de vorderingen op deze deelneming gevormd en voor het overige onder de voorzieningen ter grootte van het aandeel in de door de deelneming geleden verliezen, dan wel voor de verwachte betalingen door de onderneming ten behoeve van deze deelneming.
Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend (overige kapitaalbelangen), worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of duurzaam lagere bedrijfswaarde.
De vorderingen op niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Bijzondere waardeverminderingen
Vaste activa met een lange levensduur dienen te worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief te vergelijken met de geschatte contante waarde van de toekomstige nettokasstromen die het actief naar verwachting zal genereren.
Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde.
Voorraden
De voorraden bestaan uit door WML ingekochte hoofd- en aansluitleidingen en overige artikelen die worden ingezet voor aanleg- en onderhoud van het drinkwaterleidingnet. De voorraadartikelen worden gewaardeerd tegen de aanschafprijs inclusief bijkomende kosten op basis van de gemiddelde voortschrijdende inkoopprijs.
Bij de waardering van de voorraden wordt rekening gehouden met de eventueel op balansdatum opgetreden waardeverminderingen.
De werken in uitvoering worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- danwel de vervaardigingsprijs. De in rekening gebrachte termijnen bij derden zijn in mindering gebracht op de kostprijs. Op basis van de relatieve omvang van de projecten en de gemiddelde looptijd wordt geen resultaatneming naar rato van de voortgang verantwoord.
Vorderingen
Vorderingen worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde, inclusief eventuele transactiekosten. Gewoonlijk zal bij een zakelijke transactie de reële waarde van een vordering gelijk zijn aan de kostprijs (nominale waarde). Na eerste verwerking dienen vorderingen te worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden met een verwachte looptijd korter dan één jaar.
Eigen vermogen
Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als eigenvermogensinstrumenten, worden gepresenteerd onder het eigen vermogen. Uitkeringen aan houders van deze instrumenten worden in mindering op het eigen vermogen gebracht na aftrek van eventueel hiermee verband houdend voordeel uit hoofde van belasting naar de winst.
Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als een financiële verplichting, worden gepresenteerd onder schulden. Rente, dividenden, baten en lasten met betrekking tot deze financiële instrumenten worden in de winst- en verliesrekening verantwoord als kosten of opbrengsten.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd tegen hetzij de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen, hetzij de contante waarde van die uitgaven.
Een voorziening wordt in de balans opgenomen, wanneer er sprake is van:
- een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; en
- waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en
- het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.
Voorziening jubilea
De voorziening jubilea betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de contante waarde op basis van een discontovoet van 2% (2023: 2%) van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, leeftijd, verwachte salarisgroei (2%) en blijfkans (100%). In verband met de gefaseerde afbouw van de jubileumregeling is geen rekening gehouden met sterftekansen.
Voorziening overig
De overige voorzieningen hebben betrekking op lopende discussies ten aanzien van de interpretatie van wetgeving.
Langlopende schulden
De langlopende leningen worden tegen de geamortiseerde kostprijs gewaardeerd op basis van de effectieverentemethode.
Kortlopende schulden
Bij de eerste opname van kortlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde. In geval dat de vervolgwaardering niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening plaatsvindt, wordt bij de eerste waardering de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De kortlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Winst of verlies worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.
Netto omzet
De netto omzet bestaat uit de opbrengsten uit waterleveringen aan klanten van WML gedurende het boekjaar. De waterleveringen worden verantwoord op basis van de berekende omzet vanuit de gerealiseerde drinkwaterproductie onder aftrek van een verwacht lek- en meetverlies van 7,25% voor NIRG. De betrouwbaarheid van het verwachte verlies in verband met NIRG wordt jaarlijks door WML geanalyseerd.
Overige opbrengsten
De omzet, kosten en resultaatneming in het kader van werken voor derden (uitvoering voor derden leidingnet, controle en inspectie en uitvoering voor derden overig) worden verwerkt in het jaar van gereed komen.
Overige opbrengsten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt wanneer de belangrijke risico’s en voordelen van eigendom tussen partijen zijn overgedragen.
Afschrijvingen
Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte economische levensduur van het actief. Over terreinen en onderhanden investeringsprojecten wordt niet afgeschreven.
Grondslagen voor het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.
Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financiële leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betalingen van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract worden gepresenteerd als aflossingen van schulden voor het aflossingsbestanddeel en als betaalde interest voor het interestbestanddeel.
Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025
(alle tabellen x € 1.000)
Vaste activa
1 Immateriële vaste activa
| Boekwaarde 31-12-2025 |
|
|---|---|
| Goodwill | |
| Betaalde goodwill i.v.m. aankoop 50% aandelen Evilim Industriewater B.V. | 596 |
| Afschrijving | 5- |
| Boekwaarde 31-12-2025 | 591 |
Op 31-12-2025 heeft WML 50% van de aandelen van Evilim gekocht en daarmee 100% van de aandelen verkregen. De hiervoor betaalde goodwill van € 0,6 mln is geactiveerd en wordt over een periode van 10 jaar afgeschreven.
2 Materiële vaste activa
De materiële vaste activa kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| Afschrijvingspercentage | Aanschaffingsprijs (a) | Cumulatieve Afschrijvingen en waardeverminderingen | Boekwaarde (b) |
(b) in % van (a) |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Terreinen | 0 | 22.636 | - | 22.636 | 100 |
| Bedrijfsgebouwen | 2-12 | 131.706 | (76.243) | 55.463 | 42 |
| Machines en installaties | 2-20 | 208.397 | (159.387) | 49.010 | 24 |
| Hoofd- en aansluitleidingen | 1-8 | 669.010 | (277.378) | 391.632 | 59 |
| Watermeters | 4-10 | 15.279 | (8.817) | 6.462 | 42 |
| Windturbines | 7 | 10.332 | (3.042) | 7.290 | 71 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 4-23 | 93.354 | (66.963) | 26.391 | 28 |
| Materiële vaste activa in uitvoering | 0 | 85.480 | - | 85.480 | 100 |
| Totaal | 1.236.194 | (591.830) | 644.364 | 52 |
Het verloop van de materiële vaste activa in het verslagjaar is als volgt:
| Boekwaarde 01-01-2025 |
Investeringen | Reclassificatie ¹ | Desinvesteringen | Afschrijvingen | Desinv. Afschrijving |
Boekwaarde 31-12-2025 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Terreinen | 22.187 | 724 | - | (275) | - | - | 22.636 |
| Bedrijfsgebouwen | 59.297 | 601 | 244 | - | (4.679) | - | 55.463 |
| Machines en installaties | 53.966 | 2.521 | 453 | - | (7.930) | - | 49.010 |
| Hoofd- en aansluitleidingen | 378.743 | 12.721 | 17.101 | (8.854) | (16.933) | 8.854 | 391.632 |
| Watermeters | 7.012 | 158 | - | - | (708) | - | 6.462 |
| Windturbines | 7.979 | - | - | - | (689) | - | 7.290 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 20.852 | 7.956 | 3.962 | (3.993) | (6.359) | 3.973 | 26.391 |
| Onderhanden investeringsprojecten | 50.825 | 56.415 | (21.760) | - | - | - | 85.480 |
| Totaal 2025 | 600.861 | 81.096 | - | (13.122) | (37.298) | 12.827 | 644.364 |
| Totaal 2024 | 578.241 | 57.437 | 0 | (10.565) | (34.715) | 10.463 | 600.861 |
¹ Na gereedmelding van onderhanden investeringsprojecten vindt de daadwerkelijke activering plaats naar de desbetreffende materiële vaste activaklassen.
Gedurende het boekjaar 2025 zijn diverse desinvesteringen verantwoord, in totaal is een boekwaarde van € 0,3 miljoen gedesinvesteerd en bedraagt de totale boekwinst € 0,3 miljoen (2024: € 0,05 miljoen boekwinst). De boekwinst op de verkoop van materiële vaste activa is verantwoord onder de overige bedrijfsopbrengsten.
In de materiële vaste activa zitten posten verwerkt die gefinancierd worden door middel van financiële lease. Het betreft een boekwaarde van € 0,1 miljoen in de post 'terreinen', € 0,7 miljoen in de post 'bedrijfsgebouwen' en € 0,5 miljoen in de post 'machines en installaties'. WML heeft niet het juridische eigendom van deze activa.
3 Financiële vaste activa
Een overzicht van het verloop van de financiële vaste activa is opgenomen in onderstaande opstelling:
| Boekwaarde 31-12-2025 |
|
|---|---|
| Overige kapitaalbelangen | |
| KWH Water B.V. | 257 |
| AquaMinerals B.V. | 26 |
| Aqualab Zuid B.V. | 679 |
| Totaal | 962 |
De financiële vaste activa betreffen deelnemingen in de volgende maatschappijen:
| Aandeel in kapitaal | |
|---|---|
| KWH Water B.V., Nieuwegein | 5,97% |
| AquaMinerals B.V., Nieuwegein | 3,9% |
| Aqualab Zuid B.V., Werkendam | 17,5% |
Vlottende activa
4 Voorraden
De samenstelling van de voorraden is als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Hoofdleidingen | 1.404 | 1.365 |
| Aansluitleidingen | 501 | 528 |
| Overige artikelen | 153 | 145 |
| Voorziening incourante voorraad | (476) | (469) |
| 1.582 | 1.569 |
De voorraadwaardering op basis van de actuele waarde wijkt niet materieel af van bovenstaande waardering.
5 Debiteuren
De debiteuren kunnen als volgt worden uitgesplitst:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Debiteuren | 16.305 | 12.429 |
| Mogelijk oninbare vorderingen | (1.090) | (432) |
| 15.215 | 11.997 |
De debiteuren hebben een verwachte looptijd korter dan één jaar.
Gedurende het boekjaar 2025 is € 0,7 miljoen (2024: € 0,1 miljoen) aan de voorziening voor mogelijk oninbare vorderingen gedoteerd en is € 0,1 miljoen (2024: € 0,3 miljoen) aan deze voorziening onttrokken.
6 Vorderingen op verbonden partijen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Gemeenten en provincie | 526 | 253 |
| Vordering op Aqualab | 263 | 263 |
| 789 | 516 |
7 Overige vorderingen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vooruitbetaalde kosten | 768 | 1.093 |
| Nog te ontvangen watergelden | 4.009 | 300 |
| Diversen | 374 | 218 |
| REB-vordering | 4.452 | 5.372 |
| Voorziening REB-vordering | (3.284) | (5.372) |
| 6.319 | 1.611 |
Inzake de REB loopt nog een dispuut met de belastingdienst over het niveau van clusteren. WML is door de rechtbank in het gelijk gesteld voor 1 cluster. Het betreft een mogelijke vordering inzake de jaren 2017 t/m 2023. Echter de Belastindienst heeft hoger beroep aangetekend, vandaar dat WML voorzichtigheidshalve een voorziening heeft opgenomen. Indien de uitspraak in hoger beroep positief uitvalt voor WML dan kan de voorziening vrijvallen.
8 Liquide middelen
De liquide middelen staan ter vrije beschikking.
Eigen vermogen
9 Gestort en opgevraagd kapitaal
Het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap bedraagt € 2.269.000 verdeeld in 500 aandelen van € 4.538 nominaal. Alle aandelen zijn geplaatst en volgestort.
10 Algemene reserve
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 01-01 | ||
| Toevoeging resultaat voorgaand boekjaar | ||
| Stand per 31-12 |
11 Aaandeel van derden in het groepsvermogen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 01-01 | ||
| Toevoeging resultaat aandeel van derden boekjaar | ||
| Toevoeging resultaat aandeel van derden voorgaande jaren | ||
| Afname i.v.m. verkrijging 100% belang in Evilim Industriewater B.V. | ( |
|
| Stand per 31-12 |
Voorzieningen
12 Voorziening REB
| Stand per 1-1-2025 | 2.023 |
| Dotatie | 786 |
| Stand per 31-12-2025 | 2.809 |
Voorzichtigheidshalve is een REB voorziening getroffen voor de jaren 2022 t/m 2025 indien WML de lopende rechtzaak verliest. Indien de uitspraak in hoger beroep positief uitvalt voor WML dan kan de voorziening vrijvallen.
13 Voorziening jubilea
| Stand per 1-1-2025 | 27 |
| Onttrekkingen uit hoofde van jubileumuitkeringen | (27) |
| Stand per 31-12-2025 | - |
Langlopende schulden
14 Langlopende schulden
De langlopende schulden betreffen met name onderhandse leningen.
| Boekwaarde per 1 januari 2025 | 339.416 | |||
| Aflossingen in 2025 | (20.632) | |||
| Nieuwe leningen | 50.000 | |||
| Boekwaarde per 31 december 2025 | 368.784 | |||
| Kortlopend deel per 31 december 2025 | (25.690) | |||
| Langlopend deel per 31 december 2025 | 343.094 |
De hoofdsom van de langlopende leningen bedraagt ultimo 2025 € 369 miljoen (2024: € 339 miljoen).
WML heeft geen onderpanden of andersoortige zekerheden verstrekt ten aanzien van de afgesloten langlopende leningovereenkomsten. In bepaalde leningovereenkomsten zijn financiële ratio's opgenomen. Indien deze ratio's niet worden behaald, kan een (deel van de) uitstaande bankleningen direct door de betreffende banken worden opgeëist. Ultimo 2025 voldoet WML aan alle gestelde bankratio's in de afgesloten leningovereenkomsten.
De reële waarde van de totale leningenportefeuille ultimo 2025 bedraagt € 369,4 miljoen. De reële waarde is de contante waarde van toekomstige kasstromen gebaseerd op een rente die per balansdatum zou gelden voor gelijksoortige leningen vermeerderd met een risicopremie voor iedere individuele lening. De gewogen gemiddelde marktconforme rente bedraagt 1,98%. Deze rente betreft de risicovrije rente, exclusief krediet- en liquiditeitsopslagen die een bank in rekening brengt voor WML.
Ten behoeve van de deelneming Wind BV heeft WML de aandelen in Wind BV als zekerheden ten aanzien van de door Wind BV afgesloten langlopende leningovereenkomst verpand.
Van de langlopende schulden kan de volgende rubricering naar rentevoet en aflossingsverplichting worden gegeven:
| Rente in % | t/m 5e jaar | na 5 jaar | Totaal ultimo 2025 | Totaal ultimo 2024 |
|---|---|---|---|---|
| <2 | 70.000 | 138.784 | 208.784 | 229.416 |
| 2-3 | 30.000 | 70.000 | 100.000 | 65.000 |
| 3-4 | - | 50.000 | 50.000 | 35.000 |
| 4-5 | - | 10.000 | 10.000 | 10.000 |
| Totaal ultimo 2025 | 100.000 | 268.784 | 368.784 | |
| Totaal ultimo 2024 | 100.000 | 239.416 | 339.416 | |
| In 2025 vervallende aflossingsverplichtingen belopen: | 25.690 | |||
| In 2024 vervallende aflossingsverplichtingen belopen: | 20.690 | |||
| Langlopende leningen | 343.094 | 318.726 | ||
Het kortlopend deel van de langlopende leningen is opgenomen onder de kortlopende schulden als zijnde aflossingsverplichting langlopende schulden.
Het nog resterende kortlopende deel van de schuld welke voorvloeit uit een financiële leaseovereenkomst is in 2025 afgelost.
Kortlopende schulden
15 Kredietinstellingen
De kredietfaciliteit in rekening-courant bij ING bedraagt per 31 december 2025 € 30 miljoen (2024: € 30 miljoen) en de rente 1 maands Euribor plus 0,85% ( voor bedrag > € 0 < € 15 miljoen) en plus 1% (voor bedrag ≥ € 15 miljoen < € 30 miljoen) met een Zero floor. De kredietfaciliteit in rekening-courant bij BNG bedraagt per 31 december 2025 € 2 miljoen (2024: € 2 miljoen).
Als zekerheid voor de kredietfaciliteit zijn creditgelden, deposito's en spaargelden (algemeen, zonder bedrag) verpand.
16 Schulden aan verbonden partijen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Schuld aan AquaMinerals B.V. | 224 | 17 |
| Schuld aan Aqualab Zuid B.V. | 206 | 155 |
| Schuld aan gemeenten en provincie | 1.396 | 1.418 |
| Stand ultimo | 1.826 | 1.590 |
De schulden aan verbonden partijen hebben betrekking op openstaande facturen dan wel nog op te stellen facturen inzake geleverde diensten per ultimo boekjaar en hebben een verwachte looptijd korter dan één jaar.
17 Belastingen en sociale premies
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Nog te betalen omzetbelasting | 183 | 237 |
| Loonheffing | 2.424 | 2.489 |
| Belasting op leidingwater | 2.637 | 2.232 |
| Provinciale grondwaterheffing | 1.394 | 1.128 |
| Vennootschapsbelasting | 29- | 148 |
| Stand ultimo | 6.609 | 6.234 |
18 Overige schulden
De overige schulden betreffen:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Rente | 3.447 | 2.811 |
| Salarissen (incl. vakantietoeslag) | 256 | 395 |
| Reservering verlof | 13.337 | 12.645 |
| Diversen | 1.741 | 695 |
| Stand ultimo | 18.781 | 16.546 |
Niet in balans opgenomen activa en verplichtingen
| Geplaatste bestellingen | |||||
| Het bedrag van de op 31 december 2025 verrichte aanbestedingen en geplaatste bestellingen bedroeg € 30,8 miljoen. | |||||
| Schadeclaims | |||||
| Er lopen diverse schadeclaims op en van derden. Gezien de verwachte omvang zijn hiervoor geen voorzieningen opgenomen. | |||||
| Pensioenvoorzieningen | |||||
| Er is sprake van een toegezegde pensioenregeling. Deze is ondergebracht bij APG. De risico's die vanwege de bedrijfstak pensioenregeling nog bij de onderneming berusten komen niet tot uitdrukking in een in de balans opgenomen voorziening. |
|||||
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2025
(alle tabellen x € 1.000)
19 Netto omzet
De netto omzet voor zover het waterleveringen betreft, is bepaald uitgaande van de afgeleverde hoeveelheid water en kan als volgt worden gespecificeerd:
| 2025 | 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gemeten gebruik in m³ | Euro | Gemeten gebruik in m³ | Euro | |||
| m³ | tarief in euro | euro | m³ | tarief in euro | euro | |
| 67.270.558 | 1,1398 | 76.675 | 64.614.566 | 0,9985 | 64.518 | |
| 4.471.627 | overige tarieven | 3.632 | 4.777.867 | overige tarieven | 3.582 | |
| 71.742.185 | 80.307 | 69.392.433 | 68.100 | |||
| Vergoedingen inzake gemeten gebruik: | Vergoedingen inzake gemeten gebruik: | |||||
| Vastrechten | 58.728 | Vastrechten | 53.920 | |||
| Vastrechten capaciteitstarief | 6.486 | Vastrechten capaciteitstarief | 5.952 | |||
| Huur standpijpen en overige | 340 | Huur standpijpen en overige | 263 | |||
| 65.554 | 60.135 | |||||
| Vergoedingen inzake ongemeten gebruik: | Vergoedingen inzake ongemeten gebruik: | |||||
| Vergoeding brandkranen | 718 | Vergoeding brandkranen | 707 | |||
| Overige vergoedingen | 2.373 | Overige vergoedingen | 2.354 | |||
| 3.091 | 3.061 | |||||
| Correctie omzet voorgaande boekjaren: | 185 | Correctie omzet voorgaande boekjaren: | 285 | |||
| Correctie 2018 - 2023 ¹ | ||||||
| Totaal netto-omzet | 149.137 | Totaal netto-omzet | 131.581 | |||
De omzetverdeling naar geografisch gebied is achterwege gelaten, aangezien nagenoeg alle omzet in Nederland is gerealiseerd.
Voor boekjaar 2025 is rekening gehouden met een NIRG van 7,25% (2024 met 7,25%).
20 Overige bedrijfsopbrengsten
De overige bedrijfsopbrengsten zijn als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Verkoop energie | 2.026 | 2.236 |
| Uitvoering voor derden leidingnet | 1.112 | 1.883 |
| Controle en inspectie | 1.124 | 1.113 |
| Uitvoering voor derden overigen | 995 | 1.355 |
| Diensten KLIC | 23 | 23 |
| Verkochte activa | 329 | 46 |
| Af- en aansluitingen | 171 | 176 |
| Openbare Tappunten | 157 | 86 |
| Schade aansluitleidingen | 187 | 138 |
| Eigen bijdrage persoonsgebonden auto's | 168 | 150 |
| Materialen aanleg leidingen aannemers | 215 | 168 |
| Papieren facturen | 232 | 193 |
| Waterbehandeling | 2.149 | 1.991 |
| Overige | 305 | 326 |
| 9.193 | 9.884 |
21 Waterinkoop
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| x € 1.000 | 5.928 | 5.896 | ||
| x 1.000 m3 | 5.103 | 5.195 | ||
| Kosten per m³ in centen | 116,17 | 113,50 |
22 Uitbesteed werk
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Aannemers leidingwerk | 3.326 | 3.136 | ||
| Overige aannemers | 1.282 | 1.220 | ||
| Laboratorium | 4.116 | 3.858 | ||
| Dienstverlening klantenservice | 18- | 6 | ||
| 8.706 | 8.220 |
23 Lonen en salarissen
De totale personele lasten (inclusief sociale lasten en pensioenlasten) bedragen € 37,4 miljoen (2024: € 36,3 miljoen).
De geactiveerde productie voor het eigen bedrijf is in mindering gebracht op de lonen en salarisen en bedraagt € 0,3 miljoen (2024: € 0,4 miljoen). Dit betreffen toegerekende kosten aan in eigen beheer vervaardigde ICT-bedrijfsmiddelen, drinkwaterwinning en productieinstallaties en distributiemiddelen, welke zijn verantwoord onder materiële vaste activa.
24 Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
De afschrijvingen zijn als volgt samengesteld:
Immateriële vaste activa
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Goodwill | 5 | - | ||
| 5 | - |
Materiële vaste activa
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsgebouwen | 4.679 | 4.813 | ||
| Machines en installaties | 7.930 | 8.641 | ||
| Hoofd- en aansluitleidingen | 16.933 | 14.710 | ||
| Watermeters | 708 | 678 | ||
| Windturbines | 689 | 689 | ||
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 6.359 | 5.184 | ||
| 37.298 | 34.715 | |||
| Immateriële en materiële vaste activa | 37.303 | 34.715 |
25 Overige bedrijfskosten
De overige kosten hebben betrekking op:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Ingehuurd personeel / Uitzendkrachten | 4.248 | 4.334 | ||
| Materialen | 4.819 | 3.961 | ||
| Onderhoudsabonnementen | 9.489 | 8.689 | ||
| Werken voor derden | 460 | 740 | ||
| Autokosten | 1.645 | 1.553 | ||
| Telefoonkosten | 292 | 229 | ||
| Contributies en abonnementen | 1.856 | 1.871 | ||
| Portikosten | 288 | 249 | ||
| Verzekeringen | 963 | 904 | ||
| Kantoorbenodigheden/drukwerk | 483 | 446 | ||
| Onroerendezaakbelasting (ozb) | 474 | 454 | ||
| Kosten betalingsverkeer | 200 | 204 | ||
| Vergunningen | 839 | 216 | ||
| Schadevergoedingen | 638 | 884 | ||
| Huur-, pacht-, leasekosten | 427 | 480 | ||
| Opleidingskosten | 463 | 512 | ||
| Promotie / marketing | 302 | 243 | ||
| Transport- en logistieke kosten | 265 | 203 | ||
| Overige kostensoorten | 3.537 | 1.984 | ||
| 31.688 | 28.156 |
Het totaal van de ten laste van het resultaat van het boekjaar gebrachte kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedraagt € 0,4 miljoen (2024: € 0,6 miljoen).
26 Rentelasten en soortgelijke kosten
De rente is als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Rente lening verbonden partijen | - | - | ||
| Langlopende leningen | 7.676 | 6.984 | ||
| Kasgeldleningen | 333 | 321 | ||
| Rekening-courant banken | 131 | 100 | ||
| Rente ten laste van exploitatie: | 8.140 | 7.405 |
27 Belastingen
De belastingen zijn als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting | 303 | 327 | ||
| Correcties voorgaande jaren | 147 | |||
| 303 | 474 |
Accountantskosten
De volgende honoraria van EY Accountants B.V. zijn ten laste gebracht van de onderneming en haar dochtermaatschappijen, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW.
| EY Accountants 2025 |
EY Accountants Overig netwerk 2025 |
Totaal 2025 |
||
|---|---|---|---|---|
| Onderzoek van de jaarrekening | 149 | - | 149 | |
| Overige controle-opdrachten | 70 | - | 70 | |
| 219 | - | 219 |
| EY Accountants 2024 |
EY Accountants 2024 |
Totaal 2024 |
||
|---|---|---|---|---|
| Onderzoek van de jaarrekening | 165 | 165 | ||
| Overige controle-opdrachten | 16 | - | 16 | |
| 181 | - | 181 |
Kerncijfers enkelvoudig
| 2025 | 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Algemeen | |||||
| Aantal aansluitingen | 584.159 | 580.883 | 577.411 | ||
| Lengte hoofdleiding in km | 8.586 | 8.585 | 8.722 | ||
| Eigen productie x 1.000 m3 | 74.672 | 73.009 | 72.640 | ||
| Inkoop water x 1.000 m3 | 5.103 | 5.195 | 5.270 | ||
| Waterafzet x 1.000 m3 | 71.905 | 69.678 | 69.973 | ||
| Tarief | |||||
| Gemiddeld drinkwatertarief WML per m3 (excl. BTW en BOL) x € 1 | 2,22 | 1,99 | 1,85 | ||
| Personeel | |||||
| Aantal medewerkers in dienst ultimo (fte) | 407,5 | 408,9 | 414,9 | ||
| Gemiddelde leeftijd medewerkers | 49 | 50 | 50 | ||
| Verzuimpercentage | 6,34 | 7,19 | 6,24 | ||
| Gemiddeld aantal fte's per 1.000 aansluitingen | 0,70 | 0,71 | 0,72 | ||
| Financieel | |||||
| Netto omzet x € 1.000 | 148.926 | 131.750 | 121.394 | ||
| Resultaat x € 1.000 | 20.164 | 11.539 | 4.562 | ||
| Investeringen in materiële vaste activa x € 1.000 | 81.055 | 57.398 | 43.599 | ||
| Kasstroom uit operationele activiteiten x € 1.000 | 49.249 | 46.968 | 39.351 | ||
| Rente x € 1.000 | 8.111 | 7.354 | 6.888 | ||
| Rentedragende schuld per aansluiting in € | 658 | 609 | 592 | ||
| Rentedekking (o.b.v. operationeel resultaat) | 3,3 | 2,5 | 1,6 | ||
| Rentepercentage langlopende leningen | 2,2 | 2,0 | 2,0 | ||
| Afschrijvingen x € 1.000 | 36.567 | 33.953 | 35.028 | ||
| - materiële vaste activa | 36.562 | 33.953 | 35.028 | ||
| - immateriële vaste activa | 5 | - | - | ||
| Afschrijving in % van aanschafwaarde van de materële vaste activa | 2,99 | 2,94 | 3,16 | ||
| Rente en afschrijving in € per aansluiting | 76,48 | 71,54 | 72,59 | ||
| Solvabiliteit in % | 35,2 | 35,2 | 34,6 | ||
| Current ratio in % | 26,7 | 18,7 | 19,8 | ||
| Leverage | 6,0 | 6,7 | 7,4 | ||
| Interest coverage ratio | 3,5 | 2,6 | 1,7 | ||
| Aanschafwaarde materiële vaste activa x € 1.000 | 1.223.348 | 1.155.414 | 1.108.580 | ||
| Boekwaarde materiële vaste activa x € 1.000 | 636.964 | 592.766 | 569.423 | ||
| Boekwaarde in % van de aanschafwaarde | 52 | 51 | 51 | ||
| Boekwaarde per aansluiting in € | 1.090 | 1.027 | 986 | ||
| Vewin Benchmark | |||||
| Kosten per aansluiting in € (afgerond) | nnb | 222 | 205 | ||
| - Belastingen | nnb | 1 | 1 | ||
| - Vermogenskosten | nnb | 30 | 17 | ||
| - Afschrijvingen | nnb | 55 | 57 | ||
| - Operationele kosten | nnb | 135 | 130 | ||
Enkelvoudige balans per 31 december 2025
(vóór resultaatbestemming) / (alle tabellen x € 1.000)
| Activa | REF. | Jaarrekening 2025 |
Jaarrekening 2024 |
|---|---|---|---|
| VASTE ACTIVA | |||
| Immateriële vaste activa | |||
| Goodwill | 591 | 0 | |
| 28 | 591 | 0 | |
| Materiële vaste activa | |||
| Bedrijfsgebouwen en terreinen | 78.099 | 81.484 | |
| Machines en installaties | 48.900 | 53.850 | |
| Hoofd- en aansluitleidingen | 391.632 | 378.743 | |
| Watermeters | 6.462 | 7.012 | |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 26.391 | 20.852 | |
| Materiele vaste activa in uitvoering | 85.480 | 50.825 | |
| 29 | 636.964 | 592.766 | |
| Financiële vaste activa | |||
| Deelnemingen en overige kapitaalbelangen | 9.210 | 6.650 | |
| 30 | 9.210 | 6.650 | |
| 646.765 | 599.416 | ||
| VLOTTENDE ACTIVA | |||
| Voorraden | |||
| Voorraden | 31 | 1.582 | 1.569 |
| Werken in uitvoering | 915 | 628 | |
| 2.497 | 2.197 | ||
| Vorderingen | |||
| Debiteuren | 32 | 14.497 | 11.480 |
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | 33 | 233 | 598 |
| Vorderingen op verbonden partijen | 34 | 789 | 516 |
| Overige vorderingen | 35 | 6.196 | 756 |
| 21.715 | 13.350 | ||
| Liquide middelen | 36 | 226 | 56 |
| 24.438 | 15.603 | ||
| 671.203 | 615.019 |
| Passiva | REF. | Jaarrekening 2025 |
Jaarrekening 2024 |
|---|---|---|---|
| EIGEN VERMOGEN | |||
| Gestort en opgevraagd kapitaal | 37 | 2.269 | 2.269 |
| Algemene reserve | 38 | 214.138 | 202.599 |
| Winst lopend boekjaar | 39 | 20.164 | 11.539 |
| 236.571 | 216.407 | ||
| VOORZIENINGEN | |||
| Voorziening REB | 40 | 2.809 | 2.023 |
| Voorziening jubilea | 41 | - | 27 |
| 2.809 | 2.050 | ||
| LANGLOPENDE SCHULDEN | |||
| Langlopende leningen | 42 | 340.000 | 315.000 |
| Huurkoopverplichting De Planck | 42 | 0 | |
| Langlopende schuld aan personeel spaarrek. | 190 | 27 | |
| Langlopende schulden | 340.190 | 315.027 | |
| KORTLOPENDE SCHULDEN | |||
| Aflossingsverplichting langlopende leningen | 42 | 25.000 | 20.000 |
| Aflossingsverplichting huurkoop De Planck | 42 | - | 135 |
| Kasgeldleningen | 10.000 | 5.000 | |
| Kredietinstellingen | 43 | 9.546 | 11.246 |
| Vooruitontvangen op waterleveringen | 4.507 | 4.338 | |
| Nog te verrekenen afrekeningen | 1.104 | 1.679 | |
| Leveranciers en handelskredieten | 14.526 | 14.689 | |
| Schulden aan groepsmaatschappijen | 44 | 243 | 62 |
| Schulden aan verbonden partijen | 45 | 1.826 | 1.590 |
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 46 | 6.565 | 6.156 |
| Schulden ter zake van pensioenen | 1 | 414 | |
| Overige schulden | 47 | 18.315 | 16.226 |
| 91.633 | 81.535 | ||
| 671.203 | 615.019 |
Enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2025
(alle tabellen x € 1.000)
| REF. | Jaarrekening 2025 |
Jaarrekening 2024 |
|
|---|---|---|---|
| Netto omzet | 48 | 148.926 | 131.750 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 49 | 5.290 | 5.947 |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 154.216 | 137.697 | |
| Waterinkoop | 50 | 5.928 | 5.896 |
| Elektrische energie | 7.551 | 7.691 | |
| Milieubelasting | 1.180 | 924 | |
| Uitbesteed werk | 51 | 8.706 | 8.220 |
| Lonen en salarissen | 52 | 29.189 | 28.276 |
| Sociale lasten | 52 | 3.907 | 3.848 |
| Pensioenlasten | 52 | 3.944 | 3.884 |
| Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa | 53 | 36.567,1 | 33.953 |
| Overige bedrijfskosten | 54 | 30.151 | 26.838 |
| Som der bedrijfslasten | 127.123 | 119.530 | |
| Operationeel resultaat | 27.093 | 18.167 | |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | 55 | 8.111 | 7.354 |
| Totaal rentelasten en soortgelijke kosten | 8.111 | 7.354 | |
| Totaal aandeel resultaat deelnemingen | 56 | 1.157,0 | 873 |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 20.139 | 11.686 | |
| Vennootschapsbelasting | 57 | -24,6 | 147 |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering na belastingen | 20.164 | 11.539 |
Enkelvoudige kasstroomoverzicht over 2025
(alle tabellen x € 1.000)
| REF. | Jaarrekening 2025 |
Jaarrekening 2024 |
|
|---|---|---|---|
| Operationeel resultaat | 27.093 | 18.167 | |
| Gecorrigeerd voor: | |||
| Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa | 53 | 36.567 | 33.953 |
| Totaal aandeel resultaat deelnemingen | 56 | 1.157 | 873 |
| Behaalde boekwinsten op de verkoop van materiële vaste activa | (329) | (46) | |
| Resultaat deelnemingen | 56 | (1.157) | (873) |
| Dotatie en vrijval van voorzieningen: | |||
| Dotatie (vrijval) voorziening REB | 40 | 786 | 2.023 |
| Dotatie (vrijval) voorziening overige vorderingen | 35 | (5.372) | 5.372 |
| Dotatie (vrijval) voorziening dubieuze debiteuren | 32 | 732 | 100 |
| Dotatie (vrijval) voorziening incourante voorraad | 31 | 7 | 20 |
| Onttrekkingen aan voorzieningen: | |||
| Onttrekking aan de voorziening jubilea | 41 | (27) | (40) |
| Onttrekking aan de voorziening dubieuze debiteuren | 32 | (74) | (280) |
| Mutatie werkkapitaal: | |||
| Voorraden (exclusief de voorziening voor incourante voorraden) | 31 | (20) | (24) |
| Werken in uitvoering | (287) | (412) | |
| Debiteuren (exclusief de voorziening dubieuze debiteuren) | 32 | (3.674) | 371 |
| Overige vorderingen en vorderingen op groepsmaatschappijen en verbonden partijen (exclusief de voorziening overige vorderingen) | 33/34/35 | 24 | (4.101) |
| Kortlopende schulden (exclusief de kortlopende aflossingsverplichtingen van langlopende schulden en overlopende rente) | 1.297 | (576) | |
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 56.723 | 54.527 | |
| Betaalde interest | (7.474) | (7.559) | |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 49.249 | 46.968 |
Enkelvoudige kasstroomoverzicht over 2025 (vervolg)
| REF. | Jaarrekening 2025 |
Jaarrekening 2024 |
|
|---|---|---|---|
| Investeringen in materiële vaste activa | 29 | (81.055) | (57.398) |
| Desinvesteringen in materiële vaste activa (verkoopwaarde) | 29 | 624 | 148 |
| Vennootschapsbelasting | 25 | (147) | |
| Aankoop aandelen Evilim Industriewater B.V. | (2.000) | ||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | (82.406) | (57.397) | |
| Opname langlopende schulden | 42 | 50.000 | 35.000 |
| Aflossingen langlopende schulden | 42 | (20.135) | (20.135) |
| Mutatie kasgeldlening | 5.000 | (10.000) | |
| Mutatie Rekening courant | (1.538) | 4.917 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 33.327 | 9.782 | |
| Netto kasstroom | 170 | (647) | |
| De geldmiddelen bestaan uit: | |||
| Liquide middelen | 36 | 226 | 56 |
| Totaal geldmiddelen | 226 | 56 | |
| Mutatie geldmiddelen | 170 | (647) |
Toelichting op de enkelvoudige jaarrekening 2025
Algemene toelichting
Activiteiten
De kerntaak van WML is het duurzaam en doelmatig leveren van leidingwater aan inwoners, bedrijven en (overheids)instellingen in Limburg. Drinkwater van uitstekende kwaliteit, 24 uur per dag en met de juiste druk.
WML stelt de openbare watervoorziening veilig, beschermt bronnen en stimuleert duurzaam gebruik van water.
WML, statutair en feitelijk gevestigd te Maastricht (Limburglaan 25), ingeschreven in het handelsregister onder nummer 14602038, is een naamloze vennootschap waarvan de aandelen in het bezit zijn van de Limburgse gemeenten en de Provincie Limburg. De grootste aandeelhouder betreft de Provincie Limburg met 21,8% aandelenbezit. De overige aandelen zijn naar inwoneraantal verdeeld over de 31 gemeenten in Limburg.
Grondslagen voor het opstellen van de enkelvoudige jaarrekening
Zie de ‘Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 2025’.
Grondslagen van waardering van activa en passiva en van bepaling van het resultaat
Personeelsbeloningen
Periodiek betaalbare beloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden en periodetoerekening verwerkt in de winst- en verliesrekening.
Pensioenen
WML heeft een aantal toegezegde pensioenregelingen. Onder een toegezegde pensioenregeling wordt verstaan een regeling waarbij aan de werknemers een pensioen wordt toegezegd, waar de hoogte afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren.
WML is aangesloten bij Stichting Pensioenfonds APG (kortweg: APG), het bedrijfstakpensioenfonds voor overheid en onderwijs. APG is een bedrijfstakpensioenfonds met een toegezegde pensioenregeling, zowel voor de verplicht als voor de vrijwillig aangesloten werkgevers. Kenmerkend voor een bedrijfstakpensioenfonds, ook voor APG, is de onderlinge solidariteit, tot uiting komend in doorsnee premies, risicoverevening en hoge uittreed-drempels.
Premies worden geheven ongeacht de bestandskenmerken van de huidige en voormalige werknemers van de aangesloten werkgevers. Hun leeftijd, geslacht, burgerlijke staat en gezondheid zijn niet bepalend voor de af te dragen premie. Daarvoor zijn immers de bestandskenmerken van alle bij APG aangesloten deelnemers bepalend, zowel die van de actieven als die van de slapers en de gepensioneerden. Ook het beleggingsbeleid van APG is afgestemd op het totaal van de pensioenverplichtingen aan alle deelnemers.
Beleggingen en verplichtingen van APG, en daarmee overschotten en/of tekorten, zijn dan ook niet op betrouwbare wijze toerekenbaar aan de individuele aangesloten werkgevers. Overigens kan WML geen enkel recht doen gelden op een deel van de overschotten van APG, zoals APG richting WML geen directe verhaalsmogelijkheden heeft ingeval van tekorten. Daartoe kan APG slechts voor alle aangesloten werkgevers premiemaatregelen en/of voor alle deelnemers indexatiemaatregelen treffen.
Om deze reden worden door WML conform RJ 271 alinea 309 de pensioenkosten verantwoord als ware sprake van een toegezegde bijdrage regeling. Dit betekent dat de over het boekjaar verschuldigde premies als kosten worden verantwoord.
Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.
Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen.
Aandeel in resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen
Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van de groep in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen de groep en de niet-geconsolideerde deelnemingen en tussen niet-geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.
De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van de groep.
Belastingen
Tengevolge van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen zijn waterleidingbedrijven per 1 januari 2016 belastingplichtig geworden voor de Vpb met uitzondering van de wettelijke taken.
Statutaire bepaling winst
Indien de goedgekeurde winst- en verliesrekening een bedrag aanwijst als winst, zal deze winst bij voorkeur worden aangewend tot versterking van het bedrijf en verwezenlijking van het doel van de vennootschap (conform statuten, hoofdstuk VI, artikel 40).
Overigens is het bepaalde in artikel 2:105 Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Zie voor overige posten de ‘Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 2025’.
Grondslagen voor het enkelvoudige kasstroomoverzicht
Zie de ‘Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 2025’.
Toelichting op de enkelvoudige balans per 31 december 2025
(alle tabellen x € 1.000)
Vaste activa
28 Immateriële vaste activa
Zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 1
29 Materiële vaste activa
De materiële vaste activa kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| Afschrijvingspercentage | Aanschaffingsprijs (a) | Cumulatieve Afschrijvingen en waardeverminderingen | Boekwaarde (b) |
(b) in % van (a) |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Terreinen | 0 | 22.636 | - | 22.636 | 100 |
| Bedrijfsgebouwen | 2-12 | 131.706 | (76.243) | 55.463 | 42 |
| Machines en installaties | 2-20 | 205.883 | (156.983) | 48.900 | 24 |
| Hoofd- en aansluitleidingen | 1-8 | 669.010 | (277.378) | 391.632 | 59 |
| Watermeters | 4-10 | 15.279 | (8.817) | 6.462 | 42 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 4-23 | 93.354 | (66.963) | 26.391 | 28 |
| Materiële vaste activa in uitvoering | 0 | 85.480 | - | 85.480 | 100 |
| Totaal | 1.223.348 | (586.384) | 636.964 | 52 |
Het verloop van de materiële vaste activa in het verslagjaar is als volgt:
| Boekwaarde 01-01-2025 |
Investeringen | Reclassificatie ¹ | Desinvesteringen | Afschrijvingen | Desinv. Afschrijving |
Boekwaarde 31-12-2025 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Terreinen | 22.187 | 724 | - | (275) | - | - | 22.636 |
| Bedrijfsgebouwen | 59.297 | 601 | 244 | - | (4.679) | - | 55.463 |
| Machines en installaties | 53.850 | 2.480 | 453 | - | (7.883) | - | 48.900 |
| Hoofd- en aansluitleidingen | 378.743 | 12.721 | 17.101 | (8.854) | (16.933) | 8.854 | 391.632 |
| Watermeters | 7.012 | 158 | - | - | (708) | - | 6.462 |
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 20.852 | 7.956 | 3.962 | (3.993) | (6.359) | 3.973 | 26.391 |
| Onderhanden investeringsprojecten | 50.825 | 56.415 | (21.760) | - | - | - | 85.480 |
| Totaal 2025 | 592.766 | 81.055 | - | (13.122) | (36.562) | 12.827 | 636.964 |
| Totaal 2024 | 569.423 | 57.398 | 0 | (10.565) | (33.953) | 10.463 | 592.766 |
Gedurende het boekjaar 2025 zijn diverse desinvesteringen verantwoord, in totaal is een boekwaarde van € 0,3 miljoen gedesinvesteerd en bedraagt de totale boekwinst € 0,3 miljoen (2024: € 0,05 miljoen boekwinst). De boekwinst op de verkoop van materiële vaste activa is verantwoord onder de overige bedrijfsopbrengsten.
In de materiële vaste activa zitten posten verwerkt die gefinancierd worden door middel van financiële lease. Het betreft een boekwaarde van € 0,1 miljoen in de post 'terreinen', € 0,7 miljoen in de post 'bedrijfsgebouwen' en € 0,5 miljoen in de post 'machines en installaties'. WML heeft niet het juridische eigendom van deze activa.
30 Financiële vaste activa
Een overzicht van het verloop van de financiële vaste activa is opgenomen in onderstaande opstelling:
| Boekwaarde 01-01-2025 |
Resultaat voorgaande jaren |
Resultaat 2025 |
Aankoop aandelen | Boekwaarde 31-12-2025 |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemingen gewaardeerd tegen netto-vermogenswaarde | |||||
| Evilim Industriewater B.V. | 1.409 | 4- | 333 | 1.403 | 3.141 |
| Proceswater Limburg B.V. | 192 | - | 155 | - | 347 |
| WML Wind B.V. | 4.087 | - | 673 | 4.760 | |
| Totaal | 5.688 | 4- | 1.161 | 1.403 | 8.248 |
| Overige kapitaalbelangen | |||||
| KWH Water B.V. | 257 | - | - | - | 257 |
| AquaMinerals B.V. | 26 | - | - | - | 26 |
| Aqualab Zuid B.V. | 679 | - | - | - | 679 |
| Totaal | 962 | - | - | - | 962 |
| Totaal deelnemingen en overige kapitaalbelangen | 6.650 | 4- | 1.161 | 1.403 | 9.210 |
De financiële vaste activa betreffen deelnemingen in de volgende maatschappijen:
| Aandeel in kapitaal | |
|---|---|
| KWH Water B.V., Nieuwegein | 5,97% |
| AquaMinerals B.V., Nieuwegein | 3,9% |
| Aqualab Zuid B.V., Werkendam | 17,5% |
| Evilim Industriewater B.V., Echt | 100,0% |
| Proceswater Limburg B.V., Maastricht | 100,0% |
| WML Wind B.V., Maastricht | 100,0% |
Vlottende activa
31 Voorraden
Zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 4
32 Debiteuren
De debiteuren kunnen als volgt worden uitgesplitst:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Debiteuren | 15.587 | 11.912 |
| Mogelijk oninbare vorderingen | (1.090) | (432) |
| 14.497 | 11.480 |
De debiteuren hebben een verwachte looptijd korter dan één jaar.
Gedurende het boekjaar 2025 is € 0,7 miljoen (2024: € 0,1 miljoen) aan de voorziening voor mogelijk oninbare vorderingen gedoteerd en is € 0,1 miljoen (2024: € 0,3 miljoen) aan deze voorziening onttrokken.
33 Vorderingen op groepsmaatschappijen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vordering op Evilim Industriewater BV | - | |
| Vordering op Wind BV | 216 | 580 |
| Vordering op PWL | 17 | 18 |
| 233 | 598 |
34 Vorderingen op verbonden partijen
Zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 6
35 Overige vorderingen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vooruitbetaalde kosten | 768 | 1.093 |
| Nog te ontvangen watergelden | 4.009 | 300 |
| Diversen | 251 | 637- |
| REB-vordering | 4.452 | 5.372 |
| Voorziening REB-vordering | (3.284) | (5.372) |
| 6.196 | 756 |
Voor de post 'Voorziening REB-vordering' zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 7
36 Liquide middelen
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de vennootschap.
37 Gestort en opgevraagd kapitaal
Zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 9
38 Algemene reserve
Zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 10
39 Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024
De jaarrekening 2024 is vastgesteld in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders gehouden op 26 juni 2025. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.
Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025
De directie stelt met goedkeuring van de Raad van Commissarissen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor het resultaat over het boekjaar ten bedrage van € 20.164.000 geheel ten gunste van de algemene reserve te brengen, conform artikel 40 van de statuten van WML.
Dit voorstel is in de jaarrekening verwerkt.
Voorzieningen
40 Voorziening REB
Zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 12
41 Voorziening jubilea
Zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 13
Langlopende schulden
42 Langlopende schulden
De langlopende schulden betreffen met name onderhandse leningen.
| Boekwaarde per 1 januari 2025 | 335.000 | |||
| Aflossingen in 2025 | (20.000) | |||
| Nieuwe leningen | 50.000 | |||
| Boekwaarde per 31 december 2025 | 365.000 | |||
| Kortlopend deel per 31 december 2025 | (25.000) | |||
| Langlopend deel per 31 december 2025 | 340.000 |
De hoofdsom van de langlopende leningen bedraagt ultimo 2025 € 365 miljoen (2024: € 335 miljoen).
WML heeft geen onderpanden of andersoortige zekerheden verstrekt ten aanzien van de afgesloten langlopende leningovereenkomsten. In bepaalde leningovereenkomsten zijn financiële ratio's opgenomen. Indien deze ratio's niet worden behaald, kan een (deel van de) uitstaande bankleningen direct door de betreffende banken worden opgeëist. Ultimo 2025 voldoet WML aan alle gestelde bankratio's in de afgesloten leningovereenkomsten.
De reële waarde van de totale leningenportefeuille ultimo 2025 bedraagt € 365,6 miljoen. De reële waarde is de contante waarde van toekomstige kasstromen gebaseerd op een rente die per balansdatum zou gelden voor gelijksoortige leningen vermeerderd met een risicopremie voor iedere individuele lening. De gewogen gemiddelde marktconforme rente bedraagt 1,98%. Deze rente betreft de risicovrije rente, exclusief krediet- en liquiditeitsopslagen die een bank in rekening brengt voor WML.
Ten behoeve van de deelneming Wind BV heeft WML de aandelen in Wind BV als zekerheden ten aanzien van de door Wind BV afgesloten langlopende leningovereenkomst verpand.
Van de langlopende schulden kan de volgende rubricering naar rentevoet en aflossingsverplichting worden gegeven:
| Rente in % | t/m 5e jaar | na 5 jaar | Totaal ultimo 2025 | Totaal ultimo 2024 |
|---|---|---|---|---|
| <2 | 70.000 | 135.000 | 205.000 | 225.000 |
| 2-3 | 30.000 | 70.000 | 100.000 | 65.000 |
| 3-4 | 50.000 | 50.000 | 35.000 | |
| 4-5 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | |
| Totaal ultimo 2025 | 100.000 | 265.000 | 365.000 | |
| Totaal ultimo 2024 | 100.000 | 235.000 | 335.000 | 335.000 |
| In 2025 vervallende aflossingsverplichtingen belopen: | 25.000 | |||
| In 2024 vervallende aflossingsverplichtingen belopen: | 20.000 | |||
| Langlopende leningen | 340.000 | 315.000 |
Het kortlopend deel van de langlopende leningen is opgenomen onder de kortlopende schulden als zijnde aflossingsverplichting langlopende schulden.
Het nog resterende kortlopende deel van de schuld welke voorvloeit uit een financiële leaseovereenkomst is in 2025 afgelost.
Kortlopende schulden
43 Kredietinstellingen
De kredietfaciliteit in rekening-courant bij ING bedraagt per 31 december 2025 € 30 miljoen (2024: € 30 miljoen) en de rente 1 maands Euribor plus 0,85% ( voor bedrag > € 0 < € 15 miljoen) en plus 1% (voor bedrag ≥ € 15 miljoen < € 30 miljoen) met een Zero floor. De kredietfaciliteit in rekening-courant bij BNG bedraagt per 31 december 2025 € 2 miljoen (2024: € 2 miljoen).
Als zekerheid voor de kredietfaciliteit zijn creditgelden, deposito's en spaargelden (algemeen, zonder bedrag) verpand.
44 Schulden aan groepsmaatschappijen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Schuld aan Proceswater Limburg B.V. | 203 | - |
| Schuld aan Evilim Industriewater B.V. | 40 | 62 |
| Stand ultimo | 243 | 62 |
De schulden aan andere deelnemingen en overige kapitaalbelangen hebben betrekking op openstaande facturen dan wel nog op te stellen facturen inzake geleverde diensten per ultimo boekjaar en hebben een verwachte looptijd korter dan één jaar.
45 Schulden aan verbonden partijen
Zie toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025, nr. 16
46 Belastingen en sociale premies
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Nog te betalen omzetbelasting | 156 | 198 |
| Loonheffing | 2.407 | 2.472 |
| Belasting op leidingwater | 2.637 | 2.232 |
| Provinciale grondwaterheffing | 1.394 | 1.129 |
| Vennootschapsbelasting | 29- | 125 |
| Stand ultimo | 6.565 | 6.156 |
47 Overige schulden
De overige schulden betreffen:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Rente | 3.447 | 2.811 |
| Salarissen (incl. vakantietoeslag) | 256 | 395 |
| Reservering verlof | 13.337 | 12.645 |
| Diversen | 1.275 | 375 |
| Stand ultimo | 18.315 | 16.226 |
Financiële instrumenten
Algemeen
WML maakt louter gebruik van de traditionele bancaire financierings-intrumenten (leningen).
In het treasury beleid heeft WML procedures en gedragslijnen vastgelegd ten behoeve van het gebruik van financiële instrumenten. WML handelt niet in financiële instrumenten.
WML kent een aantal financiële risico’s die voortvloeien uit haar normale bedrijfsuitoefening. Het beleid van WML is erop gericht de negatieve gevolgen van onvoorziene omstandigheden uit de financiële risico’s te mitigeren. De volgende risico’s onderkennen we:
Kredietrisico
Debiteurenrisico is het risico dat een debiteur een vordering niet zal voldoen.
De meeste vorderingen zijn van beperkte omvang en verdeeld over een zeer groot aantal debiteuren. WML ziet hier geen concentratie van risico’s. Maatregelen die worden toegepast om het debiteurenrisico te beperken zijn: een actief incassobeleid met eigen incasseerders, het gebruik van kredietlimieten voor zakelijke partijen en de inzet van meerdere incassomethoden en het toepassen van een zorgvuldig afsluitbeleid.
Valutarisico
Valutarisico is het risico dat wordt gelopen bij waardeveranderingen in financiële instrumenten of een transactierisico als gevolg van inkopen in buitenlandse valuta’s. WML loopt geen significante valutarisico's.
Prijsrisico
Het marktprijsrisico op de inkopen wordt in de eerste plaats beperkt door langdurige contracten voor de strategische artikelen. WML gebruikt hiervoor geen afgeleide financiële instrumenten ('derivaten'). Marktprijsrisico’s worden, indien mogelijk en economisch gerechtvaardigd, gemitigeerd. Voor de inkoop van energie heeft WML een meerjarig contract afgesloten waarbij de omvang van tussentijdse prijsstijgingen, middels het deels vastklikken van de prijzen, wordt beperkt (WML heeft niet de mogelijkheid noch de intentie om energie tegen de vastgezette prijzen door te verkopen aan derden en derhalve is geen sprake van een afgeleid financieel instrument). WML onderkent geen transacties waarbij de prijzen sterk volatiel zijn en acht de inzet van derivaten niet nodig. Alle verkopen geschieden op basis van vaste prijzen die deels afhankelijk zijn van het watergebruik van de klanten.
Liquiditeitsrisico
WML is een kapitaalintensief bedrijf. Het financieringsbeleid is gericht op het ontwikkelen en onderhouden van een optimale financieringsstructuur, rekening houdend met de huidige activa-basis en het investeringsprogramma. Uitgangspunten zijn toegang tot de kapitaalmarkt en flexibiliteit tegen acceptabele financieringskosten.
Om te voorkomen dat WML niet in staat is te voldoen aan haar financiële verplichtingen wordt groot belang gehecht aan het beheersen van alle risico’s met betrekking tot de toegang tot de kapitaalmarkt. Daarnaast wordt de liquiditeitsbehoefte gepland op basis van lange, middellange en korte termijn kasstroomprognoses. Deze kasstroomprognoses omvatten onder meer operationele kasstromen, investeringskasstromen, te betalen interest en aflossing van schulden. De wijze waarop de financieringsinstrumenten worden beheerd is vastgelegd in een Treasury Statuut dat is vastgesteld door de Directie van WML en door de Raad van Commissarissen. Bij het opnemen van gelden is het tegenpartijrisico zeer beperkt. Ten aanzien van het uitzetten van gelden is het algemeen uitgangspunt dat er geen uitzettingen plaatsvinden. Indien er toch sprake is van een uitzetting dan wordt rekening gehouden met de beoordelingscriteria zoals deze in het Treasury Statuut zijn geformuleerd. Op grond hiervan moet een tegenpartij een kredietwaardigheidskwalificatie hebben die ten minste gelijk is aan een rating ‘AA’ volgens Standard & Poor’s.
Renterisico
Renterisico is het risico dat wordt gelopen bij waardeveranderingen in financiële instrumenten als gevolg van een renteverandering in de markt. Het renterisico wordt beheerst door de treasury commissie. Het renterisicobeleid is gericht op het beheersen van de netto financieringslasten door fluctuaties in de marktrente. Hiertoe wordt uitgegaan van een bepaalde bandbreedte voor de verhouding tussen lang- en kortlopende leningen. Indien alle overige variabelen constant blijven, zal een algemene stijging van Euribor (over een periode van twaalf maanden) met 100 basispunten naar schatting leiden tot een daling van het resultaat met € 0,3 miljoen. Ultimo 2025 is 100,0% van de langlopende financiering gebaseerd op vaste rentecondities.
Reële waarde
De reële waarden van de financiële instrumenten op de balans zijn opgenomen verantwoord onder handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, handelsschulden en overige te betalen posten en benadert de boekwaarde daarvan. De reële waarde van de overige in de balans verantwoorde financiële "instrumenten is opgenomen bij de toelichting op de langlopende schulden.
Niet in balans opgenomen activa en verplichtingen
Zie de niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen in de 'Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025'.
Toelichting op de enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2025
(alle tabellen x € 1.000)
48 Netto omzet
De netto omzet voor zover het waterleveringen betreft, is bepaald uitgaande van de afgeleverde hoeveelheid water en kan als volgt worden gespecificeerd:
| 2025 | 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gemeten gebruik in m³ | Euro | Gemeten gebruik in m³ | Euro | |||
| tarief | tarief | |||||
| m³ | in euro | euro | m³ | in euro | euro | |
| 67.270.558 | 1,1398 | 76.675 | 64.614.566 | 0,9985 | 64.518 | |
| 4.471.627 | overige tarieven | 3.421 | 4.777.867 | overige tarieven | 3.751 | |
| 71.742.185 | 80.096 | 69.392.433 | 68.269 | |||
| Vergoedingen inzake gemeten gebruik: | Vergoedingen inzake gemeten gebruik: | |||||
| Vastrechten | 58.728 | Vastrechten | 53.920 | |||
| Vastrechten capaciteitstarief | 6.486 | Vastrechten capaciteitstarief | 5.952 | |||
| Huur standpijpen en overige | 340 | Huur standpijpen en overige | 263 | |||
| 65.554 | 60.135 | |||||
| Vergoedingen inzake ongemeten gebruik: | Vergoedingen inzake ongemeten gebruik: | |||||
| Vergoeding brandkranen | 718 | Vergoeding brandkranen | 707 | |||
| Overige vergoedingen | 2.373 | Overige vergoedingen | 2.354 | |||
| 3.091 | 3.061 | |||||
| Correctie omzet voorgaande boekjaren: | Correctie omzet voorgaande boekjaren: | |||||
| Correctie 2020 - 2024 ¹ | 185 | 285 | ||||
| Totaal netto-omzet | 148.926 | Totaal netto-omzet | 131.750 | |||
De omzetverdeling naar geografisch gebied is achterwege gelaten, aangezien nagenoeg alle omzet in Nederland is gerealiseerd.
Voor boekjaar 2025 is rekening gehouden met een NIRG van 7,25% (2024 met 7,25%).
49 Overige bedrijfsopbrengsten
De overige bedrijfsopbrengsten zijn als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Uitvoering voor derden leidingnet | 1.112 | 1.883 |
| Controle en inspectie | 1.124 | 1.113 |
| Uitvoering voor derden overigen | 995 | 1.355 |
| Diensten KLIC | 23 | 23 |
| Verkochte activa | 329 | 46 |
| Af- en aansluitingen | 171 | 176 |
| Openbare Tappunten | 157 | 86 |
| Schade aansluitleidingen | 187 | 138 |
| Eigen bijdrage persoonsgebonden auto's | 168 | 150 |
| Materialen aanleg leidingen aannemers | 215 | 168 |
| Papieren facturen | 232 | 193 |
| Overige | 577 | 616 |
| 5.290 | 5.947 |
50 Waterinkoop
Zie toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2025, nr. 21
51 Uitbesteed werk
Zie toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2025, nr. 22
52 Lonen en salarissen
De totale personele lasten (inclusief sociale lasten en pensioenlasten) bedragen € 37 miljoen (2024: € 36 miljoen).
De geactiveerde productie voor het eigen bedrijf is in mindering gebracht op de lonen en salarisen en bedraagt € 0,3 miljoen (2024: € 0,4 miljoen). Dit betreffen toegerekende kosten aan in eigen beheer vervaardigde ICT-bedrijfsmiddelen, drinkwaterwinning en productieinstallaties en distributiemiddelen, welke zijn verantwoord onder materiële vaste activa.
53 Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
De afschrijvingen zijn als volgt samengesteld:
Immateriële vaste activa
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Goodwill | 5 | - | ||
| 5 |
Materiële vaste activa
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsgebouwen | 4.679 | 4.813 | ||
| Machines en installaties | 7.883 | 8.568 | ||
| Hoofd- en aansluitleidingen | 16.933 | 14.710 | ||
| Watermeters | 708 | 678 | ||
| Andere vaste bedrijfsmiddelen | 6.359 | 5.184 | ||
| 36.562 | 33.953 | |||
| Immateriële en materiële vaste activa | 36.567 | 33.953 |
54 Overige bedrijfskosten
De overige kosten hebben betrekking op:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Ingehuurd personeel / Uitzendkrachten | 4.248 | 4.334 | ||
| Materialen | 4.819 | 3.961 | ||
| Onderhoudsabonnementen | 9.489 | 8.689 | ||
| Werken voor derden | 460 | 740 | ||
| Autokosten | 1.645 | 1.553 | ||
| Telefoonkosten | 292 | 229 | ||
| Contributies en abonnementen | 1.856 | 1.871 | ||
| Portikosten | 288 | 249 | ||
| Verzekeringen | 963 | 904 | ||
| Kantoorbenodigheden/drukwerk | 483 | 446 | ||
| Onroerendezaakbelasting (ozb) | 474 | 454 | ||
| Kosten betalingsverkeer | 200 | 204 | ||
| Vergunningen | 839 | 216 | ||
| Schadevergoedingen | 638 | 884 | ||
| Huur-, pacht-, leasekosten | 427 | 480 | ||
| Opleidingskosten | 463 | 512 | ||
| Promotie / marketing | 302 | 243 | ||
| Transport- en logistieke kosten | 265 | 203 | ||
| Overige kostensoorten | 2.000 | 666 | ||
| 30.151 | 26.838 |
Het totaal van de ten laste van het resultaat van het boekjaar gebrachte kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedraagt € 0,4 miljoen (2024: € 0,6 miljoen).
55 Rentelasten en soortgelijke kosten
De rente is als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Rente lening verbonden partijen | - | - | ||
| Langlopende leningen | 7.633 | 6.935 | ||
| Kasgeldleningen | 333 | 321 | ||
| Rekening-courant banken | 145 | 98 | ||
| Rente ten laste van exploitatie: | 8.111 | 7.354 |
56 Aandeel resultaat deelnemingen
Onder de opbrengst deelnemingen zijn de navolgende posten opgenomen:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Resultaat Evilim Industriewater B.V. | 333 | 157 | ||
| Resultaat Proceswater Limburg B.V. | 155 | 147- | ||
| Resultaat WML Wind B.V. | 673 | 851 | ||
| Correcties voorgaande jaren inzake Evilim Industriewater B.V. | 4- | 12 | ||
| 1.157 | 873 |
57 Belastingen
De belastingen zijn als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting | 25- | |||
| Correcties voorgaande jaren | 147 | |||
| Belastingen | 25- | 147 |
Personeel
Het aantal personeelsleden verdeeld naar sector bedraagt:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Directie | 6 | 7 | ||
| Strategie & Infra | 72 | 69 | ||
| Klant & Operatie | 266 | 266 | ||
| Bedrijfsondersteuning | 89 | 93 | ||
| 433 | 435 |
Gedurende het boekjaar was een beperkt aantal medewerkers in het kader van ontwikkelingsprojecten uitgezonden naar het buitenland (2024 idem).
Accountantskosten
Zie toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2025.
Verantwoording WNT
WML volgt met de bezoldiging van de directeur het door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) vastgestelde bezoldigingsbeleid. De bezoldiging wordt, binnen de kaders van het vastgestelde beleid, door de Raad van Commissarissen (RvC) vastgesteld.
Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan; per 1 januari 2015 de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op WML van toepassing zijnde regeling: Het algemene bezoldigingsmaximum.
Het bezoldigingsmaximum in 2025 voor WML is € 246.000. In aansluiting hierop bedraagt het WNT-maximum voor de voorzitter en de leden van de Raad van Commissarissen in 2025 € 36.900 (15%) respectievelijk € 24.600 (10%)
| bedragen x € 1 | J. Nelissen |
|---|---|
| Functiegegevens | Directeur |
| Aanvang en einde functievervulling in 2025 | 1/1 – 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,0 fte |
| Dienstbetrekking? | ja |
| Bezoldiging 2025 | |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 222.487 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 23.507 |
| Subtotaal | 245.994 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 246.000 |
| "-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. |
| Totale bezoldiging 2025 | 245.994 |
| Het bedrag van de de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. |
| Gegevens 2024 | |
| bedragen x € 1 | J. Nelissen |
| Functiegegevens | Directeur |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 1/1 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,0 fte |
| Dienstbetrekking? | ja |
| Bezoldiging 2024 | |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 209.338 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 23.662 |
| Subtotaal | 233.000 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 233.000 |
| Totale bezoldiging 2024 | 233.000 |
De vergoeding aan de Raad van Commissarissen bedraagt over 2025 € 86.565 (2024: € 60.110).
De bezoldiging van de individuele leden van de Raad van Commissarissen bedraagt:
| Gegevens 2025 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| bedragen x € 1 | A.T. Bredée | C.J.G.M. de Vet | M. Clermonts | D.N. Cortenraad | R.I.L. Bollen |
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2025 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 |
| Bezoldiging 2025 | |||||
| Bezoldiging | 20.265 | 16.575 | 16.575 | 16.575 | 16.575 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 36.900 | 24.600 | 24.600 | 24.600 | 24.600 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Totale bezoldiging 2025 | 20.265 | 16.575 | 16.575 | 16.575 | 16.575 |
| Het bedrag van de de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Gegevens 2024 | |||||
| bedragen x € 1 | A.T. Bredée | C.J.G.M. de Vet | M. Clermonts | D.N. Cortenraad | R.I.L. Bollen |
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 1/1 - 31/12 | 1/9 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 |
| Bezoldiging 2024 | |||||
| Totale bezoldiging | 16.823 | 4.329 | 12.986 | 12.986 | 12.986 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 34.950 | 7.767 | 23.300 | 23.300 | 23.300 |
Transacties met verbonden partijen
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de onderneming, haar deelnemingen en hun bestuurders en leidinggevende functionarissen.
Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet zakelijke grondslag.
In de normale bedrijfsactiviteiten verricht WML incidenteel transacties met verbonden partijen waarin de onderneming een belang van 50% of minder bezit. Deze transacties worden over het algemeen op zakelijke grondslag uitgevoerd tegen voorwaarden die vergelijkbaar zijn met dergelijke transacties met derden. Per 31 december 2025 bedroegen de vorderingen op verbonden partijen € 0,4 miljoen (2024: € 0,5 miljoen) en bedroegen de schulden aan verbonden partijen € 1,8 miljoen (2024: € 1,6 miljoen).
De bezoldiging van de bestuurders en commissarissen is separaat toegelicht.
Vennootschapsbelasting
Tengevolge van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen zijn waterleidingbedrijven per 1 januari 2016 belastingplichtig geworden voor de Vpb met uitzondering van de wettelijke taken.
Opgemaakt door de Directie en goedgekeurd door de Raad van Commissarissen op 29 mei 2026.
w.g.
drs. J.J.W. Nelissen RA
w.g.
drs. A.T. Bredée (voorzitter)
M.A.H. Clermonts-Aretz
D. Cortenraad MSc MBA
drs. K.J. de Vet
R.I.L. Bollen MBA
Vastgesteld door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, op 25 juni 2026.
Overige gegevens
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: de aandeelhouders en de raad van commissarissen van N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025
Ons oordeel
Wij hebben de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening voor het boekjaar geëindigd op 31 december 2025 van N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg te Maastricht gecontroleerd. De verantwoording inzake de Wet normering topinkomens(hierna WNT-verantwoording) is opgenomen in de jaarrekening.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg per 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en is de in de jaarrekening opgenomen WNT-verantwoording in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld in overeenstemming met de bepalingen bij en krachtens de Wet normering topinkomens (WNT).
De jaarrekening bestaat uit:
- de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2025
- de geconsolideerde en enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2025
- de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol WNT 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening.
Wij zijn onafhankelijk van N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg (de onderneming) zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Informatie ter ondersteuning van ons oordeel
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Onze focus op fraude en het niet-naleven van wet- en regelgeving
Onze verantwoordelijkheid
Hoewel wij niet verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving en van ons niet verwacht kan worden dat wij het niet-naleven van alle wet- en regelgeving ontdekken, is het onze verantwoordelijkheid om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de jaarrekening als geheel geen afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Onze controleaanpak met betrekking tot frauderisico’s
Wij hebben de risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude.Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in de onderneming en de omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop de directie inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan. Wij verwijzen naar onderdeel 'Risicoprofiel' van het directieverslag, waarin de risicoanalyse van de directie is opgenomen na overweging van mogelijke frauderisico’s.
Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse geëvalueerd alsook bijvoorbeeld de gedragscode. Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s.
Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van frauderisico’s, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.
In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving.
Wij houden rekening met het risico dat het management interne beheersmaatregelen kan doorbreken, aangezien dit risico in alle organisaties aanwezig is. Vanwege dit risico hebben wij onder meer geëvalueerd of de keuze en toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving door de onderneming en met name voor subjectieve waarderingsvraagstukken en complexe transacties, zoals toegelicht in ‘Gebruik van schattingen’ in de toelichting op de jaarrekening, een indicatie vormen voor frauduleuze financiële verslaggeving.Ook hebben wij data analyse gebruikt om journaalposten met een verhoogd risico te signaleren en te toetsen, evenals andere aanpassingen gemaakt in het proces van financiële verslaggeving. Wij hebben de zakelijke beweegredenen of het ontbreken daarvan beoordeeld van bijzondere transacties, waaronder die met verbonden partijen.
Wij zijn bij het identificeren en inschatten van frauderisico’s uitgegaan van de veronderstelling dat er bij de opbrengstenverantwoording frauderisico’s bestaan. Wij hebben in reactie op het veronderstelde frauderisico onze werkzaamheden inzake de opbrengstenverantwoording bepaald en uitgevoerd.
Wij hebben kennisgenomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij de directie, management, personeelszaken en de raad van commissarissen.
Uit de door ons geïdentificeerde frauderisico’s, ontvangen inlichtingen en andere beschikbare informatie volgen geen specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude met een mogelijk materieel belang voor het beeld van de jaarrekening.
Onze controleaanpak met betrekking tot het risico van niet voldoen aan wet- en regelgeving
Wij hebben passende controlewerkzaamheden verricht inzake de naleving van de bepalingen van de relevante wet- en regelgeving die van directe invloed zijn op de verantwoorde bedragen en toelichtingen in de jaarrekening.Daarnaast hebben wij de omstandigheden ingeschat met betrekking tot het risico van niet-naleven van wet- en regelgeving waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze van materiële invloed kunnen zijn op de jaarrekening, op basis van onze ervaring in de sector, door afstemming met de directie, het lezen van notulen en het uitvoeren van gegevensgerichte werkzaamheden gericht op transactiestromen, jaarrekeningposten en toelichtingen.
Wij hebben verder kennisgenomen van advocatenbrieven en correspondentie met toezichthouders. Wij zijn alert gebleven op indicaties voor een (mogelijke) niet-naleving gedurende de controle. Ten slotte hebben wij schriftelijk de bevestiging ontvangen dat alle bekende gebeurtenissen van niet-naleving van wet- en regelgeving met ons zijn gedeeld.
Onze controleaanpak met betrekking tot de continuïteitsveronderstelling
Zoals toegelicht in het onderdeel 'Grondslagen voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening' in de toelichting op de jaarrekening, is de jaarrekening opgemaakt op basis van de continuïteitsveronderstelling. Bij het opmaken van de jaarrekening heeft de directie een specifieke beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van de onderneming om de continuïteit te handhaven en haar bedrijfsactiviteiten voort te zetten voor de voorzienbare toekomst.
Wij hebben de specifieke beoordeling met de directie besproken en professioneel-kritisch geëvalueerd. Wij hebben overwogen of de specifieke beoordeling van de directie op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, alle relevante gebeurtenissen en omstandigheden bevat waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen.
Op basis van onze werkzaamheden hebben wij geen materiële onzekerheden ten aanzien van de continuïteit of het hanteren van de continuïteitsveronderstelling door de directie geïdentificeerd. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de onderneming de continuïteit niet langer kan handhaven.
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
Naleving vereisten van SBR Regelgevende Technische Standaard, inclusief XBRL-markering, niet gecontroleerd
Wij hebben de naleving van de vereisten van de Regelgevende Technische Standaard van het SBR-domein Handelsregister, waaronder de aangebrachte eXtensible Business Reporting Language (XBRL) markeringen, niet onderzocht en brengen daarover geen oordeel tot uitdrukking.
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Het jaarverslag omvat andere informatie naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
- met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat
- alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het directieverslag en de overige gegevens.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
De directie is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het directieverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van de directie en de raad van commissarissen voor de jaarrekening
De directie is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de bepalingen bij en krachtens de WNT. In dit kader is de directie verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die de directie noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet de directie afwegen of de onderneming in staat is om de werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet de directie de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de directie het voornemen heeft om de onderneming te liquideren of haar bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. De directie moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderneming.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. De sectie ‘Informatie ter ondersteuning van ons oordeel’ hierboven, bevat een informatieve samenvatting van onze verantwoordelijkheden en de uitgevoerde werkzaamheden als basis voor ons oordeel. Onze controle bestond verder onder andere uit:
- het identificeren en inschatten van de risico's dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderneming
- het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de directie en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan
- het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen
- het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij zijn verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van de groepscontrole om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsonderdelen van de groep als basis voor het vormen van een oordeel over de jaarrekening. Tevens zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op, beoordeling en evaluatie van de controlewerkzaamheden die in het kader van de groepscontrole zijn uitgevoerd. Wij dragen de volledige verantwoordelijkheid voor onze controleverklaring.
Communicatie
Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Maastricht, 29 mei 2026
EY Accountants B.V.
w.g.
drs. R.E.J. Pluymakers RA
Statutaire bepaling winst
Statuten, Hoofdstuk VI, artikel 40
Indien de goedgekeurde winst- en verliesrekening een bedrag aanwijst als winst, zal deze winst bij voorkeur worden aangewend tot versterking van het bedrijf en verwezenlijking van het doel van de vennootschap.
Overigens is het bepaalde in artikel 2:105 Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Verslag van de RvC en zijn commissies
Verslag van de RvC

Corporate Governance
De Raad van Commissarissen (RvC) hecht grote waarde aan helder en transparant ondernemingsbestuur, waarin de belangen van stakeholders van WML tot hun recht komen en passend bij de maatschappelijke taak en rol van WML. Daarom hanteert WML sinds 2005 vrijwillig de Nederlandse Corporate Governance Code, voor zover de principes en best practices uit de Code van toepassing zijn. WML baseert zich daarbij op het ‘pas toe of leg uit’ principe.
In het kader van goed bestuur, goed toezicht en adequate verantwoording heeft de RvC zijn eigen functioneren en handelen vastgelegd in het ‘Reglement Bestuur en Toezicht NV Waterleiding Maatschappij Limburg’. In dit reglement zijn de taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, omvang en samenstelling van de directie en de RvC uitgewerkt. Het reglement is afgestemd op de Drinkwaterwet en andere relevante wet- en regelgeving. Om het reglement waar nodig in lijn te brengen met de Nederlandse Corporate Governance Code (2023) is in 2024 een visie op toezicht opgesteld. Als intern toezichthouder werkt de RvC vanuit deze visie op toezicht, die verder is uitgewerkt in een toezichtskader en vervolgens concreet wordt gemaakt in het reglement. Het reglement wordt herzien in 2026.
In de visie op toezicht beschrijft de RvC hoe hij het toezicht en de eigen rol wil invullen. Dit vanuit de wens om transparant te handelen, de kwaliteit van het toezicht te borgen en het toezicht verder af te stemmen op de maatschappelijke taak van WML. De RvC houdt integraal toezicht op de wettelijke en maatschappelijke opdracht van WML: het produceren en leveren van drinkwater ten behoeve van volksgezondheid, welzijn en welvaart, nu en in de toekomst. De RvC doet dit ten behoeve van alle stakeholders van WML.
De RvC legt in het navolgend ‘Verslag van de Raad van Commissarissen en zijn commissies’ verantwoording af aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) over 2025.
Reflectie
De RvC is zeer tevreden met de kwaliteit en compleetheid van de stukken die WML aanreikt ter besluitvorming en de wijze waarop de RvC steeds pro-actief wordt meegenomen in actuele ontwikkelingen, projecten en dossiers. Dit schetst, samen met de reguliere voortgangsrapportages, jaarrekeningstukken en verdiepende gesprekken met de accountant, het beeld van een organisatie die de zaken goed op orde heeft. De RvC spreekt haar waardering hiervoor uit en is tevreden over hoe WML ervoor staat. Complimenten hiervoor aan WML, de bestuurder en alle betrokken collega’s.
Omvang en samenstelling van de Raad
Op grond van de statuten van de vennootschap bestaat de RvC van WML uit minimaal drie en maximaal negen leden. Gezien de grootte van de onderneming en de opvattingen betreffende rol, positie en omvang van de RvC wordt een aantal van vijf leden passend geacht. Dit aantal doet recht aan de gewenste deskundigheid en maatschappelijke verankering van de RvC en bevordert een efficiënte overleg- en communicatiestructuur. Uitgangspunt van de profielschets van de omvang en de samenstelling van de RvC is daarom dat de RvC uit vijf leden bestaat.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) benoemt alle leden. Eén lid wordt benoemd op voordracht van Provincie Limburg, één lid wordt benoemd op voordracht van de gemeentelijke aandeelhouders en één lid wordt op basis van het versterkt aanbevelingsrecht benoemd op voordracht van de Ondernemingsraad. De resterende twee zetels selecteert en draagt de RvC voor. De zittingsperiode is maximaal vier jaar. Een commissaris kan éénmaal herbenoemd worden. Voor de samenstelling van de Raad van Commissarissen (RvC) wordt een profielschets gehanteerd. Dit borgt onder andere een goede spreiding van expertise en ervaring. Er wordt rekening gehouden met relevante aspecten van diversiteit en gestreefd naar een evenwichtige verdeling van leeftijdscategorieën, gender, expertise en achtergrond inzake opleiding en ervaring. Voor zover nodig wordt met het toepassen van variabele benoemingstermijnen aandacht besteed aan een gespreid, evenwichtig verloop binnen de RvC.
Raad van Commissarissen NV WML per 31 december 2025
De leden van de Raad zijn allen onafhankelijk in de zin van de Corporate Governance Code.
Mevrouw drs. A.T. (Titia) Bredée (1962, Nederlandse nationaliteit)
Aanwezigheidspercentage vergaderingen RvC NV WML: 100%
Benoeming: 2022 | aftreden: 2030
Hoofdfunctie: directeur Koninklijke NLingenieurs
Nevenfunctie: adviseur voor de Raad van Cultuur
De heer R.I.L. (Ruud) Bollen MBA (1960, Nederlandse nationaliteit)
Aanwezigheidspercentage vergaderingen RvC NV WML: 100%
Benoeming: 2023 I aftreden: 2027
Hoofdfunctie: directeur UM-Holding BV
Nevenfunctie: -
Mevrouw M.A.H. (Mirjam) Clermonts-Aretz (1955, Nederlandse nationaliteit)
Aanwezigheidspercentage vergaderingen RvC NV WML: 100%
Benoeming: 2021 | aftreden: 2029
Hoofdfunctie: burgemeester gemeente Meerssen tot 1 juli 2025
Nevenfunctie: lid Raad van Toezicht Movare (per 1 september 2026 voorzitter)
De heer D. (Niel) Cortenraad MSc MBA (1978, Nederlandse nationaliteit)
Aanwezigheidspercentage vergaderingen RvC NV WML: 100%
Benoeming: 2022 | aftreden: 2030
Hoofdfunctie: lid Raad van Bestuur Vebego Group
Nevenfunctie: lid RvC en lid Auditcommissie LIOF
De heer drs. C.J.G.M. (Kees Jan) de Vet (1957, Nederlandse nationaliteit)
Aanwezigheidspercentage vergaderingen RvC NV WML: 100%
Benoeming: 2024 | aftreden: 2028
Hoofdfunctie: dijkgraaf Brabantse Delta tot 1 mei 2025
Nevenfunctie: voorzitter Raad van Toezicht Nationaal Grenspark Kalmthoutse Heide vanaf 1 september 2025, voorzitter van de Stichting Breda National Park City vanaf 1 juni 2026
Herbenoemingen
Per 1 januari 2026 verloopt de eerste termijn van mevr. drs. A.T. (Titia) Bredée en van dhr. D. (Niel) Cortenraad als lid van de RvC WML. Mevr. Bredée is lid op voordracht van de RvC en kan nog eenmaal benoemd worden voor een termijn van 4 jaar. Dhr. Cortenraad is lid op voordracht van de Ondernemingsraad (OR). In het kader van herbenoemingsprocedures gelden de bepalingen in de statuten (art. 18, lid 3) en het Reglement van Bestuur en Toezicht (5.5.1): bij herbenoeming is sprake van een bindende en gemotiveerde voordracht naar de AvA, rekening houdend met de wijze waarop de kandidaat de taak heeft vervuld. De BSB-cie van de RvC WML heeft de herbenoemingsprocedure van mevr. Bredée begeleid. De OR heeft de herbenoemingsprocedure van dhr. Cortenraad begeleid.
In het kader van de herbenoemingsprocedure van mevr. Bredée hebben reflectiegesprekken ter evaluatie plaatsgevonden met de RvC-leden en met de directeur-bestuurder. Overeenkomstig art. 2:144a BW is de Ondernemingsraad WML (OR) in de gelegenheid gesteld een standpunt kenbaar te maken ten aanzien van deze voordracht voor herbenoeming.
In het kader van de herbenoemingsprocedure van dhr. Cortenraad heeft de OR vanuit het versterkt aanbevelingsrecht een reflectiegesprek ter evaluatie gevoerd met dhr. Cortenraad.
In de reflectiegesprekken bij beide herbenoemingsprocedures is stilgestaan bij de wijze waarop de taak als commissaris is vervuld in de afgelopen periode.
Het rooster van benoemen en aftreden van de Raad van Commissarissen NV WML is per 31 december 2024:
| Naam | Benoeming | Laatstelijk herbenoemd |
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| mevr. drs. A.T. (Titia) Bredée Commissaris op voordracht van de RvC Voorzitter |
Jan-22 | Jan-26 |
|
||||
| dhr. R.I.L. (Ruud) Bollen MBA Commissaris op voordracht van de gemeentelijke aandeelhouders |
Jul-23 | - |
|
||||
| mevr. M.A.H. (Mirjam) Clermonts-Aretz Commissaris op voordracht van de RvC |
Jan-21 | Jan-25 |
|
||||
| dhr. D. (Niel) Cortenraad MSc MBA Commissaris op basis van versterkt aanbevelingsrecht Ondernemingsraad |
Jan-22 | Jan-26 |
|
||||
| dhr. drs. C.J.G.M. (Kees Jan) de Vet Commissaris op voordracht van de Provincie Limburg |
Sept-24 | - |
|
-
Jaar van aftreden; herbenoeming niet mogelijk vanwege verstrijken 2e termijn.
-
Jaar van aftreden met mogelijkheid tot herbenoeming
Diversiteit
Per 31 december 2025 bestaat de RvC van WML uit drie mannen en twee vrouwen. De vennootschap wordt bestuurd door een vrouwelijke directeur. Voor alle leden van de RvC is kwaliteit het leidende principe. In lijn met de verplichtingen vanuit de Corporate Governance Code en de Wet modernisering NV-recht en vergroten genderdiversiteit in de top van grote bedrijven heeft WML een diversiteitsbeleid. Dit beleid bevat een visie, concrete doelstellingen en streefcijfers, ook aangaande de samenstelling van de RvC. WML rapporteert jaarlijks over de doelstelling man/vrouw verhouding via het SER Diversiteitsportaal. Dat is in 2025 eveneens gebeurd. WML en de RvC voldoen aan de gestelde streefcijfers.
Werkzaamheden van de Raad
De Raad heeft in 2025 zes keer vergaderd. Op de agenda stonden de jaarlijks terugkerende onderwerpen, zoals:
- de jaarrekening, het accountantsverslag 2024 en het bedrijfsverslag 2024;
- de prestatievergelijking 2024 (benchmark);
- de kwartaalrapportages en de halfjaarrapportage 2025;
- de meerjarennota 2026-2030 met bijbehorend tariefvoorstel 2026 en strategische doorkijk.
Ook zijn behandeld:
- het meerjarige contract voor de inkoop Duits water, gesloten met de WAG (2030 – 2070);
- de aanbesteding van saneringswerkzaamheden in samenwerking met Enexis;
- diversiteit en rapportage hierover in het SER-portaal;
- investeringen ten behoeve van de leveringszekerheid, zoals de aanleg transportleiding traject Rivieren – Terlinden, destratificatie De Lange Vlieter, beveiligde toegang en implementatie SAP4Hana;
- impact (markt)ontwikkelingen op investeringen en projecten;
- het treasury jaarplan 2025;
- het auditplan 2025 en bijbehorende rapportage over de voortgang;
- de notitie fraudebeheersing 2025;
- het kostentoewijzings-, toeslagen- en margebeleid;
- wijziging Algemene Voorwaarden en behandeling in de AvA hiervan.
In 2025 heeft de Raad bijzondere aandacht besteed aan:
- externe trends en ontwikkelingen en diverse strategische thema’s, zoals het Regionale actieprogramma Beschikbaarheid van bronnen, Programma Limburgs Drinkwater, financierbaarheid en WACC;
- het rooster van benoeming & aftreden van de Raad en in het verlengde hiervan de profielschetsen van de vacatures binnen de Raad per 1 januari 2026, bijbehorende herbenoemingsprocedures en de hieruit voortvloeiende voordrachten aan de AvA;
- cyberveiligheid en compliancy aan regelgeving op dit vlak (o.a. wet Cyberveiligheid en richtlijn NIS2) bij WML;
- militaire dreiging, het versterken van de weerbaarheid van de organisatie en ontwikkeling van de crisisorganisatie;
- impact en implementatie van CSRD en de ontwikkeling naar duurzame waardecreatie;
- ontwikkeling van soft controls binnen WML;
- externe ontwikkelingen en hun impact op strategie van WML;
- risicomanagementbeleid.
Auditcommissie
De auditcommissie bestond per 31 december 2025 uit de heren Cortenraad (voorzitter van de commissie) en Bollen. De commissie heeft in 2025 vijf keer vergaderd. Deze vergaderingen waren o.a. gewijd aan het adviseren van de RvC over de jaarrekening en het accountantsverslag 2024, het bedrijfsverslag 2024, de halfjaarrapportage 2025 en de meerjarennota 2026-2030 met bijbehorend tariefvoorstel 2026. Tevens heeft de commissie de RvC geadviseerd over diverse projecten, het treasury jaarplan 2025, het auditplan 2025, het geactualiseerde kostentoewijzings-, toeslagen- en margebeleid en het risicomanagementbeleid. Ook heeft de commissie gesproken over diverse actuele thema’s zoals de ontwikkelingen omtrent de WACC en de impact van externe (markt)ontwikkelingen op investeringen, financierbaarheid en het financieel beleid.
Bezoldigings-, selectie- en benoemingscommissie
De bezoldigings-, selectie- en benoemingscommissie bestond per 31 december 2025 uit de dames Clermonts-Aretz (voorzitter van de commissie) en Bredée, waarbij dhr. Cortenraad aansluit bij onderwerpen indien nodig. De commissie heeft in 2025 drie keer vergaderd en eenmaal informeel gesproken met een vertegenwoordiging van de OR. Deze vergaderingen en aanvullende tussentijdse afstemming zijn onder andere gewijd aan de voorbereiding en uitvoering van de procedure voor de herbenoeming van mevr. Bredée, daarbij was dhr. Cortenraad plaatsvervangend lid. Daarnaast heeft de commissie onderstaande onderwerpen behandeld dan wel voorbereid en uitgevoerd:
- de werkafspraken van de directeur-bestuurder 2025;
- de beoordelingsprocedure van de directeur-bestuurder 2025.
Jaarlijkse zelfevaluatie RvC
De jaarlijkse zelfevaluatie vond plaats op 31 oktober 2025. De visie op toezicht fungeert als vertrekpunt voor deze zelfevaluatie en geeft focus en verdieping op de onderwerpen die aan bod komen. Deze evaluatie wordt uitgevoerd door de RvC zelf, met ondersteuning door de bestuurssecretaris.
De zelfevaluatie richtte zich conform Reglement Bestuur en Toezicht (art. 5.1.3 en 5.1.4) op:
- Algemene reflectie op het toezicht.
- Verantwoordelijkheid en samenstelling RvC en commissies, competenties en deskundigheid van de RvC.
- Vergaderingen RvC en commissies.
- Functioneren RvC en commissies.
- Samenwerking en samenspel RvC onderling en in relatie tot bestuurder, aandeelhouders en Ondernemingsraad.
In het kader van de zelfevaluatie is breed gereflecteerd op het functioneren van de RvC, de eigen rol en bijdrage, het onderlinge samenspel, de ondersteuning, de eigen drijfveren en principes met betrekking tot het toezicht op WML. De opvolging naar aanleiding van de zelfevaluatie wordt opgepakt binnen de RvC. Daarbij is er in het licht van de dynamische externe omgeving waarin WML acteert ook sprake van reflectie op ontwikkeling van het toezicht en de rol van de toezichthouder. Ter verdere verdieping op dit vlak is aanvullende opleiding voor de RvC voorzien in 2026.
Art. 24-overleg Wet op Ondernemingsraden (WOR)
In het jaarlijkse overleg met de Ondernemingsraad (OR) op 14 maart 2025 is gesproken over de algemene gang van zaken, enkele voor WML relevante interne en externe ontwikkelingen en de samenwerking bestuurder-ondernemingsraad. Daarnaast is specifiek stilgestaan bij de preparatie van WML naar aanleiding van mogelijke scenario’s op het vlak van militaire dreiging en het versterken van de weerbaarheid.
Jaarlijks werkbezoek RvC
Op 7 februari 2025 bezocht de RvC enkele WML-locaties in het kader van de projecten beveiligde toegang en aanpassing voorruimtes drinkwaterkelders. Ook werd tijdens dit werkbezoek stilgestaan bij de verbreding van de rijksweg A2 ter hoogte van Roosteren en het vervangen van een WML-transportleiding ter plaatse en bij het toegenomen dreigingsniveau, de impact op vitale drinkwaterinfrastructuur en hoe WML zich op diverse scenario’s voorbereidt ter versterking van de eigen weerbaarheid.
Op 28 mei 2025 bracht de RvC een werkbezoek op locatie bij het project Nieuwbouw Pompstation Grubbenvorst.
Bijlagen
Vaste aansluitingen
Overzicht per genoemde gemeente van het aantal vaste aansluitingen (woningen, flats, scholen, bedrijven, weilanden, grootverbruikers enzovoorts) per 31 december 2025.
| Gemeente | Totaal 2025 |
langs ¹) hoofdleiding |
niet langs ¹) hoofdleiding |
Totaal 2024 |
|---|---|---|---|---|
| Beek | 8.178 | 8.146 | ||
| Beekdaelen | 17.604 | 1 | 2 | 17.528 |
| Beesel | 6.568 | 2 | 6.526 | |
| Bergen | 6.108 | 6.089 | ||
| Brunssum | 15.097 | 15.126 | ||
| Echt Susteren | 16.428 | 2 | 13 | 16.148 |
| Eijsden-Margraten | 12.546 | 1 | 12.504 | |
| Gennep | 8.388 | 6 | 4 | 8.239 |
| Gulpen / Wittem | 7.364 | 3 | 7.348 | |
| Heerlen | 49.503 | 49.182 | ||
| Horst aan de Maas | 20.207 | 9 | 4 | 19.903 |
| Kerkrade | 25.691 | 2 | 25.692 | |
| Landgraaf | 18.886 | 1 | 1 | 18.836 |
| Leudal | 17.252 | 3 | 6 | 17.210 |
| Maasgouw | 11.833 | 3 | 5 | 11.746 |
| Maastricht | 69.659 | 1 | 1 | 69.601 |
| Meerssen | 9.087 | 2 | 9.078 | |
| Mook en Middelaar | 4.029 | 1 | 2 | 3.961 |
| Nederweert | 8.269 | 2 | 8.219 | |
| Peel en Maas | 20.528 | 4 | 20.401 | |
| Roerdalen | 10.215 | 1 | 5 | 10.077 |
| Roermond | 31.752 | 4 | 31.596 | |
| Simpelveld | 5.338 | 5.265 | ||
| Sittard-Geleen | 50.338 | 1 | 5 | 49.973 |
| Stein | 12.344 | 2 | 12.270 | |
| Vaals | 6.284 | 1 | 4 | 6.231 |
| Valkenburg a/d Geul | 8.992 | 8.935 | ||
| Venlo | 52.404 | 4 | 9 | 52.185 |
| Venray | 21.309 | 14 | 1 | 21.104 |
| Voerendaal | 6.060 | 1 | 6.056 | |
| Weert | 25.869 | 1 | 25.681 | |
| Buiten Voorz.Gebied | 29 | 27 | ||
| 584.159 | 580.883 |
Aantal afsluitingen per gemeente
De Nederlandse drinkwaterbedrijven hebben de bevoegdheid om bij klanten die niet betalen voor drinkwater de watertoevoer te onderbreken. De regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat voorziet daarbij in een verplichte procedure. Met deze regeling als basis voert WML een uitvoerig en zorgvuldig incassobeleid uit, waarmee zij afsluitingen zoveel mogelijk wil voorkomen. Waar mogelijk schakelt WML daarbij instanties in die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van armoedebeleid. Zo heeft WML alle Limburgse gemeenten actief benaderd om in een convenant afspraken te maken over het informeren van gemeenten over mogelijke financiële problemen van hun bewoners.
Met een vertegenwoordiging van de aandeelhouders heeft WML in september 2014 afgesproken om in het jaarverslag het aantal afsluitingen per gemeente op te nemen.
| 2025 | 2024 | Convenant | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gemeente | Aantal techn. Aansluitingen |
Aantal afsluitingen |
percentage | Aantal techn. Aansluitingen |
Aantal afsluitingen |
percentage | met ingang van |
| Beek | 7.343 | 2 | 0,03% | 7.311 | 2 | 0,03% | 10-04-2014 |
| Beekdaelen | 17.089 | 6 | 0,04% | 17.051 | 7 | 0,04% | 26-01-2016 |
| Beesel | 6.473 | 1 | 0,02% | 6.438 | 1 | 0,02% | 08-10-2015 |
| Bergen | 6.035 | 1 | 0,02% | 6.022 | 1 | 0,02% | 02-09-2014 |
| Brunssum | 13.804 | 8 | 0,06% | 14.216 | 6 | 0,04% | 23-09-2014 |
| Echt-Susteren | 15.615 | 2 | 0,01% | 15.341 | 3 | 0,02% | 07-03-2014 |
| Eijsden-Margraten | 12.021 | 2 | 0,02% | 11.988 | 0 | 0,00% | 10-12-2015 |
| Gennep | 7.982 | 1 | 0,01% | 7.840 | 1 | 0,01% | 11-12-2014 |
| Gulpen / Wittem | 6.920 | 1 | 0,01% | 6.921 | 0 | 0,00% | 21-06-2016 |
| Heerlen | 40.966 | 36 | 0,09% | 40.837 | 27 | 0,07% | 13-07-2015 |
| Horst aan de Maas | 19.499 | 0 | 0,00% | 19.279 | 2 | 0,01% | 24-04-2014 |
| Kerkrade | 22.535 | 16 | 0,07% | 22.475 | 15 | 0,07% | 05-11-2014 |
| Landgraaf | 17.883 | 5 | 0,03% | 17.863 | 10 | 0,06% | 12-01-2015 |
| Leudal | 16.714 | 2 | 0,01% | 16.700 | 1 | 0,01% | 01-07-2013 |
| Maasgouw | 11.615 | 2 | 0,02% | 11.549 | 0 | 0,00% | 22-10-2014 |
| Maastricht | 50.899 | 18 | 0,04% | 50.787 | 10 | 0,02% | 27-06-2018 |
| Meerssen | 8.432 | 0 | 0,00% | 8.419 | 2 | 0,02% | 05-07-2016 |
| Mook en Middelaar | 3.904 | 1 | 0,03% | 3.841 | 0 | 0,00% | 27-10-2015 |
| Nederweert | 8.118 | 1 | 0,01% | 8.073 | 0 | 0,00% | 02-06-2014 |
| Peel en Maas | 20.015 | 2 | 0,01% | 19.934 | 2 | 0,01% | 29-06-2015 |
| Roerdalen | 10.042 | 3 | 0,03% | 9.914 | 2 | 0,02% | 01-07-2013 |
| Roermond | 29.006 | 12 | 0,04% | 28.869 | 8 | 0,03% | 12-09-2013 |
| Simpelveld | 4.701 | 1 | 0,02% | 4.641 | 2 | 0,04% | 10-06-2014 |
| Sittard-Geleen | 44.034 | 14 | 0,03% | 43.970 | 23 | 0,05% | 10-06-2015 |
| Stein | 11.781 | 1 | 0,01% | 11.710 | 1 | 0,01% | 14-04-2014 |
| Vaals | 4.955 | 4 | 0,08% | 4.915 | 2 | 0,04% | 02-07-2015 |
| Valkenburg a/d Geul | 8.093 | 0 | 0,00% | 8.040 | 3 | 0,04% | 25-04-2017 |
| Venlo | 46.726 | 9 | 0,02% | 46.479 | 13 | 0,03% | 06-04-2016 |
| Venray | 19.899 | 3 | 0,02% | 19.708 | 5 | 0,03% | 06-11-2014 |
| Voerendaal | 5.938 | 0 | 0,00% | 5.937 | 2 | 0,03% | 10-06-2014 |
| Weert | 24.429 | 6 | 0,02% | 24.267 | 8 | 0,03% | 13-04-2016 |
| Totaal | 523.466 | 160 | 0,03% | 521.335 | 159 | 0,03% | 31 |
Aandeelhouders
op 31 december 2025
| Gemeente | Aantal geplaatste aandelen |
|---|---|
| Beek | 6 |
| Beekdaelen | 13 |
| Beesel | 5 |
| Bergen | 5 |
| Brunssum | 9 |
| Echt-Susteren | 11 |
| Eijsden-Margraten | 9 |
| Gennep | 6 |
| Gulpen-Wittem | 5 |
| Heerlen | 30 |
| Horst aan de Maas | 15 |
| Kerkrade | 15 |
| Landgraaf | 13 |
| Leudal | 13 |
| Maasgouw | 8 |
| Maastricht | 42 |
| Meerssen | 7 |
| Mook en Middelaar | 3 |
| Nederweert | 6 |
| Peel en Maas | 15 |
| Roerdalen | 7 |
| Roermond | 21 |
| Simpelveld | 4 |
| Sittard-Geleen | 31 |
| Stein | 9 |
| Vaals | 4 |
| Valkenburg aan de Geul | 6 |
| Venlo | 36 |
| Venray | 15 |
| Voerendaal | 4 |
| Weert | 18 |
| Totaal | 391 |
| Provincie Limburg | 109 |
| Totaal generaal | 500 |
Cijfers HRM geconsolideerd
Ontwikkeling personeelsbestand met peildatum 31-12-2025 exclusief correcties DDW
| Aantal fte | Aantal medewerkers | ||
|---|---|---|---|
| Aantal fte per 31-12-2024 | 411 | Aantal medewerkers per 31-12-2024 | 437 |
| Aantal fte uit dienst | -42 | Aantal medewerkers uit dienst | 45- |
| Aantal fte in dienst | 40 | Aantal medewerkers in dienst | 43 |
| Aantal fte per 31-12-2025 | 409 | Aantal medewerkers per 31-12-2025 | 435 |
| Afname ten opzichte van 2024 | -0,44% | Afname ten opzichte van 2024 | -0,46% |
Personeelsverloop
| Instroom (nieuwe medewerkers) | 43 |
| Uitstroom (vertrokken medewerkers) | 45 |
Leeftijden
| Leeftijden | Mannen | Vrouwen | Totaal | % |
|---|---|---|---|---|
| <25 jaar | 7 | 0 | 7 | 1,61 |
| 25-34 jaar | 44 | 18 | 62 | 14,25 |
| 35-44 jaar | 57 | 25 | 82 | 18,85 |
| 45-54 jaar | 48 | 32 | 80 | 18,39 |
| 55-59 jaar | 67 | 32 | 99 | 22,76 |
| >60 jaar | 92 | 13 | 105 | 24,14 |
| Totaal | 315 | 120 | 435 | 100,00 |
Gemiddelde leeftijd
| Gemiddelde leeftijd per medewerker | 49 |
Diensttijd
| Dienstjaren | Mannen | Vrouwen | Totaal | % |
|---|---|---|---|---|
| t/m 5 jaar | 115 | 53 | 168 | 38,62 |
| 6-10 jaar | 34 | 21 | 55 | 12,64 |
| 11-15 jaar | 15 | 11 | 26 | 5,98 |
| 16-20 jaar | 17 | 6 | 23 | 5,29 |
| 21-25 jaar | 3 | 7 | 10 | 2,30 |
| 26-30 jaar | 10 | 3 | 13 | 2,99 |
| 31-35 jaar | 72 | 10 | 82 | 18,85 |
| 36-40 jaar | 41 | 6 | 47 | 10,80 |
| >40 jaar | 8 | 3 | 11 | 2,53 |
| Totaal | 315 | 120 | 435 | 100,00 |
Verzuimgegevens
| Verzuimpercentage 2025 | 6,34% |
| Aantal ziekmeldingen 2025 | 470 |
| Gemiddelde duur 2025 | 20,10 |
Deeltijders
| DTW % | Mannen | Vrouwen | Totaal |
|---|---|---|---|
| 50,00% | 1 | 6 | 7 |
| 52,50% | 0 | 1 | 1 |
| 55,00% | 0 | 2 | 2 |
| 56,25% | 1 | 0 | 1 |
| 60,00% | 2 | 12 | 14 |
| 65,00% | 0 | 1 | 1 |
| 70,00% | 0 | 9 | 9 |
| 75,00% | 1 | 0 | 1 |
| 80,00% | 9 | 37 | 46 |
| 85,00% | 1 | 0 | 1 |
| 90,00% | 9 | 13 | 22 |
| Totaal | 24 | 81 | 105 |
Aantal fte’s ultimo 2025 exclusief correcties DDW
| Aantal medewerkers | Aantal fte | Totaal fte |
|---|---|---|
| 330 | 1,00 | 330,00 |
| 22 | 0,90 | 19,80 |
| 0 | 0,875 | 0,00 |
| 1 | 0,85 | 0,85 |
| 46 | 0,80 | 36,80 |
| 1 | 0,75 | 0,75 |
| 9 | 0,70 | 6,30 |
| 1 | 0,65 | 0,65 |
| 14 | 0,60 | 8,40 |
| 1 | 0,5625 | 0,56 |
| 2 | 0,55 | 1,10 |
| 1 | 0,525 | 0,53 |
| 7 | 0,50 | 3,50 |
| 435 | 409,24 |
Cijfers HRM enkelvoudig
Ontwikkeling personeelsbestand NV WML met peildatum 31-12-2025 exclusief correcties DDW
| Aantal fte | Aantal medewerkers | ||
|---|---|---|---|
| Aantal fte per 31-12-2024 | 409 | Aantal medewerkers per 31-12-2024 | 435 |
| Aantal fte uit dienst | (42) | Aantal medewerkers uit dienst | 45- |
| Aantal fte in dienst | 40 | Aantal medewerkers in dienst | 43 |
| Aantal fte per 31-12-2025 | 407 | Aantal medewerkers per 31-12-2025 | 433 |
| Afname ten opzichte van 2024 | -0,25% | Afname ten opzichte van 2024 | -0,46% |
Personeelsverloop
| Instroom (nieuwe medewerkers) | 43 |
| Uitstroom (vertrokken medewerkers) | 45 |
Leeftijden
| Leeftijden | Mannen | Vrouwen | Totaal | % |
|---|---|---|---|---|
| <25 jaar | 7 | 0 | 7 | 1,62 |
| 25-34 jaar | 44 | 18 | 62 | 14,32 |
| 35-44 jaar | 57 | 24 | 81 | 18,71 |
| 45-54 jaar | 48 | 32 | 80 | 18,48 |
| 55-59 jaar | 67 | 32 | 99 | 22,86 |
| >60 jaar | 91 | 13 | 104 | 24,02 |
| Totaal | 314 | 119 | 433 | 100,00 |
Gemiddelde leeftijd
| Gemiddelde leeftijd per medewerker | 49 |
Diensttijd
| Dienstjaren | Mannen | Vrouwen | Totaal | % |
|---|---|---|---|---|
| t/m 5 jaar | 115 | 53 | 168 | 38,80 |
| 6-10 jaar | 34 | 21 | 55 | 12,70 |
| 11-15 jaar | 14 | 10 | 24 | 5,54 |
| 16-20 jaar | 17 | 6 | 23 | 5,31 |
| 21-25 jaar | 3 | 7 | 10 | 2,31 |
| 26-30 jaar | 10 | 3 | 13 | 3,00 |
| 31-35 jaar | 72 | 10 | 82 | 18,94 |
| 36-40 jaar | 41 | 6 | 47 | 10,85 |
| >40 jaar | 8 | 3 | 11 | 2,54 |
| Totaal | 314 | 119 | 433 | 100,00 |
Verzuimgegevens
| Verzuimpercentage 2025 | 6,34% |
| Aantal ziekmeldingen 2025 | 470 |
| Gemiddelde duur 2025 | 20,10 |
Deeltijders
| DTW % | Mannen | Vrouwen | Totaal |
|---|---|---|---|
| 50,00% | 1 | 6 | 7 |
| 52,50% | 0 | 1 | 1 |
| 55,00% | 0 | 2 | 2 |
| 56,25% | 1 | 0 | 1 |
| 60,00% | 2 | 12 | 14 |
| 65,00% | 0 | 1 | 1 |
| 70,00% | 0 | 9 | 9 |
| 75,00% | 1 | 0 | 1 |
| 80,00% | 9 | 36 | 45 |
| 85,00% | 1 | 0 | 1 |
| 90,00% | 9 | 13 | 22 |
| Totaal | 24 | 80 | 104 |
Aantal fte’s ultimo 2025 exclusief correcties DDW
| Aantal medewerkers | Aantal fte | Totaal fte |
|---|---|---|
| 329 | 1,00 | 329,00 |
| 22 | 0,90 | 19,80 |
| 0 | 0,875 | 0,00 |
| 1 | 0,85 | 0,85 |
| 45 | 0,80 | 36,00 |
| 1 | 0,75 | 0,75 |
| 9 | 0,70 | 6,30 |
| 1 | 0,65 | 0,65 |
| 14 | 0,60 | 8,40 |
| 1 | 0,5625 | 0,56 |
| 2 | 0,55 | 1,10 |
| 1 | 0,525 | 0,53 |
| 7 | 0,50 | 3,50 |
| 433 | 407,44 |

